S. Hijman
Bekijk Verhaal ➔AI-Synthese 23
S. Hijman was een vergunninghouder op de Albert Cuypmarkt en marktkoopman op de Waterlooplein en Nieuwmarkt. In 1939 verzoekt hij toestemming om door zijn zoon (L. Hijman) te worden vervangen vanwege ziekte en afwezigheid van zijn echtgenote; dit verzoek wordt niet bevestigd. Hij heeft een standplaats in de Westerstraat (als vader, venter en lid van de Kooplieden- en Marktkramersbond) en houdt een standplaats in de Ten Katestraat. In 1942 is hij nog actief op de Waterlooplein.
Lotgevallen
Relaties
Handel
Bron-evidence
Ondergetekende, S. Hijman, Transvaalstraat 94, houder van standplaats no 30, markt A. Cuypstraat
Ondergetekende, S. Hijman, Transvaalstraat 94
bij afwezigheid van zijn echtgenote
zijn zn. Hijman
...aangezien hij wegens ziekte van zijn vader S. Hijman, Transvaalstr. 94, staanplaats 215...
...ziek te van zijn vader S. Hijman, Transvaalstr. 94, staanplaats 215...
verzoekt toestemming, wegens ziekte van ondergetekende, tot nader bericht, bij afwezigheid van zijn echtgenote, zijn plaats te mogen doen innemen door zijn zn. Hijman
...ziek te van zijn vader S. Hijman, Transvaalstr. 94, staanplaats 215...
Archiefdocumenten
Handgeschreven verzoekbrief op gelinieerd papier.
De brief is een formeel verzoek gericht aan de Amsterdamse marktautoriteiten. De afzender, S. Hijman, is een vergunninghouder op de Albert Cuypmarkt (standplaats 30). Vanwege persoonlijke ziekte en de afwezigheid van zijn echtgenote — die normaal gesproken waarschijnlijk als vaste vervanger fungeerde — vraagt hij officiële toestemming om zijn zoon ("zn. Hijman") de honneurs te laten waarnemen. Het document illustreert de strikte regulering van de Amsterdamse markten in de jaren dertig. Zelfs voor tijdelijke vervanging door een direct familielid was schriftelijke correspondentie en goedkeuring van de directeur van het Marktwezen noodzakelijk. De aantekening "m. Insp." (met Inspectie) suggereert dat het verzoek werd doorgeleid naar een marktinspecteur voor controle.
Ambtelijk dossierstuk / correspondentie (Model No. 14 Algemene Zaken).
Dit document betreft een verzoekschrift van een marktkraamhoudster, mevrouw S. Hijman, gericht aan de Amsterdamse marktmeester of de afdeling Algemene Zaken. Vanwege de ziekte van haar echtgenoot vraagt zij toestemming om haar zoon haar te laten vervangen op de Albert Cuypmarkt (op donderdag en vrijdag) en hem te laten assisteren (of vervangen tot 12:00 uur) op de Westerstraat-markt. Uit de ambtelijke aantekeningen blijkt een procesgang: 1. Het verzoek komt binnen op 9 februari 1939. 2. De heer Moerkerk wordt om advies gevraagd op 13 februari. 3. Er vindt een oproeping plaats op 22 februari. 4. De definitieve afhandeling (waarschijnlijk de verzending van de beschikking) vindt plaats op 11 maart 1939. De tekst onderaan vormt het concept-besluit. De ambtenaar concludeert dat er "geen bezwaar" bestaat tegen het verzoek, mits de vervanging beperkt blijft tot de genoemde dagen en tijden. De doorhalingen in het concept wijzen op een zorgvuldige formulering van de officiële reden (ziekte van de echtgenoot).
Ambtelijke correspondentie / intern advies betreffende marktvergunningen.
Het document bevat twee afzonderlijke ambtelijke adviezen over de familie Hijman, die werkzaam was op de markt in de Westerstraat. 1. **Advies No 33/3/2:** Dit betreft de zoon, **L. Hijman**. Omdat hij geen "voorkeurskaart" heeft, is hij vrijgesteld van loting. De ambtenaar adviseert positief ("kan mi. [mijns inziens] toegestaan worden") op zijn verzoek om zijn moeder te mogen assisteren tijdens de ziekte van zijn vader. 2. **Advies No 33/3/1:** Dit betreft de vader, **S. Hijman** (wonende Westerstraat 215). Hij vraagt of zijn zoon hem volledig mag vervangen tijdens zijn ziekte. De ambtenaar adviseert hier negatief ("moet mi. niet toegestaan worden"), waarbij het woord 'niet' voor de duidelijkheid is onderstreept. Opvallend is de handgeschreven notitie onderaan van 20 februari. Een hogere functionaris (mogelijk de Inspecteur zelf) zet vraagtekens bij het negatieve advies met de korte vraag: *"Waarom niet toestaan?"*. Dit wijst op een interne discussie over de interpretatie van de marktregels.
Brief/Verzoekschrift.
Het document is een formeel verzoekschrift van L. Hijman aan de directeur van het Amsterdamse Marktwezen. De schrijver is een "losse staanplaatshouder" (nummer 367) op de markt in de Westerstraat. De kern van het verzoek is een ontheffing of behoud van zijn marktpositie zonder deelname aan de reguliere loting. De reden hiervoor is een familieomstandigheid: de vader van de schrijver, S. Hijman (die zelf een staanplaats had op de Transvaalstraat), is ziek. L. Hijman geeft aan dat hij zijn moeder moet assisteren bij de kraam van zijn vader en daarom niet aanwezig kan zijn bij de loting voor zijn eigen nummer op de Westerstraat. Hij verzoekt daarom zijn huidige nummer (367) te mogen behouden. De toon is formeel en beleefd, kenmerkend voor correspondentie met overheidsinstanties in die periode.
Archieflijst-vermeldingen
Getypte lijst met administratieve gegevens (waarschijnlijk afkomstig van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen).
| S.Hijman | 6-6-84 | Transvaalstraat 94 hs | " | 29-12-41 |
Administratief register (tabelvorm).
| S. Hijman | 6-6-84 | Transvaalstr. 94 II | Sponsen - lappen | 29-12-41 | " |
Koopliedenlijsten
Waterlooplein — standplaats " 29-12-41
Relevante Archieffragmenten
M. de Haan.
Werkman bij de Commissie
# TRANSCRIPTIE [Rechtsboven, vaag]: Suppleert (?) J.J. Hofman 25. 11 - 1884 Halmaheirastraat 4 III geauth. fam. v. Bloem sinds 9. 7 - 28 abs. B. Kamstra sinds October 1986.
[Hoofdtekst:]
- 3 -