Ambtsbrief / memorandum.
Origineel
Ambtsbrief / memorandum. 14 december 1939 (verzonden op 15 december 1939). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of een vergelijkbare gemeentelijke instantie). De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [In de rechterbovenhoek handgeschreven:]
ter kr. de Boer.
ter kr. Müller
[Links bovenaan getypt:]
vP/DV.
46A/55/2 M.
[Midden bovenaan handgeschreven:]
Verzonden 15/12 -'39.
[Rechts bovenaan getypt:]
14 December 1939.
[Links, onderwerp:]
Toestemming onderhuur
te verleenen aan pachter
koffiehuis Vischmarkt.
[Rechts, adressering:]
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r.
[Hoofdtekst:]
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat E. van
Meekeren, de Ruyterkade 19, die het koffiehuis met de
bovenwoning op de Vischmarkt heeft gepacht, toestemming
heeft gevraagd om een tot dit koffiehuis behoorende en
daaraan grenzende loods te mogen onderverhuren aan Th.
Koning, eigenaar van den autovrachtdienst "Volendam-Am-
sterdam", die regelmatig visch aan de Vischmarkt aan-
voert. Inwilliging van dit verzoek lijkt mij niet alleen
in het financieele belang van Van Meekeren, doch ook in
het belang van den aanvoer op de Vischmarkt wenschelijk.
Ingevolge artikel 7 lid 2 van de met Van Meekeren geslo-
ten overeenkomst (behoorende bij het Besluit van Burge-
meester en Wethouders dd. 22 April 1938 no.244 L.M.1938)
is voor de hier bedoelde onderhuur toestemming van de
Gemeente vereischt. Ik geef U beleefd in overweging wel
te willen bevorderen, datdoor Burgemeester en Wethouders
tot het verleenen der hierbedoelde toestemming wordt
besloten.
[Rechtsonder:]
De Directeur, Deze brief is een ambtelijk advies gericht aan de verantwoordelijke wethouder. De kern van de zaak is een verzoek tot onderhuur. E. van Meekeren, de pachter van een koffiehuis op de Vischmarkt (vermoedelijk de Centrale Vismarkt in Amsterdam), wil een bijbehorende loods verhuren aan Th. Koning.
De argumentatie van de directeur is tweeledig:
1. Het steunt de pachter financieel.
2. Het is functioneel gunstig voor de markt, aangezien de beoogde onderhuurder (Th. Koning) een vrachtdienst exploiteert die vis aanvoert vanuit Volendam naar de Amsterdamse markt.
De directeur verwijst naar de juridische kaders: volgens de pachtovereenkomst uit 1938 is expliciete toestemming van het College van Burgemeester en Wethouders nodig voor dergelijke onderverhuur. Hij adviseert de wethouder om dit positief te besluiten. Het document dateert van december 1939, een periode waarin Nederland gemobiliseerd was en de Tweede Wereldoorlog in de rest van Europa al was uitgebroken. De voedselvoorziening en de logistiek daarvan (zoals de visaanvoer vanuit Volendam naar Amsterdam) waren van strategisch belang.
De "Vischmarkt" verwijst in deze context zeer waarschijnlijk naar de Centrale Vismarkt, die destijds onderdeel was van het markthallentoestel in Amsterdam-West (Jan van Galenstraat). De vernoeming van de Ruyterkade suggereert de nabijheid van de IJ-oevers, waar vanouds veel visgerelateerde handel en transport plaatsvond. De namen 'de Boer' en 'Müller' in de kantlijn zijn waarschijnlijk aantekeningen van ambtenaren of secretarissen die het document in behandeling hebben genomen.