Archiefdocument
Origineel
3 november 1939 NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
JULIANA VAN STOLBERGPLEIN 3-4 'S-GRAVENHAGE
POSTGIROREKENING 245271 TELEFOON 720080*
TELEGRAMADRES: NEDVISCEN INTERCOMM. XX
Afd. II. № 5330/502 's-Gravenhage, 3 November 1939.
Betreffende: exporteurs.
Bijlage: 1 st. t.w.
aanvullende lijst № 1
A A N
Belanghebbenden.
[Paars stempel: № 46 B / 35 / 2 M. 1939 6/11]
[Handgeschreven in potlood: lijst behouden (gevolgd door initialen)]
[Handgeschreven in inkt rechtsboven: Ter Stam n.v. Inspec.]
Ingesloten doe ik U toekomen aanvullende lijst № 1, waarop zijn vermeld de namens van exporteurs van visproducten, die als zoodanig bij de Nederlandsche Visscherijcentrale zijn ingeschreven.
Achter den naam is aangegeven, in welke groep(en) de betreffende exporteur is ingedeeld.
Ik vestig er nadrukkelijk Uw aandacht op, dat met een exporteur slechts Monopolie-Overeenkomsten mogen worden gesloten en aan hem slechts een Machtiging tot Uitvoer voor een bepaald product kan worden verstrekt, indien hij als exporteur van dat betreffende product bij de Nederlandsche Visscherijcentrale is ingeschreven.
DE DIRECTEUR,
[Handtekening]
Ko/NP
17792-'39
[Handgeschreven rechtsonder: 46B] * Vorm: Een formele administratieve circulaire gericht aan 'belanghebbenden' binnen de visserijsector.
* Inhoud: De brief begeleidt een lijst van officieel geregistreerde exporteurs. De kernboodschap is een strikte herinnering aan de regelgeving: handelsverdragen (Monopolie-Overeenkomsten) en exportvergunningen (Machtigingen tot Uitvoer) zijn enkel toegestaan voor partijen die voor het specifieke visproduct geregistreerd staan bij de Visscherijcentrale.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands ("zoodanig", "den naam", "ingesloten doe ik U toekomen").
* Administratieve sporen: De brief bevat diverse archiefcodes en aantekeningen die wijzen op de verwerking binnen een bureaucratisch systeem. De opmerking "lijst behouden" geeft aan dat de bijlage apart is gearchiveerd of actief gebruikt bleef. Dit document stamt uit november 1939, twee maanden na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, heerste er een staat van verhoogde economische paraatheid. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een crisisorgaan dat in de jaren '30 was opgericht onder de Landbouwcrisiswet.
De NVC had als taak de visserijsector te reguleren door middel van prijsbeheersing, contingentering en exportcontroles. In de context van de naderende oorlogsdreiging was een strakke centrale controle op de voedselvoorraad en de export van vitaal belang om economische chaos te voorkomen en de nationale belangen te beschermen. Dit document illustreert de verregaande bureaucratisering van de handel in deze periode.