Zakelijke correspondentie (brief)
Origineel
Zakelijke correspondentie (brief) 22 maart 1939 Nederlandsche Visscherijcentrale, Afd. II ('s-Gravenhage) Den Heer Directeur van den Gemeentelijken Vischafslag te Amsterdam [Stempel/Handschrift bovenaan:] № 46 B/W/M. 339 20/3
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
TELEFOON 720080*
INTERCOMMUNAAL XX 1
TELEGRAMADRES: NEDVISCEN
GIROREKENING 245271
AFD. II.
BETREFFENDE besomming kleine zeevisscherij.
BERICHT OP SCHRIJVEN VAN [leeg]
No. [leeg]
BIJ ANTWOORD VERMELDEN:
No. 1365
BIJLAGEN [leeg] STUKS, T.W.: [leeg]
Den Heer Directeur van den
Gemeentelijken Vischafslag
te
AMSTERDAM. —
'S-GRAVENHAGE, 22 Maart 1939.
JULIANA VAN STOLBERGPLEIN 3—4
[Handgeschreven aantekening links:]
Beantwoord [Paraaf] 30/3 - '39
[Handgeschreven aantekening rechts, deels onleesbaar:]
[Handtekening/Paraaf]
N. v. d. Muller (?)
Van Jac. Ras te Urk, eigenaar van het vaartuig UK.104, is een bericht ontvangen, dat hij op 18 Februari 1939 over den afslag te Amsterdam op zijn naam een partij zeevisch heeft verkocht, waarvan de helft was aangevoerd met het vaartuig UK.115, eigenaar T. Visser.
Volgens Uw wekelijksche opgaven van besommingen kleine zeevisscherij, heeft Jac. Ras op 18 Februari 1939 ƒ 35,10 besomd.
Ik verzoek U te willen nagaan of deze besomming inderdaad betrekking heeft op de vangsten van beide vaartuigen.
Bij voorbaat dank ik U voor Uw moeite.
DE DIRECTEUR,
[Handtekening: J. J. van der S***(?)]
17526 - '38
HM/AH. Dit document is een administratief verzoek om verificatie. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) heeft een melding ontvangen van een Urker visser, Jac. Ras (UK.104). Hij stelt dat een verkoop van zeevis bij de Amsterdamse afslag op 18 februari 1939 in werkelijkheid een gezamenlijke vangst was: de helft van de vis kwam van zijn eigen schip, de andere helft van de UK.115 (eigenaar T. Visser).
De NVC heeft in haar administratie een "besomming" (bruto opbrengst van de vangst) staan van 35,10 gulden, enkel op naam van Jac. Ras. De afzender vraagt de directeur van de visafslag in Amsterdam om in de eigen boeken na te gaan of dit bedrag inderdaad de totale opbrengst van beide schepen betreft. Dit is van belang voor een correcte registratie van vangsten en inkomsten per vaartuig. Uit de handgeschreven kanttekening blijkt dat de brief op 30 maart 1939 is beantwoord. Historische context: Het document dateert van maart 1939, kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de visserijsector sterk gereguleerd.
Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC): De NVC was een koepelorganisatie die toezag op de belangen en de regulering van de Nederlandse visserij. Zij hielden toezicht op vangsten, prijzen en de verdeling van steun of quota.
Urk en de UK-vloot: Urk was (en is) een van de belangrijkste visserijgemeenschappen van Nederland. De aanduiding "UK" staat voor Urk. De schepen UK.104 en UK.115 waren waarschijnlijk houten Noordzeebotters of vletten die deel uitmaakten van de zogenaamde "kleine zeevisscherij".
Terminologie: "Besomming" is een specifieke visserijterm voor de bruto geldelijke opbrengst van een verkochte partij vis. In de administratie van de jaren '30 was een nauwkeurige registratie van deze bedragen cruciaal, onder andere voor de afdracht aan pensioenfondsen en sociale verzekeringen voor vissers.