Ambtelijk verslag / correspondentie betreffende invoerrechten.
Origineel
Ambtelijk verslag / correspondentie betreffende invoerrechten. 11 januari 1939. [Bovenaan de pagina, handgeschreven aantekeningen:]
Belshamp -
de visch - & M. j. l. zending schelvisch uit Noorwegen (2 lastjes)
had geen consent,
W. heeft recht op Deensch consent (veel op Deensch), is in de
basisjaren geen importeur geweest.
[Linkermarge:]
Invoer Noorsche visch
door H. Wijnscherk.
[Rode stempels/nummers:]
46H/3/2
11/1 -'39
[Rechtsboven:]
W.R.M.
Onder terugzending van den mij met Uw kantteekening
d.d. 11 Jan. j.l. No. 83 L.M. 1939 in handen
gestelden brief van H. Wijnscherk heb ik de eer U het volgende
te berichten.
Op 9 Jan. j.l. telefoneerde de grossier Wijnscherk
mij, dat een kleine zending Noorsche schelvisch voor hem
aan de grens stond. Hij verzocht mij de Visscherij Centrale
te ’s-Gravenhage te vragen hem (Wijnscherk)
toestemming voor den invoer te willen verleenen, opdat hij
deze visch in den Amsterdamsche vischafslag zou kunnen
verkoopen. Aangezien Wijnscherk voor dezen invoer geen
had geen gewoon consent, als daarop
rechthebbend importeur, noch extra-consent – heb ik
mijn bemiddeling geweigerd om de volgende redenen.
Voortdurend heb ik mij de laatste maanden
met de Visscherij Centrale verstaan, om voor Amsterdamsche
grossiers extra-consenten te verkrijgen voor den
invoer van visch uit Denemarken, Noorwegen en Zweden.
De resultaten zijn slechts gering zijn.
(De moeilijkheid is n.l. deze, dat in het schrijven van
den Minister van Economische Zaken d.d. 26 Juli 1938
(/ No. 508 L.M. 1938) alleen in principe is toegezegd de
mogelijkheid van extra-consenten voor importeurs, die
daarop recht hebben, n.l. „boven de hun op grond van
invoer in de basisjaren verstrekte bewijzingen” en
dit alles dan nog weer „binnen het raam der bestaande
invoercontingenten”; d.w.z. voor niet meer dan dat invoer
door de rechthebbende importeurs van het toegestane
quantum ongebruikt wordt gelaten.
Nu zijn er in Amsterdam geen importeurs, die in de
basisjaren visch uit Noorwegen hebben ingevoerd. Recht
op extra-consenten voor deze visch heeft dus geen hunner.
Wel heeft de grossier Wijnscherk recht op
in de basisjaren Deensche visch geïmporteerd. Als zoodanig
heeft hij bezit hij consent voor invoer van deze visch en
als zoodanig kreeg hij ook, met mijn bemiddeling, ook
extra-consent voor invoer van Deensche visch. In dit document rapporteert een ambtenaar (W.R.M.) over zijn weigering om te bemiddelen voor grossier H. Wijnscherk. Wijnscherk probeerde een lading Noorse schelvis te importeren die reeds bij de grens stond, maar hij beschikte niet over de noodzakelijke 'consenten' (invoervergunningen).
De kern van het conflict ligt in de strikte regelgeving:
1. Historische rechten: Importquota werden gebaseerd op de hoeveelheid die een handelaar in de 'basisjaren' had ingevoerd. Omdat Wijnscherk in die jaren geen vis uit Noorwegen had geïmporteerd, had hij geen recht op reguliere of extra consenten voor dit specifieke land.
2. Systeem van contingentering: Het document verwijst naar een besluit van de Minister van Economische Zaken uit 1938. Extra vergunningen konden alleen worden verleend als de totale landelijke importquota (het quantum) niet volledig door de gevestigde importeurs werden benut.
3. Conclusie: De ambtenaar stelt dat hij Wijnscherk wel heeft geholpen bij Deense vis (waar de grossier wél historische rechten had), maar dat hij voor de Noorse vis juridisch geen poot heeft om op te staan. Dit document stamt uit januari 1939, een periode waarin de Nederlandse economie sterk werd gereguleerd door het systeem van contingentering (importquota). Dit beleid werd in de jaren '30 ingevoerd als reactie op de economische crisis, om de binnenlandse markt te beschermen tegen goedkope buitenlandse import.
De Visscherij Centrale, die in de tekst wordt genoemd, was het uitvoerende orgaan dat toezag op de naleving van deze quota in de visserijsector. Het document illustreert de bureaucratische werkelijkheid van vlak voor de Tweede Wereldoorlog: handelaren waren volledig afhankelijk van ambtelijke bemiddeling en strikte bewijslast uit het verleden om hun handel te mogen drijven. De term "2 lastjes" verwijst naar een oude maateenheid voor scheepsladingen (één last was ongeveer 2000 kg).