Getypte brief (doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op dun papier). 26 november 1940. De Directeur (waarschijnlijk van de Marktdienst of een relevante gemeentelijke afdeling). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. HG.
Extra [met de hand geschreven]
17/1/11 M.
26 November 1940.
Toepassing artikel 11c
Reglement op de Markten.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Ten vervolge op mijn brief d.d. 2 Augustus jl. (No. 17/1/3 M.) heb ik de eer U in bijlage dezes een zestiende opgave te doen geworden van personen, die langer dan zes achtereenvolgende maanden hun vaste plaats op de markten niet hebben bezet, op grond van het feit, dat het hun wegens verleende ondersteuning niet was toegestaan hun zaken te doen en voor wie ik voornemens ben artikel 11c van het Reglement op de Markten toe te passen.
Ten aanzien van de op de onderhavige lijst voorkomende personen is de gedragslijn gevolgd omschreven in mijn brief d.d. 8 Maart 1937 (No. 17/5/1 M.), waaraan U, blijkens Uw apostille d.d. 10 April 1937 No. 330 L.M.1936 wel Uw goedkeuring heeft willen hechten. Zooals U bekend is, heeft de Commissie van Advies voor de Markten zich eveneens hiermede vereenigd. (Vide mijn brief d.d. 18 Mei 1937 No. 17/5/6 M.).
De Directeur, Deze ambtelijke brief betreft het intrekken van marktplaatsvergunningen op basis van een specifiek artikel (11c) in het marktreglement. De kern van de zaak is dat marktkooplieden die langer dan zes maanden hun plek niet hebben ingenomen, hun recht op die plek verliezen.
De specifieke reden voor de afwezigheid van deze personen is dat zij "ondersteuning" (sociale bijstand) ontvingen. Volgens de toenmalige regels was het blijkbaar niet toegestaan om tegelijkertijd een officiële marktplaats te bezetten en overheidssteun te ontvangen. De brief kondigt een "zestiende opgave" aan, wat impliceert dat dit een lopend proces was waarbij regelmatig lijsten van personen werden opgesteld die hun marktplaatsrechten kwijtraakten. Er wordt verwezen naar eerdere correspondentie en afspraken uit 1937, wat aantoont dat dit beleid al van vóór de oorlog dateerde. Hoewel het document gedateerd is op 26 november 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland, lijkt de inhoud primair een voortzetting van vooroorlogs gemeentelijk beleid. De verwijzingen naar brieven uit 1937 bevestigen dit.
In de jaren '30 (de crisistijd) was de regelgeving rondom "ondersteuning" streng. Wie een uitkering ontving, mocht vaak geen bijverdiensten hebben of een bedrijf (zoals een marktkraam) aanhouden. De bureaucratie waakte er scherp over dat mensen niet "dubbel" profiteerden. In de context van november 1940 is het echter ook van belang te beseffen dat de uitsluiting van bepaalde groepen van het economisch leven (zoals Joodse marktpluizenaars) kort na deze datum systematisch zou worden doorgevoerd door de bezetter. Hoewel deze specifieke brief over algemene "ondersteuning" lijkt te gaan, past de strikte handhaving van reglementen die mensen hun broodwinning ontnemen in het grimmige tijdsbeeld van de vroege bezettingsjaren.