Archief 745
Inventaris 745-312
Pagina 81
Dossier 82
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag op dun papier).

26 november 1940. Van: De Directeur (waarschijnlijk van de Marktdienst of een relevante gemeentelijke afdeling). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier.

Origineel

Getypte brief (doorslag op dun papier). 26 november 1940. De Directeur (waarschijnlijk van de Marktdienst of een relevante gemeentelijke afdeling). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. HG.
Extra [met de hand geschreven]

17/1/11 M.

26 November 1940.

Toepassing artikel 11c
Reglement op de Markten.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Ten vervolge op mijn brief d.d. 2 Augustus jl. (No. 17/1/3 M.) heb ik de eer U in bijlage dezes een zestiende opgave te doen geworden van personen, die langer dan zes achtereenvolgende maanden hun vaste plaats op de markten niet hebben bezet, op grond van het feit, dat het hun wegens verleende ondersteuning niet was toegestaan hun zaken te doen en voor wie ik voornemens ben artikel 11c van het Reglement op de Markten toe te passen.

Ten aanzien van de op de onderhavige lijst voorkomende personen is de gedragslijn gevolgd omschreven in mijn brief d.d. 8 Maart 1937 (No. 17/5/1 M.), waaraan U, blijkens Uw apostille d.d. 10 April 1937 No. 330 L.M.1936 wel Uw goedkeuring heeft willen hechten. Zooals U bekend is, heeft de Commissie van Advies voor de Markten zich eveneens hiermede vereenigd. (Vide mijn brief d.d. 18 Mei 1937 No. 17/5/6 M.).

De Directeur, Deze ambtelijke brief betreft het intrekken van marktplaatsvergunningen op basis van een specifiek artikel (11c) in het marktreglement. De kern van de zaak is dat marktkooplieden die langer dan zes maanden hun plek niet hebben ingenomen, hun recht op die plek verliezen.

De specifieke reden voor de afwezigheid van deze personen is dat zij "ondersteuning" (sociale bijstand) ontvingen. Volgens de toenmalige regels was het blijkbaar niet toegestaan om tegelijkertijd een officiële marktplaats te bezetten en overheidssteun te ontvangen. De brief kondigt een "zestiende opgave" aan, wat impliceert dat dit een lopend proces was waarbij regelmatig lijsten van personen werden opgesteld die hun marktplaatsrechten kwijtraakten. Er wordt verwezen naar eerdere correspondentie en afspraken uit 1937, wat aantoont dat dit beleid al van vóór de oorlog dateerde. Hoewel het document gedateerd is op 26 november 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland, lijkt de inhoud primair een voortzetting van vooroorlogs gemeentelijk beleid. De verwijzingen naar brieven uit 1937 bevestigen dit.

In de jaren '30 (de crisistijd) was de regelgeving rondom "ondersteuning" streng. Wie een uitkering ontving, mocht vaak geen bijverdiensten hebben of een bedrijf (zoals een marktkraam) aanhouden. De bureaucratie waakte er scherp over dat mensen niet "dubbel" profiteerden. In de context van november 1940 is het echter ook van belang te beseffen dat de uitsluiting van bepaalde groepen van het economisch leven (zoals Joodse marktpluizenaars) kort na deze datum systematisch zou worden doorgevoerd door de bezetter. Hoewel deze specifieke brief over algemene "ondersteuning" lijkt te gaan, past de strikte handhaving van reglementen die mensen hun broodwinning ontnemen in het grimmige tijdsbeeld van de vroege bezettingsjaren.

Samenvatting

Deze ambtelijke brief betreft het intrekken van marktplaatsvergunningen op basis van een specifiek artikel (11c) in het marktreglement. De kern van de zaak is dat marktkooplieden die langer dan zes maanden hun plek niet hebben ingenomen, hun recht op die plek verliezen.

De specifieke reden voor de afwezigheid van deze personen is dat zij "ondersteuning" (sociale bijstand) ontvingen. Volgens de toenmalige regels was het blijkbaar niet toegestaan om tegelijkertijd een officiële marktplaats te bezetten en overheidssteun te ontvangen. De brief kondigt een "zestiende opgave" aan, wat impliceert dat dit een lopend proces was waarbij regelmatig lijsten van personen werden opgesteld die hun marktplaatsrechten kwijtraakten. Er wordt verwezen naar eerdere correspondentie en afspraken uit 1937, wat aantoont dat dit beleid al van vóór de oorlog dateerde.

Historische Context

Hoewel het document gedateerd is op 26 november 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland, lijkt de inhoud primair een voortzetting van vooroorlogs gemeentelijk beleid. De verwijzingen naar brieven uit 1937 bevestigen dit.

In de jaren '30 (de crisistijd) was de regelgeving rondom "ondersteuning" streng. Wie een uitkering ontving, mocht vaak geen bijverdiensten hebben of een bedrijf (zoals een marktkraam) aanhouden. De bureaucratie waakte er scherp over dat mensen niet "dubbel" profiteerden. In de context van november 1940 is het echter ook van belang te beseffen dat de uitsluiting van bepaalde groepen van het economisch leven (zoals Joodse marktpluizenaars) kort na deze datum systematisch zou worden doorgevoerd door de bezetter. Hoewel deze specifieke brief over algemene "ondersteuning" lijkt te gaan, past de strikte handhaving van reglementen die mensen hun broodwinning ontnemen in het grimmige tijdsbeeld van de vroege bezettingsjaren.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Meyer Waterlooplein
A. Barmhartigheid Waterlooplein
A. Barmhartigheid Waterlooplein Is nog steeds in werkverschaf-fing. Kan op markt zijn brood niet verdienen.
A. Barmhartigheid Waterlooplein Is nog steeds in werkverschaffing. Kan op markt zijn brood niet verdienen.
A Boumeester Waterlooplein
A. Bouwmeester Uilenburg bezet thans reeds sedert 9 maanden zijn plaatsen niet en verzocht wederom uitstel
A. Bouwmeester meerdere Bezet thans reeds sedert 9 maanden zyn plaatsen niet en verzoekt wederom uitstel.
A. Eysden Uilenburg Aan oproeping geen gevolg gegeven.
A. Eysden Uilenburg Aan oproeping geen gevolg gegeven.
A. Hagenaar Waterlooplein
Aron Vogel meerdere Reeds voorgesteld d.d. 4-9-1939 no. 17/2/5 M. Rapport Dir. M.S. d.d. 2 October 1939 advies: plaats aanhouden; Vogel gaat bij eenige opleving weder staan; is echter nimmer verschenen.
Aron Vogel Waterlooplein 21/1 39
Abraham Prins Waterlooplein 27/2 39
B.F. Reinen Waterlooplein Idem. Advies: 4 maanden gevangenis; komt daarna weer op de markt; is echter niet verschenen.
J. Scherpenzeel Waterlooplein Is in werkverschaffing.
J. Scherpenzeel Waterlooplein Is in werkverschaffing.
B.J. van Straten meerdere Bezet thans reeds sedert 10 maanden zyn plaatsen niet en verzoekt wederom uitstel is 66 jaar en ziek.
B.J. van Straten meerdere bezet thans reeds sedert 10 maanden zijn plaatsen niet en verzocht wederom uitstel; is 66 jaar en ziek.
B. Kloos Uilenburg heeft geen kans thans op de markten zijn brood te verdienen.
B. Kloos Zwanenburgwal Ziet geen kans thans op de markten zyn brood te verdienen.
B. Kloos Zwanenburgwal Ziet geen kans thans op de markten zyn brood te verdienen.
Benjamin Schelvis Waterlooplein 15/1 40
C Bleekrode-Kinsbergen Waterlooplein
C. Prins Waterlooplein 18/1 40
M.C.A. Renes meerdere Is 68 jaar; wil in steun blyven.
C. Renes meerdere is 69 jaar; wil in steun blijven.
C.E. Molenaars Waterlooplein 21/12 39 sg
C. van Bambergen Waterlooplein
D.A. Overmars Waterlooplein 23/12 39
D.M. de Groot Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2