plaatshouders Tolhuijsen en Gerber.
Bekijk Verhaal ➔AI-Synthese 12
Tolhuijsen en Gerber waren plaatshouders op de markt in Amsterdam. In 1941 staan ze vermeld in marktplijsten, maar hun specifieke standplaatsen en producten zijn onbekend. Ze worden niet genoemd in de beschikbare documenten over corruptie op de Albert Cuypstraat (1939) of het beheer van de Dappermarkt (1940-1941).
Handel
Archiefdocumenten
Ambtelijk verslag/brief betreffende marktzaken.
Dit document is een verslag van een conflict tussen een burger (de heer G. Lonnan, een gepensioneerde politieman) en het Amsterdamse Marktwezen. Lonnan beklaagt zich over de wanorde op de markt (met name de Albert Cuypstraat), waar kisten en emballage de doorgang op het trottoir zouden hinderen. De kern van de klacht is echter ernstiger: Lonnan suggereert corruptie of plichtsverzuim onder de marktcontroleurs. Hij trekt een vergelijking met een incident waarbij een politieagent steekpenningen (sterke drank) aannam van een venter. De schrijver van het verslag (een ambtenaar van het Marktwezen) reageert defensief en geirriteerd. Hij doet de klachten van Lonnan af als "pietluttigheden" en "insinuaties", maar ziet zich door de ernst van de beschuldigingen toch genoodzaakt om een officieel onderzoek naar het gedrag van de marktambtenaren aan te vragen om de eer van de dienst te zuiveren.
Brief (handgeschreven)
De brief is een formeel verzoek van J. Renz aan een marktinspecteur betreffende het beheer van de standplaatsen op de Dappermarkt in Amsterdam. De kern van het schrijven is dat het ongebruikt laten van vaste standplaatsen de vitaliteit van de markt schaadt ("het laten verloopen van markten"). Renz adviseert de inspecteur om een specifieke koopman, de heer S. de Boer (houder van plaats nr. 87), officieel te ontbieden. Het doel is om hem duidelijk te maken dat het in zijn eigen belang (en dat van de markt als geheel) is dat hij zijn standplaats daadwerkelijk gebruikt, met een voorgestelde minimumfrequentie van ten minste één dag per week.
Brief / Ambtelijk schrijven
In deze korte brief uit de schrijver, J. Renz, zijn zorg over het functioneren van de markt in de Dapperstraat. Hij stelt dat wanneer vaste plaatshouders toestemming krijgen om hun plek niet te bezetten ("uitstel geven"), dit de kwaliteit en de aantrekkingskracht van de markt schaadt ("het laten verloopen van een markt"). Concreet adviseert hij de inspecteur om een specifieke koopman, de heer S. v. Engel (die staanplaats nummer 117 bezet), bij zich te roepen (te "ontbieden"). Het doel van dit gesprek zou moeten zijn om de koopman duidelijk te maken dat het ook in zijn eigen belang is dat de markt vitaal blijft, en dat hij daarom verplicht is om minstens één dag per week daadwerkelijk op de markt aanwezig te zijn met zijn handel.
Koopliedenlijsten
Onbekend
Onbekend
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE aanvoer 14 Dec In Kalestraat Zoetwatervisch (voorw) van A Fonn . a B Fonn en W Ruiter 80p 40p + 40p. aanvoerders A Fonn <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> || Ik heb alleen vink af laten houden van de aanvoerder doch **niet** van de beide andere aanv...
# TRANSCRIPTIE **Vaste plaatshouders**
# TRANSCRIPTIE R A P P O R T \----------------- Mevr:Wed:N.P.Gerber-Tolhuijsen,oud 45 jaar en wonende Douwes Dekker- straat 35 alhier,verzoekt om een erkenning als kleinhandelaarster in groenten in fruit.Zij verklaart reeds 25 jaren in de betrokken kleinhandel werkzaam te zijn als zelfstandig koopster,hetgeen mij bij onderzoek juist is gebleken.Zij heeft sinds 1 December 1922 een vaste standplaa...
# TRANSCRIPTIE **Joodsche standplaatshouders**
# TRANSCRIPTIE Sijkema Rijvordt Schermer Groenen Jonkman