Getypte brief met handgeschreven kanttekening.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekening. 4 April 1939. De Directeur (instantie niet expliciet genoemd, mogelijk Rijksvischafslag of vergelijkbaar overheidsorgaan). Den Heer Directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale, 's-Gravenhage. ST/HG. extra
46B/10/2 M.
4 April 1939.
den Heer Directeur der
Nederlandsche Visscherijcentrale,
Juliana van Stolbergplein 3/4,
's - G r a v e n h a g e .
In antwoord op Uw brief d.d. 22 Maart jl. (Afd.
II No.1365) deel ik U mede, dat de mogelijkheid niet uitge-
sloten is, dat Jac.Ras, UK 104 mede namens T.Visser, UK 115
op 18 Februari 1939 gemarkt heeft. Wanneer schippers geen
mededeeling doen van het feit, dat zij voor meer eigenaars
aanvoeren, wordt hiermede uiteraard in mijn administratie
geen rekening gehouden. Tot mijn spijt kan ik U de ge-
wenschte inlichting derhalve niet verstrekken.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele weigering of onmogelijkheid om specifieke administratieve gegevens te verstrekken. De Nederlandsche Visscherijcentrale vroeg blijkbaar naar de details van een visaanvoer (het "markten") op 18 februari 1939. De afzender geeft aan dat het mogelijk is dat schipper Jac. Ras van de UK 104 ook vis voor T. Visser (UK 115) heeft aangevoerd, maar dat dit niet in de boeken staat omdat de schipper dit niet expliciet heeft gemeld.
* Taalgebruik: De tekst is gesteld in het ambtelijk Nederlands van voor de spellinghervorming van 1947 (zie "Nederlandsche", "Visscherij", "mededeeling"). De toon is zakelijk en strikt volgens de administratieve regels.
* Identificatie: De codes UK 104 en UK 115 verwijzen naar vissersvaartuigen uit Urk. Dit document stamt uit de late crisisjaren, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een in de jaren '30 opgericht crisisorgaan dat de visserijsector moest reguleren, prijzen moest stabiliseren en overschotten moest beheren.
De brief illustreert de bureaucratische controle op de visserij in die tijd. De NVC hield toezicht op contingenteringen en marktprijzen. Wanneer een schipper vis aanvoerde voor een andere eigenaar zonder dit op te geven, bemoeilijkte dit de exacte controle op individuele quota of vangstrechten. Dit document laat zien dat de administratieve realiteit soms botste met de praktijk op de visafslag, waar informele afspraken tussen vissers (in dit geval uit Urk) niet altijd correct in de officiële registers belandden.