F.J. Prenger
Bekijk Verhaal ➔AI-Synthese 22
F.J. Prenger was een zelfstandige marktverkoper actief in 1940, waarschijnlijk op de Uilenburg. In 1939 kampte hij met financiële moeilijkheden en verzocht hij om eigen stallen. In mei 1940, op de dag van de Duitse inval, werd hij opgeroepen voor herkeuring onder Artikel 11 b/c.
Lotgevallen
Handel
Archiefdocumenten
Handgeschreven verzoekschrift.
De brief is een noodkreet van een kleine zelfstandige (waarschijnlijk een straathandelaar of voerman) die kampt met financiële moeilijkheden. De kern van het verzoek is de wens om eigen stallen te mogen benutten in plaats van elders stallingsruimte te moeten huren. De schrijver voert een economisch argument aan: de hoge huurlasten voor externe stallen maken zijn bedrijfsvoering onmogelijk ("het niet vol kan houden"). Hij stelt dat zijn handel op straat "bederft" (wat kan duiden op het wegkwijnen van zijn nering of letterlijk het bederven van koopwaar door gebrek aan goede opslag). Het taalgebruik is eenvoudig maar zeer beleefd, wat getuigt van de afhankelijke positie van de burger tegenover de autoriteiten in die tijd. De spelling "dese" (met een s) is een archaïsche vorm of een spelfout die vaker voorkwam in brieven van minder geschoolde burgers.
Administratieve oproepkaart / Registratiekaart Arbeidsbureau.
Dit document is een officiële kaart van een arbeids- of sociale instantie (waarschijnlijk het Gewestelijk Arbeidsbureau) uit het begin van de Tweede Wereldoorlog. Betrokkene, de heer F.J. Prenger, is opgeroepen voor een gesprek of herkeuring op basis van "Artikel 11 b/c". De ingangsdatum van deze regeling wordt gesteld op 10 mei 1940, de dag van de Duitse inval. De kern van de kaart ligt bij de opmerkingen: Prenger geeft aan dat hij momenteel werkzaam is in de "werkverschaffing" (werklozenprojecten van de overheid). Hij stelt dat hij op dat moment (november) geen droog brood kan verdienen als koopman op de markt (waarschijnlijk de markt op de Lindengracht waar hij woont), maar dat hij verwacht dit in het voorjaar wel weer te kunnen. Op basis hiervan luidt het ambtelijk advies "intrekken", wat betekent dat de huidige oproep of verplichting wordt geannuleerd. De directeur heeft hier op dezelfde dag zijn akkoord voor gegeven.
Getypt ambtelijk rapport/lijst van marktkooplieden.
Dit document is een ambtelijk overzicht van marktkooplieden in Amsterdam die afhankelijk zijn geworden van de steun (sociale bijstand) of de werkverschaffing. Het hoofddoel van het document is te adviseren over het intrekken van hun **marktkaarten** (vergunningen). De argumentatie voor intrekking is vaak economisch: als iemand in de werkverschaffing zit en niet meer op de markt staat, wordt de kaart als overbodig beschouwd. Opvallend is het geval van A. Barmhartigheid, waar expliciet wordt geadviseerd de vergunning *niet* in te trekken, omdat zijn gebrek aan inkomsten wordt veroorzaakt door het stokken van de bananenimport (door de oorlog), en men verwacht dat hij de handel weer kan oppakken zodra er aanvoer is. Het taalgebruik is zakelijk en typerend voor de vroege bezettingsperiode ("zoodat", "m.i." [mijns inziens], "belanghebbende").
Archieflijst-vermeldingen
Handgeschreven lijst met namen, adressen en data.
| F. J. Prenger | Lijnbaansgrt 1/1 53 | " | 11/5 39 |
Getypte lijst, bijlage bij een officiële brief.
| F.J.Prenger | Lindengracht | 18-5-40 | idem. |
Koopliedenlijst - Albert Cuypstraat
| F.J.Prenger | Lindengracht | 18-5-40 | idem. |
Koopliedenlijsten
Uilenburg — standplaats idem
Uilenburg — standplaats idem
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE **Verhoor van den verdachte J. VLEESDRAAGER.**
# TRANSCRIPTIE [Links bovenin:] J. Brouwer
# TRANSCRIPTIE Aan: J. F. Jansen Czaar Peterstraat 93 ^I
# TRANSCRIPTIE w.g.J.Vermeulen Voorzitter, w.g. P.C.Besanger Secretaris.
# TRANSCRIPTIE J.G. Overkamp [rechtsboven:] pers. bew. A 35/623317 geb. 25/3 '91 Rozenstraat 50 ^II