Getypte notulen of verslag van een vergadering, pagina 5.
Origineel
Getypte notulen of verslag van een vergadering, pagina 5. Genoemde datum onderaan is 16 mei (zonder jaartal), waarschijnlijk jaren '30 gezien de context van crisismaatregelen en "consenten". -5-
De heer Rooseman zegt, dat op het buitenterrein der Vischmarkt 98% van den handel plaatsvindt op crediet, hetgeen beteekent, dat jaarlyks de grossiers groote bedragen by de venters laten zitten, waarvan zy nimmer iets terug zien. De grossiers hebben vaak angst om de visch af te geven; men koopt in den afslag te Amsterdam en te Ymuiden contant met het geld, dat men den grossiers onthoudt. Spreker zegt toe een opgave aan de Commissie te verstrekken van de uitstaande credieten van de grossiers over een jaar. Naar spreker’s meening is bovendien de verleening van steun aan de vischventers een groot nadeel voor den handel; deze steun zal moeten plaatsvinden in den vorm van bysteun.
De Voorzitter vraagt den heer Rooseman of het mogelyk is een ~~opvolger~~ ^opgave^ te krygen van de grossiers der Vischmarkt van de wanbetalers; spreker kan dan nagaan of deze venters steun hebben genoten.
De heer Rooseman zal dit met de grossiers bespreken; indien de opgave zou worden verstrekt, zou zy strikt vertrouwelyk moeten zyn en uitsluitend bestemd voor de ambtenaren.
De heer L. Presser zegt, dat de Commissie daar geen genoegen mee kan nemen; zy kan er dan immers niet over oordeelen.
De Voorzitter stelt den heer Rooseman voor een en ander te bespreken met de grossiers. Wellicht zyn zy bereid de inlichtingen, die als strikt vertrouwelyk zullen worden beschouwd, te verschaffen. Spreker stelt voor de laatste drie vragen van de vragenlyst aan te houden tot een volgende vergadering, daar hieraan momenteel geen directe werkzaamheden zyn verbonden.
De vergadering kan zich hiermede vereenigen.
De heer Rooseman zegt, dat ook hy eenige vragen heeft opgesteld: de vraag, hoe de vischaanvoer te Amsterdam kan verbeteren, houdt mede verband met de Urkers. Het is een feit, dat de Urkers hoe langer hoe meer van Amsterdam wegblyven. Is het niet mogelyk de afslaggelden te Amsterdam te verlagen van 5% tot 2 ½ à 3%. Daardoor zouden de Urkers meer prikkel krygen om naar Amsterdam te gaan. Spreker wyst er vervolgens op, dat de consenten in het land niet worden opgebruikt. Het is spreker bekend, dat 150.000 kg is overgebleven; waarom geeft men deze consenten niet aan de Amsterdamsche grossiers? Spreker verzoekt te willen bevorderen dat 150.000 kg consent aan platvisch, verdeeld over de periode September tot en met Maart wordt beschikbaar gesteld voor de Amsterdamsche grossiers en bovendien 50.000 kg Noorsche schelvisch, eveneens over dezelfde periode. Spreker verzoekt eveneens consent voor 25.000 kg. gepen voor de maanden Mei en Juni. Deze consenten moeten dan over de ^Amsterdamsche^ grossiers worden verdeeld, die hiervan gebruik willen maken. Zy moeten dus niet worden verstrekt aan de ^en^kelen, die een invoermonopolie hebben.
De Voorzitter zegt toe deze vragen van den heer Rooseman te zullen bespreken met Dr. van der Laan.
De vergadering wordt hierna verdaagd tot Dinsdagmiddag 16 Mei 2 ¼ uur. Dit document is een verslag van een overleg over de economische situatie van de Amsterdamse vismarkt. De kernpunten zijn:
* Kredietrisico: Grossiers lopen grote risico's door aan 'venters' (kleine straathandelaren) op krediet te leveren, terwijl deze laatsten elders wel contant betalen. Er wordt gesuggereerd dat steun aan venters de markt verstoort.
* Concurrentiepositie Amsterdam: Er is bezorgdheid dat vissers uit Urk uitwijken naar IJmuiden. Rooseman stelt voor de afslaggelden in Amsterdam te verlagen om de haven aantrekkelijker te maken.
* Regulering en Consenten: Tijdens de crisisjaren werd de import gereguleerd via "consenten" (vergunningen/quota). Rooseman beklaagt zich over onbenutte quota voor platvis en Noorse schelvis en pleit ervoor deze direct aan Amsterdamse grossiers toe te wijzen in plaats van aan partijen met een monopoliepositie.
* Correcties: Het document bevat handgeschreven correcties die bedoeld zijn om de tekst te verduidelijken (bijv. "opvolger" veranderd in "opgave", en de specificatie "Amsterdamsche" bij de grossiers). Het document dateert hoogstwaarschijnlijk uit de jaren '30 van de 20e eeuw (de Crisisjaren), wat blijkt uit de genoemde "consenten" en de spelling. In deze periode greep de Nederlandse overheid sterk in de economie in om sectoren te beschermen. De strijd tussen de afslagen van Amsterdam en IJmuiden was in die tijd een groot economisch thema. Urker vissers vormden een belangrijke bron van aanvoer; hun keuze voor een bepaalde afslag had grote gevolgen voor de lokale economie. De discussie over "steun" aan venters verwijst naar de vroege vormen van sociale zekerheid en hoe deze interfereerden met de vrije handel. De genoemde Dr. van der Laan was waarschijnlijk een hoge ambtenaar of deskundige betrokken bij de visserijregelingen. De heer Rooseman De Voorzitter de heer L. Presser Dr. van der Laan.