Getypte brief of officieel rapport (pagina 1 van een groter dossier).
Origineel
Getypte brief of officieel rapport (pagina 1 van een groter dossier). 12 januari (jaartal niet vermeld, vermoedelijk jaren '30 of late jaren '40). 1 12 Januari 9
46A/3/2 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
wil zeggen voor niet meer dan door de rechthebbende impor-
teurs van het tot invoer toegestane quantum ongebruikt wordt
gelaten.
Nu zyn er in Amsterdam geen importeurs, die in de
basisjaren vissch uit Noorwegen hebben ingevoerd. Recht op
extra-consenten voor deze vissch heeft dus geen hunner. Wel
heeft de grossier Wynschenk in de basisjaren Deensche visch
geïmporteerd. Als zoodanig bezit hy consent voor invoer van
deze visch en als zoodanig kreeg hy, met myn bemiddeling,
ook extra-consent voor invoer van Deensche visch. De toege-
stane hoeveelheid extra-consent was echter zeer gering en
aanvankelyk aan allerlei belemmerende bepalingen onderworpen,
waardoor de invoer practisch onmogelyk werd. Hy moest name-
lyk van te voren precies opgeven welke hoeveelheid vissch hy
wenschte in te voeren, alsmede den datum, waarop de visch
zou worden ingevoerd en dan het eventueel toegestane quantum
in één zending invoeren. Op dergelyke condities is niet te
werken. Na mondelinge en schriftelyke behandeling dezer
moeilykheden, heb ik van de Visschery-Centrale gedaan gekre-
gen, dat men zich in principe bereid verklaarde om zelfs
extra-consenten voor invoer van zeevisch uit Noorwegen en
Denemarken te verleenen aan Amsterdamsche grossiers, die
geen recht daarop hebben, omdat zy niet in de basisjaren
hebben ingevoerd en dus niet voor gewoon consent in aanmer-
king komen. Ook bleek men bereid om extra-consenten af te
geven voor invoer van bepaalde hoeveelheden per week of per
maand, dus niet meer per zending. Een en ander uiteraard
binnen het raam van het in totaal voor Nederland toegestane
invoerscontingent. In verband met deze concessies werd my
door de Visschery-Centrale gevraagd de betreffende grossiers
te verzoeken "zich tot de Nederlandsche Visscherycentrale te
wenden, onder opgave van de hoeveelheid visch, welke zy we-
kelyks of maandelyks denken te kunnen invoeren". Ik heb den
verschillenden Amsterdamschen grossiers, ook den adressant,
hiervan mededeeling gedaan. Wynschenk heeft daarop extra-
consent aangevraagd en verkregen voor Deensche visch, doch
hy heeft niet aangevraagd voor Noorsche visch. In die om- De tekst is een ambtelijk verslag betreffende de distributie en importrechten van vis. Enkele kernpunten uit de analyse:
* Quota en Rechten: De import van vis was strikt gereguleerd via een systeem van 'consenten' (vergunningen). Deze werden normaal gesproken alleen verleend aan partijen die in vastgestelde 'basisjaren' reeds importeerden.
* Bureaucratie: De schrijver kaart aan dat de oorspronkelijke regels (zoals het vooraf exact moeten opgeven van data en hoeveelheden per zending) de handel "practisch onmogelyk" maakten.
* Resultaat van overleg: Na bemiddeling is de 'Visschery-Centrale' akkoord gegaan met een versoepeling. Amsterdamse grossiers zonder historisch recht kunnen nu 'extra-consenten' aanvragen op week- of maandbasis.
* Casus Wynschenk: De specifieke rol van de grossier Wynschenk wordt belicht; hij profiteerde wel van de regeling voor Deense vis, maar niet voor Noorse vis. Dit document dateert waarschijnlijk uit de periode van de economische crisis in de jaren '30 of de direct naoorlogse periode in Nederland. De Visscherijcentrale (opgericht in 1933) was een crisisorgaan dat de visserijsector moest reguleren en ondersteunen middels importbeperkingen en prijsbewaking. De functie van Wethouder voor de Levensmiddelen in Amsterdam wijst op een periode van schaarste of centrale distributie, waarbij de gemeente een actieve rol speelde in de voedselvoorziening van haar burgers. De tekst illustreert de spanning tussen centrale rijksregels en de lokale economische praktijk.