Archief 745
Inventaris 745-291
Pagina 274
Dossier 100
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte notulen of een verslag van een vergadering (pagina 2).

Origineel

Getypte notulen of een verslag van een vergadering (pagina 2). -2-

zich gemakkelyk van visch in Ymuiden voorzien; deze hebben meest een auto, terwyl de verkoop voor hen 's morgens niet zoo vroeg begint; de venters moeten echter om 9 uur in hun wyk zyn en zyn, mede in verband met de daaraan verbonden kosten, niet in staat om in Ymuiden te koopen. Zy moeten zich dus te Amsterdam van visch voorzien; het komt hierdoor voor, dat (uit Adam) op de markten de visch (uit Ymuiden) goedkooper is dan de visch, die de venters [doorgehaald: (uit Amsterdam)] ten verkoop hebben. Hierdoor ontstaan concurrentiewryvingen.

De heer S.Presser zegt, dat, indien er weinig visch in Amsterdam is, het voor de venters onmogelyk is om zich op Ymuiden te richten. Hiertoe zyn zy financieel niet in staat. Spreker acht het voor de venters vrywel onmogelyk om inkoopcombinaties te vormen.
Spreker herinnert eraan, dat het voorstel van den heer L.Presser, behandeld in de Commissie voor Visch, beoogde om meer visch naar Amsterdam te brengen. Spreker dringt er op aan, dat daarna speciaal een onderzoek zal worden ingesteld; men dient zich minder met [doorgehaald: deze] (de onderhavige) vragen te bemoeien.

De heer Rooseman onderschryft hetgeen de heer S.Presser heeft gezegd. Het gaat erom, den vischaanvoer op Amsterdam te verbeteren.

De heer L.Presser wyst erop, dat het standpunt van S.Presser beteekent, dat zich hier dezelfde discussie gaat herhalen, die ook reeds in de Commissie voor Visch is gevoerd. Dit moet men probeeren te voorkomen. Het gaat erom, of Amsterdam (zijn deel) kan krygen van de aanvoer van visch uit Ymuiden en zoo neen, of het dan mogelyk is, op andere wyze den aanvoer van visch te Amsterdam te bevorderen.

De Voorzitter is het eens met hetgeen de heer L.Presser heeft gezegd; eerst moet de conclusie vaststaan, dat Ymuiden Amsterdam niet van visch kan voorzien. Het is dus noodig eerst feiten te verzamelen; het tweede deel van het rapport der Studie-Commissie kan zich dan meer richten op de verbetering van den aanvoer te Amsterdam. Spreker stelt voor zyn vragenlyst aan te vullen met de volgende vraag:
[Onderstreept: Indien blykt, dat Ymuiden niet in staat is Amsterdam van voldoende visch te voorzien, is het dan mogelyk dat, en op welke wyze Amsterdam een grooteren aanvoer van visch kan verkrygen.]
Spreker vraagt of het mogelyk is omtrent vraag 1 by de venters een enquête te houden.

De heer S.Presser voelt voor een enquête en wyst erop, dat in de maand Mei de ventvergunningen van de venters moeten worden verlengd; het moet dan mogelyk zyn de vischventers een vragenlyst voor te leggen.

De Voorzitter neemt de idee van den heer Presser over en stelt de volgende vragen op, die aan de vischventers zouden kunnen worden voorgelegd:
1. Koopt U Uw visch in Ymuiden ? Dit document legt een logistiek en economisch conflict bloot in de Amsterdamse visdistributie van de jaren '30 of vroege jaren '40. De kern van het probleem is de ongelijkheid tussen handelaren met eigen vervoer (auto's) en de kleinere visventers.

De grotere handelaren kunnen direct in IJmuiden inkopen, waar de vis goedkoper is. De kleine venters zijn gebonden aan de Amsterdamse tussenhandel vanwege gebrek aan transport en de vroege aanvang van hun werkdag in de stadswijken. Dit resulteert in een prijsverschil op de markt dat in het nadeel van de venters werkt ("concurrentiewryvingen").

Interessant is de procedurele discussie: men wil voorkomen dat dezelfde debatten in verschillende commissies gevoerd worden. Er wordt besloten tot een feitelijk onderzoek via een enquête onder de visventers, handig getimed bij de jaarlijkse verlenging van de ventvergunningen in mei. De handgeschreven correcties (zoals "uit Adam" voor Amsterdam) suggereren een informele, maar nauwgezette redactie van het verslag. De familie Presser (met name Samuel en Louis Presser) was zeer prominent aanwezig in de Amsterdamse vishandel en de bijbehorende belangenorganisaties. Dit verslag stamt waarschijnlijk uit de periode 1935-1940, een tijd waarin de organisatie van de voedselvoorziening in Amsterdam sterk geprofessionaliseerd werd, maar ook kampte met de economische naweeën van de crisis.

IJmuiden was (en is) de belangrijkste aanvoerhaven voor zeevis, en de afstand naar Amsterdam vormde een natuurlijke barrière die de markt segmenteerde. De "Studie-Commissie" waarnaar verwezen wordt, had waarschijnlijk de taak om de efficiëntie van de voedselvoorziening in de hoofdstad te verhogen en de positie van de kleine zelfstandige (de venter) te beschermen tegen schaalvergroting. De "Commissie voor Visch" was een adviesorgaan van de gemeente of een productschap.

Samenvatting

Dit document legt een logistiek en economisch conflict bloot in de Amsterdamse visdistributie van de jaren '30 of vroege jaren '40. De kern van het probleem is de ongelijkheid tussen handelaren met eigen vervoer (auto's) en de kleinere visventers.

De grotere handelaren kunnen direct in IJmuiden inkopen, waar de vis goedkoper is. De kleine venters zijn gebonden aan de Amsterdamse tussenhandel vanwege gebrek aan transport en de vroege aanvang van hun werkdag in de stadswijken. Dit resulteert in een prijsverschil op de markt dat in het nadeel van de venters werkt ("concurrentiewryvingen").

Interessant is de procedurele discussie: men wil voorkomen dat dezelfde debatten in verschillende commissies gevoerd worden. Er wordt besloten tot een feitelijk onderzoek via een enquête onder de visventers, handig getimed bij de jaarlijkse verlenging van de ventvergunningen in mei. De handgeschreven correcties (zoals "uit Adam" voor Amsterdam) suggereren een informele, maar nauwgezette redactie van het verslag.

Historische Context

De familie Presser (met name Samuel en Louis Presser) was zeer prominent aanwezig in de Amsterdamse vishandel en de bijbehorende belangenorganisaties. Dit verslag stamt waarschijnlijk uit de periode 1935-1940, een tijd waarin de organisatie van de voedselvoorziening in Amsterdam sterk geprofessionaliseerd werd, maar ook kampte met de economische naweeën van de crisis.

IJmuiden was (en is) de belangrijkste aanvoerhaven voor zeevis, en de afstand naar Amsterdam vormde een natuurlijke barrière die de markt segmenteerde. De "Studie-Commissie" waarnaar verwezen wordt, had waarschijnlijk de taak om de efficiëntie van de voedselvoorziening in de hoofdstad te verhogen en de positie van de kleine zelfstandige (de venter) te beschermen tegen schaalvergroting. De "Commissie voor Visch" was een adviesorgaan van de gemeente of een productschap.

Kooplieden in dit dossier 20

Amsterdam) en M. Roelofs (Lastageweg 5 J.Grinwis Jzn., Havenhoofd 317
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Jac.Tanis Kzn., Havenhoofd 321
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). A.Tabeling, Bassingracht 35
J.J. Korff (Middelweg 53a C. de Graaf, Rijksweg 11
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). A.Bais, Beukenkampstr.22
HD. 153 G.v. Sillevoldt, Hoflaan 50
J. Gooyer Wzn (geboren 1881) T. Grootveld, Maststr. 36
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). P.v.d. Zwan, Hoogaarsstr. 28
Lindengracht 231 (Koopman) T. Bruin, Ankerstr. 51
W. Vierra (standplaats 14) B. Cramer, v. Egmondstr. 132
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). P. Pronk, Hoogaarsstr. 23
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Uilenburg Wijk III № 92
UK. 185 Neptunusstr. 10
Q. Vd Huijgensstr. 29
WR. 49
WRW. 11 Zwanenburgwal Dorpstr. 113

Gerelateerde Documenten 6