Officiële brief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief van de Gemeente Amsterdam. 15 november 1940. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen van de Gemeente Amsterdam. De heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen. [Stempel linksboven in blauw/paars:]
Nº 17/1/10 M 1940 15/11
GEMEENTE AMSTERDAM
AFD. L.M.
No. 152 -1939-
BIJLAGEN
AMSTERDAM, 15 November 1940.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.
[Handgeschreven aantekening in de rechterbovenhoek, deels onleesbaar:]
m.i. [?] [handtekening]
Naar aanleiding van Uw schrijven van 2 Augustus j.l., No. 17/1/5 M en Uw rapport van 8 November j.l., No. 17/1/9 M, welk rapport betrekking heeft op den brief van den Directeur voor Maatschappelijken Steun d.d. 18 October j.l., No. 268 M.S. 1939, deel ik U mede, dat ik thans geen bezwaar heb tegen de intrekking van de marktplaatsen, bedoeld in de bijlage I van Uw eerstgenoemd schrijven, zulks met uitzondering van de plaatsen, die thans weder bezet zijn.
[Handgeschreven initialen links:]
vM
$\mu$
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
[Blauwe handgeschreven '7' of symbool]
[Handtekening]
Aan den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen.
[Onderaan links:]
Model G.A. 5
25000-1-'40 In deze brief geeft de Wethouder voor Levensmiddelen (Afd. L.M.) toestemming aan de Directeur van de Dienst van het Marktwezen om bepaalde marktplaatsen in te trekken. Dit besluit volgt op eerdere correspondentie uit augustus en november 1940, en een rapport dat verband hield met een brief van de Directeur voor Maatschappelijke Steun uit 1939.
De wethouder stelt echter één voorwaarde: de plaatsen die op dat moment (november 1940) alweer bezet zijn, mogen niet worden ingetrokken. De intrekking betreft dus specifiek de onbezette of ongebruikte plaatsen zoals gespecificeerd in een eerdere bijlage. De betrokkenheid van de 'Directeur voor Maatschappelijken Steun' suggereert dat de marktplaatsen mogelijk een sociale functie hadden of dat de houders van deze plaatsen steun ontvingen. De brief dateert van 15 november 1940, zes maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het een ambtelijke brief lijkt over marktbeheer, is de timing cruciaal. Tijdens de bezetting werden markten en de distributie van levensmiddelen steeds strenger gereguleerd door zowel de Nederlandse autoriteiten als de bezetter.
De afdeling Levensmiddelen (L.M.) speelde een centrale rol in de voedselvoorziening en distributie in een tijd van toenemende schaarste. De Dienst van het Marktwezen beheerde de fysieke marktplaatsen. Het feit dat er sprake is van de 'intrekking' van plaatsen kan wijzen op een sanering van de markten of een verandering in het beleid voor marktkooplieden, mogelijk beïnvloed door de economische omstandigheden of de eerste maatregelen van de bezetter tegen bepaalde groepen (zoals Joodse marktkooplieden, hoewel dat uit deze specifieke brief nog niet direct blijkt zonder de bijlagen te zien). De handtekening onder de brief is waarschijnlijk die van de toenmalige wethouder, mogelijk de NSB-wethouder die door de bezetter was aangesteld of een zittende wethouder die onder toezicht opereerde.