Getypte rapportage/brief met marktprijzen.
Origineel
Getypte rapportage/brief met marktprijzen. 3 februari 1939. 1 3 Februari 9
46B/3/2 den Heer Directeur v.d. Ned.
Den Haag. Visschery-Centrale
Noordzeevisch.
10 Januari 1939.
Schelvisch van f 2,-- - f 2,40 per 10 stuks
Kabeljauw van f 0,95 - f 1,60 per stuk.
Barentszeevisch.
10 Januari 1939.
Schelvisch van f 1,15 - f 1,50 per 10 stuks
Kabeljauw van f 0,15 - f 0,25 per stuk.
Noordzeevisch.
24 Januari 1939.
Schelvisch van f 1,50 - f 4,80 per 10 stuks
Kabeljauw van f 1,-- - f 1,60 per stuk.
Barentszeevisch.
Kabeljauw van f 0,22 - f 0,30 per stuk
Kl.Heilbot van f 0,21 - f 0,60 per stuk.
Noordzeevisch.
2 Februari 1939.
Kabeljauw van f 0,60 - f 1,90 per stuk
Geen roodbaars
Barentszeevisch.
Kabeljauw van f 0,30 - f 0,45 per stuk
Roodbaars van f 0,90 - f 1,20 per 10 stuks
Noordzeevisch.
3 Februari 1939.
Geen roodbaars.
Barentszeevisch.
Roodbaars van f 0,15 - f 0,80 per 10 stuks. * Structuur: Het document is systematisch opgebouwd per datum en herkomst (Noordzee vs. Barentszzee).
* Inhoud: Het geeft een gedetailleerd overzicht van de marktprijzen in guldens (f) voor verschillende vissoorten: schelvis, kabeljauw, kleine heilbot en roodbaars.
* Prijsverschillen: Er is een opvallend prijsverschil tussen de regio's. Kabeljauw uit de Noordzee is aanzienlijk duurder (bijv. op 10 januari f 0,95 - 1,60 p.st.) dan kabeljauw uit de Barentszzee (f 0,15 - 0,25 p.st.). Dit duidt waarschijnlijk op een verschil in versheid, transportkosten of kwaliteit/grootte.
* Terminologie: Gebruik van de verouderde spelling (bijv. "visschery", "visch") en de munteenheid gulden. Dit document stamt uit de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Visscherij-Centrale (NVC) was een organisatie die in de jaren '30 werd opgericht om de belangen van de visserijsector te behartigen en marktregulerend op te treden tijdens de economische crisis. Dergelijke prijslijsten waren cruciaal voor het monitoren van de marktstabiliteit en het vaststellen van richtprijzen of steunmaatregelen. De vermelding van de Barentszzee illustreert dat de Nederlandse vissersvloot in die tijd ver buiten de eigen kustwateren opereerde, tot in de arctische gebieden, om aan de vraag te voldoen.