Getypte ambtelijke brief/nota.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/nota. 12 december (het jaartal staat niet volledig vermeld, maar afgaande op de terminologie en context is dit vermoedelijk 1918, een periode van schaarste en distributie). Onbekend (vermoedelijk een afdelingshoofd of directeur van een gemeentelijke instelling). [Pagina 1]
1 12 December 8
48/30/1 den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen, Amsterdam.
wenschelijk gebleken, het tarief lager te stellen naarmate de opslag langer duurt, zulks om het koelen, ook voor langen duur, aantrekkelijk te maken.
In bijlage dezes doe ik U een concept voor een nieuwe regeling als bovenbedoeld toekomen. Ik verzoek U beleefd wel te willen bevorderen, dat zij, bij Besluit van Burgemeester en Wethouders, ter vervanging van de bestaande, wordt ingevoerd.
Ter toelichting op het concept diene nog het navolgende.
Artikel I. In lid 1 is een eenvoudiger tarief vervat, dan tot nu toe gold. Het verschil in tarief voor appelen en peren, alsook de onderscheiding in binnen- en buitenlandsche appelen en peren zijn vervallen. Bij langeren duur der bewaargeving dan twee weken worden de tarieven gereduceerd; deze reductie wordt, volgens het tweede en derde lid van dit artikel, grooter, naarmate de bewaargeving voor langeren tijd voortduurt. (In het tarief voor de eerste twee weken zijn de kosten van opslag en aflevering begrepen).
Artikel II: is gelijkluidend met artikel III der bestaande regeling: de opslag van eieren in het koelhuis komt practisch niet voor. Het bestaande artikel II behoeft niet gehandhaafd te worden, aangezien het daarin bepaalde tarief, voor zoo ver noodig is verwerkt in artikel 1 sub e en in artikel IV lid 1 der voorgestelde regeling.
Artikel III: De tarieven voor de bewaargeving van groente zijn in overeenstemming gebracht met die, welke in artikel I sub a voor appelen en peren worden gesteld. Aan reductie voor bewaargeving van langeren duur dan zes weken bestaat bij groente geen behoefte, omdat die nooit langer wordt bewaard.
Artikel IV: Het eerste lid van dit artikel is gelijkluidend met het eerste lid van artikel V der bestaande regeling.
Het tweede lid geeft een reductiebepaling voor den kooper van in het koelhuis opgeslagen goederen, die den opslag zonder onderbreking wenscht te doen voortduren. In artikel V lid II der thans geldende regeling komt een dergelijke bepaling voor, die echter voor den kooper in sommige gevallen te voordeelig is. Volgens de bestaande regeling betaalt de * Doel van de regeling: Het document stelt een wijziging voor in de tarieven voor het opslaan van voedsel in een koelhuis. Het hoofddoel is om langdurige opslag financieel aantrekkelijker te maken door middel van degressieve tarieven (hoe langer de opslag, hoe lager de prijs per periode).
* Vereenvoudiging: Men stelt voor om het onderscheid tussen verschillende soorten fruit (appels vs. peren) en de herkomst (binnenlands vs. buitenlands) te schrappen om de administratie te vereenvoudigen.
* Productspecifieke regels:
* Fruit: Krijgt korting bij opslag langer dan twee weken.
* Eieren: Opslag hiervan is zeldzaam, waardoor specifieke artikelen worden geschrapt of samengevoegd.
* Groente: Wordt maximaal zes weken bewaard; hiervoor is dus geen langetermijnkorting nodig.
* Correctie op misbruik: Er wordt een aanpassing voorgesteld voor kopers die goederen overnemen die al in het koelhuis liggen. De huidige regeling was in de ogen van de opsteller "te voordeelig" voor de koper, wat suggereert dat men de inkomsten voor de stad wilde optimaliseren of onredelijke winsten voor handelaren wilde beperken. Dit document stamt uit een periode waarin de gemeente Amsterdam een actieve rol speelde in de voedselvoorziening en de regulering van de markt. De functie van "Wethouder voor de Levensmiddelen" was met name cruciaal tijdens en direct na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Hoewel Nederland neutraal was, heersten er grote tekorten. Koelhuizen waren in die tijd een relatief moderne en essentiële technologie om de voedselzekerheid te garanderen en prijsfluctuaties op te vangen. Het document illustreert de bureaucratische processen die nodig waren om de logistiek van de stedelijke voedselvoorraad te verfijnen.