Archief 745
Inventaris 745-291
Pagina 304
Dossier 5
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte notulen/verslag van een vergadering.

Vermoedelijk eind 1939 of begin 1940 (gebaseerd op de genoemde statistieken over januari/februari 1939).

Origineel

Getypte notulen/verslag van een vergadering. Vermoedelijk eind 1939 of begin 1940 (gebaseerd op de genoemde statistieken over januari/februari 1939). -8-

De heer S.Presser zegt te hebben gehoord, dat de heer L.Presser geen richtlijnen kan aangeven, waaruit hij moet afleiden, dat het dus blijkbaar de bedoeling is geweest slechts het balletje aan het rollen te brengen. Waar de zaak zoo staat, heeft het volgens spreker geen zin om een kleine commissie te benoemen, daar immers zelfs geen minimum kans op resultaat aanwezig is. Mochten er personen bereid zijn om in zoo’n commissie zitting te nemen, dan heeft spreker tegen het instellen daarvan geen bezwaar, doch hij verwacht niet veel van het werk.

Mevrouw Huiting zegt wel eens te hebben gehoord, dat particulieren visch koopen in IJmuiden. Zij meent dat de IJmuider groothandel daarmede een oneerlijke concurrentie aandoet en vraagt of deze verkoop niet kan worden tegengegaan. Verder vraagt spreekster nog of de Amsterdamsche venters niet gezamenlijk kunnen inkoopen in IJmuiden.

De heer van der Laan zegt dat uit het debat wel is gebleken, dat men van den heer Presser had verwacht dat hij richtlijnen zou aangeven. Nu dit niet het geval blijkt te zijn, acht spreker een onderzoek door een commissie zonder eenig uitzicht. Spreker merkt op dat hij een spreekfout heeft gemaakt, toen hij zeide, dat wijting geen bakvisch is en dus een platvisch niet kan vervangen.

Het probleem van Amsterdam is en blijft volgens spreker het gebrek aan schol en daaraan kan een kleine commissie van onderzoek niets veranderen. Een zoodanige Commissie zal komen tot een uitvoerige studie, aan welke studie de Regeering en de Visscherij Centrale al jaren lang bezig zijn. Komt men bij de Regeering om inlichtingen, dan zal men te hooren krijgen dat men in Den Haag reeds jarenlang doende is met dit vraagstuk en het onderzoek daar in goede handen is. De Commissie zal zich niet met het pufvraagstuk kunnen bemoeien, evenmin met de economie van het bedrijf in IJmuiden, of met de contingentering. En toch zijn dat de belangrijkste punten, welke het vraagstuk der vischvoorziening raken. Spreker geeft den heer L.Presser in overweging deze zaak in zijn organisatie te behandelen en zoo noodig met voorstellen betreffende concrete punten in de Commissie te komen.

De Secretaris zegt het niet eens te zijn met de leden, die afwijzend staan tegenover de benoeming van een commissie van onderzoek naar dit vraagstuk. Het vraagstuk der Amsterdamsche vischvoorziening houdt nu reeds 6 jaren lang de Commissie bezig; talrijke vergaderingen zijn er aan gewijd en men is nimmer tot eenig resultaat gekomen. Niet in positieven en niet in negatieven zin. Uit de mededeelingen van den Voorzitter en van den heer Rienstra kan worden afgeleid, dat het nog geenszins vast staat, dat inderdaad het vischverbruik in Amsterdam sinds vroeger jaren is verminderd en dit toch is het uitgangspunt van den heer Presser. Het wil spreker voorkomen, dat dit op zichzelf al een onderzoek waard is. Het wil spreker verder voorkomen, dat in dit vraagstuk nog tal van punten zijn, waaromtrent eenige zekerheid moet worden verkregen. In den loop van dit debat zijn verschillende oorzaken van de slechte Amsterdamsche voorziening opgenoemd, zooals de financieele draagkracht van de venters, het gebrek

-9-

aan verschillende vischsoorten, de ongelijke situatie, waarin verschillende groepen van handelaren met betrekking tot hun inkoop verkeeren, enz. enz. terwijl ook enkele, zij het misschien weinig beteekenende oplossingen aan de hand zijn gedaan, zooals het vormen van een inkoopcombinatie van Amsterdamsche venters, het maken van propaganda voor bepaalde soorten visch, welke de platvisch kan vervangen e.d. Spreker meent, dat al die punten op zichzelf een onderzoek waard zijn en dat het op den duur de Commissie tijd zal sparen als een kleine commissie eens grondig het geheele vraagstuk der vischvoorziening aan een onderzoek onderwerpt.

De Voorzitter zegt tot dezelfde slotsom te zijn gekomen als de heer van der Laan. Indien er iets onderzocht moet worden, zal dit in de eerste plaats moeten geschieden door de organisaties van de belanghebbenden. Tot nu toe is dat altijd nagelaten en het wil spreker voorkomen, dat de Commissie dit punt van haar agenda zal moeten afvoeren, totdat de organisaties zelf concrete punten aan de orde stellen. Overigens wil spreker nog enkele opmerkingen maken. Als de heer Presser zegt dat Amsterdam te dicht bij IJmuiden is gelegen om tot goede handelstoestanden te kunnen komen, kan spreker dit niet begrijpen. Amsterdam ligt ook dicht bij Beverwijk en toch doen zich ten opzichte van de groentevoorziening van Amsterdam geen moeilijkheden voor. Evenmin zijn deze moeilijkheden waar te nemen met betrekking tot de vischvoorziening van Den Haag en Rotterdam, niettegenstaande deze steden toch in de onmiddellijke nabijheid van Scheveningen zijn gelegen. De opmerking van den heer Presser kan spreker dan ook niet als juist aanvaarden. Verder merkt spreker nog op dat de Amsterdamsche handel geen concurrentie ondervindt van gebakken Regeeringsvisch voor werkloozen, omdat deze distributie in de hoofdstad niet plaats vindt en elders in het land wèl.

Ten aanzien van de vraag van den heer van Zanten om den invoer van visch in het buitenland in de eerste 3 maanden van het jaar te doen plaats hebben, merkt spreker op, dat dit punt niet alleen ter beoordeeling is van onze Regeering, maar ook van de Regeering van Denemarken. In dit verband zegt spreker nog dat de resultaten van de snurrevaart visscherij den laatsten tijd veel beter zijn geweest dan vroeger. De hoeveelheid door Nederlandsche snurrevaartschepen aangevoerde visch was in de maand Januari van de jaren 1937, 1938 en 1939, resp. 990 K.G., 16.060 K.G. en 26.000 K.G. in de maand Februari respectievelijk 4.000 K.G., 15.275 K.G. en 85.000 K.G. Deze aanvoer gaat dus aanmerkelijk de hoogte in. Spreker merkt op, dat niet al deze visch in IJmuiden is aangevoerd, doch dat deze cijfers betreffen den aanvoer van alle Nederlandsche snurrevaart visschers.

De verzending van visch uit IJmuiden aan particulieren, komt reeds vele jaren voor. Thans zijn er echter in IJmuiden enkele firma’s die pakjes gefileerde visch versturen. Vindt dat meer ingang dan zullen vele bezwaren van de huisvrouwen ten aanzien van het vischverbruik komen te vervallen. Dit document verslaat een discussie binnen een commissie over de structurele problemen in de visvoorziening van Amsterdam. De kernpunten zijn:

  1. Effectiviteit van Onderzoek: Er bestaat twijfel of een kleine onderzoekscommissie wel zin heeft, aangezien de overheid (Visscherij Centrale) al jaren onderzoek doet zonder veel resultaat. De Secretaris pleit echter wel voor onderzoek om eindelijk duidelijkheid te krijgen over de vermeende daling in visconsumptie.
  2. Marktdynamiek en Concurrentie: Er wordt gesproken over de concurrentiepositie van IJmuiden ten opzichte van Amsterdam. Mevrouw Huiting signaleert dat particulieren direct in IJmuiden kopen, wat nadelig is voor de handel. Ook wordt de mogelijkheid van inkoopcombinaties voor venters besproken.
  3. Logistiek en Aanbod: Er is een specifiek tekort aan platvis (schol). De voorzitter vergelijkt de situatie met Den Haag/Scheveningen en de groentehandel in Beverwijk om te betogen dat de geografische nabijheid van de bron (IJmuiden) geen belemmering voor een gezonde handel in Amsterdam hoeft te zijn.
  4. Innovatie in de handel: De opkomst van het versturen van pakketjes gefileerde vis direct naar de consument wordt gezien als een mogelijke oplossing voor de drempels die huisvrouwen ervaren bij het bereiden van vis.
  5. Statistiek: Er worden concrete cijfers genoemd over de "snurrevaart" (een specifieke visserijtechniek met een Deens zegennet), waaruit een enorme stijging van de vangst blijkt tussen 1937 en 1939. Het document dateert van vlak voor of aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse visserijsector bevond zich in die periode in een lastige transitie. Enerzijds was er de nasleep van de economische crisis van de jaren '30, wat terug te zien is in de vermelding van "Regeeringsvisch" voor werklozen. Anderzijds was er sprake van modernisering van de vloot en distributiemethoden (zoals de snurrevaart en het fileren van vis).

De spelling (visch, Amsterdamsche, financieele) is de zogenaamde spelling-De Vries en Te Winkel, die voor de spellinghervorming van 1947 gangbaar was. De discussie weerspiegelt de spanning tussen de traditionele straathandel (venters) en de opkomende directere distributievormen vanuit grote vissershavens zoals IJmuiden.

Samenvatting

Dit document verslaat een discussie binnen een commissie over de structurele problemen in de visvoorziening van Amsterdam. De kernpunten zijn:

  1. Effectiviteit van Onderzoek: Er bestaat twijfel of een kleine onderzoekscommissie wel zin heeft, aangezien de overheid (Visscherij Centrale) al jaren onderzoek doet zonder veel resultaat. De Secretaris pleit echter wel voor onderzoek om eindelijk duidelijkheid te krijgen over de vermeende daling in visconsumptie.
  2. Marktdynamiek en Concurrentie: Er wordt gesproken over de concurrentiepositie van IJmuiden ten opzichte van Amsterdam. Mevrouw Huiting signaleert dat particulieren direct in IJmuiden kopen, wat nadelig is voor de handel. Ook wordt de mogelijkheid van inkoopcombinaties voor venters besproken.
  3. Logistiek en Aanbod: Er is een specifiek tekort aan platvis (schol). De voorzitter vergelijkt de situatie met Den Haag/Scheveningen en de groentehandel in Beverwijk om te betogen dat de geografische nabijheid van de bron (IJmuiden) geen belemmering voor een gezonde handel in Amsterdam hoeft te zijn.
  4. Innovatie in de handel: De opkomst van het versturen van pakketjes gefileerde vis direct naar de consument wordt gezien als een mogelijke oplossing voor de drempels die huisvrouwen ervaren bij het bereiden van vis.
  5. Statistiek: Er worden concrete cijfers genoemd over de "snurrevaart" (een specifieke visserijtechniek met een Deens zegennet), waaruit een enorme stijging van de vangst blijkt tussen 1937 en 1939.

Historische Context

Het document dateert van vlak voor of aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse visserijsector bevond zich in die periode in een lastige transitie. Enerzijds was er de nasleep van de economische crisis van de jaren '30, wat terug te zien is in de vermelding van "Regeeringsvisch" voor werklozen. Anderzijds was er sprake van modernisering van de vloot en distributiemethoden (zoals de snurrevaart en het fileren van vis).

De spelling (visch, Amsterdamsche, financieele) is de zogenaamde spelling-De Vries en Te Winkel, die voor de spellinghervorming van 1947 gangbaar was. De discussie weerspiegelt de spanning tussen de traditionele straathandel (venters) en de opkomende directere distributievormen vanuit grote vissershavens zoals IJmuiden.

Kooplieden in dit dossier 20

Amsterdam) en M. Roelofs (Lastageweg 5 J.Grinwis Jzn., Havenhoofd 317
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Jac.Tanis Kzn., Havenhoofd 321
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). A.Tabeling, Bassingracht 35
J.J. Korff (Middelweg 53a C. de Graaf, Rijksweg 11
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). A.Bais, Beukenkampstr.22
HD. 153 G.v. Sillevoldt, Hoflaan 50
J. Gooyer Wzn (geboren 1881) T. Grootveld, Maststr. 36
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). P.v.d. Zwan, Hoogaarsstr. 28
Lindengracht 231 (Koopman) T. Bruin, Ankerstr. 51
W. Vierra (standplaats 14) B. Cramer, v. Egmondstr. 132
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). P. Pronk, Hoogaarsstr. 23
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Uilenburg Wijk III № 92
UK. 185 Neptunusstr. 10
Q. Vd Huijgensstr. 29
WR. 49
WRW. 11 Zwanenburgwal Dorpstr. 113

Gerelateerde Documenten 6