Archiefdocument
Origineel
- Behoort bij brief no.17/1/11 M.d.d. 26 November 1940 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
LIJST VAN KOOPLIEDEN, DIE INGEVOLGE ARTIKEL 11c VAN HET REGLEMENT OP DE MARKTEN HUN PLAATS OP DE MARKTEN VERLIEZEN.
| Naam | Markt | Datum ingang steun | Bijzonderheden |
|---|---|---|---|
| S.Goedel | Dapperstraat | 11-5-40 | Aan oproeping geen gevolg gegeven. |
| M.Locher | Dapperstraat | 23-5-40 | idem |
| J.W.Groenendijk | Albert Cuypstraat | 22-4-40 | Is in werkverschaffing en wil zoo mogelijk daarin blijven. |
| J.v.d.Kar | Albert Cuypstraat | 18-5-40 | Is in werkverschaffing en zal daarin wel voorloopig blijven. |
| P.J.Olsson | Lindengracht | 23-5-40 | Werkt in Duitsland. |
| B.H.J.Scherpenzeel | Dapperstraat, Ten Katestraat Westerstraat | 18-5-40 | Is in werkverschaffing. |
| P.J.de Vos | Dapperstraat | 18-5-40 | Aan oproeping geen gevolg gegeven. |
| M.de Vries | Mosplein | 13-1-40 | idem. |
| L.Winnik | Albert Cuypstraat | 18-5-40 | idem. |
| H.Piller | Ten Katestraat | 18-5-40 | Is in werkverschaffing. Kan op markt zijn brood niet verdienen. |
| L.Zwaaf | Uilenburg | 29-2-40 | idem. |
| F.J.Prenger | Lindengracht | 18-5-40 | idem. |
| S.Bolle | Westerstraat | 21-9-39 | Aan oproeping geen gevolg gegeven. |
| M.Sierles | Waterlooplein | 29-9-39 | Is reeds langer dan een jaar in steun. |
| J.H.Kampers | Lindengracht | 4-11-39 | Blijft in werkverschaffing. Kan op markt zijn brood niet verdienen. |
| A.Barmhartigheid | Albert Cuypstraat | 7-9-39 | Is nog steeds in werkverschaffing. Kan op markt zijn brood niet verdienen. |
| I.Polak | Uilenburg | 9-4-39 | Aan oproeping geen gevolg gegeven. |
De kernredenen voor het verval van de marktplaats zijn:
1. Steunverlening: Veel genoemde personen ontvangen al geruime tijd 'steun' (werkloosheidsuitkering) of zitten in de 'werkverschaffing' (gedwongen tewerkstellingsprojecten voor werklozen).
2. Inactiviteit: Personen die niet reageren op oproepen of aangeven op de markt onvoldoende te verdienen ("kan op markt zijn brood niet verdienen").
3. Arbeid in het buitenland: Eén persoon (P.J. Olsson) werkt in Duitsland.
Wat opvalt is de samenstelling van de lijst. Veel van de genoemde namen (o.a. Goedel, Winnik, Piller, Zwaaf, Sierles, Polak) en de genoemde locaties (Uilenburg, Waterlooplein) wijzen op een Joodse achtergrond van de betrokkenen. Dit document is gedateerd op 26 november 1940, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de bezetter, vaak met medewerking van het lokale ambtenarenapparaat, met het systematisch uitsluiten van Joodse burgers uit het economische leven.
Hoewel de officiële reden voor het intrekken van de vergunningen hier wordt gezocht in het marktreglement en de afhankelijkheid van sociale steun, past deze lijst in het bredere patroon van de "ontjoodsing" van de Amsterdamse markten. In november 1940 werden ook de eerste ariërverklaringen voor ambtenaren ingevoerd. De armoede onder de marktkooplieden was groot, mede door de beperkende maatregelen die al kort na de inval van start gingen. Dit document vormt een administratieve neerslag van de marginalisering van kleine zelfstandigen aan het begin van de oorlog.