Archiefdocumenten

Archief 745 | 745-277 | Pagina 394 | 1939

Brief / Verzoekschrift.

In deze brief wendt A. Koning uit Volendam zich tot de autoriteiten (geadresseerd als W.E.G. Heer, wat staat voor WelEdelGestrenge) betreffende zijn dossier onder de Zuiderzeesteunwet. De kern van zijn relaas is het verlies van zijn inkomsten als visventer. Koning stelt dat hij in december 1935 gedwongen was te stoppen met zijn werk. De directe oorzaak die hij aanvoert is de afsluiting van de Zuiderzee, waardoor er onvoldoende vis beschikbaar was om zijn handel voort te zetten. Hij benadrukt zijn status als "Bona-fide vischventer" met een vaste staanplaats in de Ten Katestraat (waarschijnlijk de Ten Katemarkt in Amsterdam, waar veel Volendammers hun vis verkochten). De toon van de brief is uiterst eerbiedig ("met de meest verschuldigde eerbied"), maar ook emotioneel geladen. De uitspraak dat hij zijn standplaats "met een bloedend hart" moest opgeven omdat hij de kost voor zijn vrouw en kinderen niet meer kon verdienen, onderstreept de persoonlijke wanhoop die de economische transitie na de voltooiing van de Afsluitdijk teweegbracht.

Archief 745 | 745-326 | Pagina 218 | 1940

Ambtsbericht / Rapportage van een ambtenaar.

Het document betreft een kort, formeel verslag van een ambtenaar (mogelijk een ijkmeester of controleur) aan zijn directeur. De schrijver rapporteert de vijandige reactie van een burger tijdens de uitvoering van zijn ambtelijke taak. Opvallend is het contrast tussen de zeer formele toon van de rapportage ("W. Heer" – WelEdelen Heer, "hiervan rapport te zullen maken") en de platte, beledigende taal van de geciteerde persoon. De termen "sodemieter op" en vooral "beestmensch" wijzen op een hoogopgelopen conflict. Het woord "beestmensch" is een archaïsche term die in die tijd werd gebruikt voor iemand die men als onbeschaafd of onmenselijk beschouwde.

Archief 745 | 745-396 | Pagina 162 | 1942

Handgeschreven administratieve brief.

De brief is een formeel verzoek van J. Tuip om zijn marktstaanplaats op te zeggen. De schrijver geeft aan dat het palingseizoen ("de aal") ten einde is en dat hij onder de huidige omstandigheden geen gebruik meer maakt van zijn plek. De toon is hoopvol doch getekend door de tijd: hij spreekt de wens uit om "als de oorlog (...) afgelopen is" zijn handel weer te hervatten wanneer de aal weer "vrij" (niet langer aan restricties gebonden) zal zijn. De administratieve verwerking is interessant: in de marge merkt een ambtenaar (mogelijk een familielid of iemand met dezelfde achternaam, G. Tuip) op dat de afzender helemaal niet op de officiële verdeellijst stond. Dit wijst op een mogelijke discrepantie tussen het feitelijke gebruik van de marktplaatsen en de officiële administratie tijdens de bezettingsjaren.

Relevante Archieffragmenten

Grb.1015. H/e. 28 April 1942. den Heer Wethouder P.W.

Relevantie: 82%
Archief 745 | 745-277 | Pagina 239 | 1939

# TRANSCRIPTIE Weled Heer.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                      ...

Relevantie: 82%
Archief 745 | 745-411 | Pagina 163 | 1943

# TRANSCRIPTIE Den Heer. Directeur v/h. Marktwezen Jan van Galenstraat Amsterdam (W.)

Relevantie: 81%
Archief 745 | 745-426 | Pagina 58 | 1944

# TRANSCRIPTIE De Weledb Heer Directeur v. d. Marktwezen J v Galenstr. 14 A. dam.

Relevantie: 81% ** de "directeur van het marktwezen". dit was de gemeentelijke instantie verantwoordelijk voor de ex
Archief 745 | 745-433 | Pagina 502 | 1944

# TRANSCRIPTIE 77/10/3M. 28 Maart 1944. SV. Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, A l h i e r. ===========

Relevantie: 81% ** onbekend (waarschijnlijk de directeur of een beheerder van de centrale markt)