Getypte lijst met onderzoeksvragen.
Origineel
Getypte lijst met onderzoeksvragen. De Commissie zal mijns inziens de volgende vragen hebben te be-
antwoorden.
-
Betrekt de Amsterdamsche vischhandel en wel
a. winkeliers
b. vaste standplaatshouders en marktkooplieden
c. venters
de visch uit IJmuiden of van de Amsterdamsche vischmarkt? -
Hoe is de verhouding van de prijzen in IJmuiden en aan de Amster-
damsche vischmarkt? -
Zijn als regel aan beide markten dezelfde soorten visch verkrijgbaar?
-
a. Is de aanvoer in IJmuiden voldoende?
b. " " " aan de Amsterdamsche vischmarkt voldoende?
c. " " " in IJmuiden van soorten visch, die Amsterdam noodig
heeft, voldoende?
d. Is de aanvoer aan de Amsterdamsche vischmarkt van soorten visch,
die Amsterdam noodig heeft, voldoende?
(deze vragen beantwoorden voor de drie in vraag 1 genoemde catego-
rieën van handelaren). -
Hoe groot is de aanvoer uit het buitenland van visch, bestemd voor
Amsterdam? -
Hoe zijn de omzetcijfers van het vischverbruik in Nederland over de
laatste 10 jaren en hoe zijn deze voor Amsterdam? -
Is het kredietvraagstuk in Amsterdam een beletsel voor een geregel-
den en voldoenden aanvoer? -
Is de combinatie grossier-venter aan de Amsterdamsche vischmarkt een
beletsel om tot goede handelstoestanden te komen? -
Zijn de prijzen van visch een beletsel voor het publiek om te koopen?
-
Kan het vischverbruik worden opgevoerd door het maken van propagan-
da voor soorten visch, welke de platvisch kunnen vervangen? Dit document is een voorbereidend stuk voor een commissie die de visvoorziening en -handel in Amsterdam onderzoekt. De vragen zijn zeer breed georiënteerd: - Logistiek: Waar komt de vis vandaan (IJmuiden vs. Amsterdamse markt) en is de aanvoer kwantitatief en kwalitatief voldoende voor verschillende typen handelaren?
- Economie: Prijsvergelijkingen, kredietproblematiek (vraag 7), en de marktstructuur (de mogelijk problematische dubbelrol van grossier-venter in vraag 8).
- Consumptie: Trends in visconsumptie over tien jaar en de invloed van de prijs op de koopkracht van het publiek.
- Marketing: Vraag 10 suggereert een vroege vorm van overheidsvoorlichting of marketing ("propaganda") om de consumptie van alternatieve vissoorten te stimuleren, waarschijnlijk ter ontlasting van de markt voor platvis.
Het taalgebruik is formeel en ambtelijk ("mijns inziens", "beletsel", "handelstoestanden"). Hoewel het document niet gedateerd is, wijst de spelling (met name de buigings-n in "voldoenden" en de "ch" in "visch") op een ontstaan vóór de spellinghervorming van Marchant (1934/1947), waarschijnlijk in de jaren '20 of vroege jaren '30 van de 20e eeuw.
In deze periode was de visserijsector in Nederland volop in beweging. IJmuiden was uitgegroeid tot de belangrijkste aanvoerhaven, wat spanningen kon opleveren met de traditionele Amsterdamse vismarkt. De vragen in dit document lijken bedoeld om knelpunten in de distributieketen van zee naar de Amsterdamse consument bloot te leggen, mogelijk naar aanleiding van economische malaise of klachten over hoge visprijzen. De focus op het vervangen van platvis (zoals schol en tong) duidt op een periode waarin deze soorten mogelijk schaars of te duur werden voor de gewone man.