Archief 745
Inventaris 745-275
Pagina 305
Dossier 25
Jaar 1939
Stadsarchief

Dienstbrief / Rapportage

26 januari 1939 Van: Onbekend (mogelijk een opzichter of administratief medewerker van het Marktwezen, Amsterdam) Aan: Den Heer Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam

Origineel

Dienstbrief / Rapportage 26 januari 1939 Onbekend (mogelijk een opzichter of administratief medewerker van het Marktwezen, Amsterdam) Den Heer Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam Adres af No 25/9/1 M 39.

Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.

Naar aanleiding van bijgaand anoniem
schrijven, behelzende een klacht betreffende
bijstand van Mej. P. Vos, pl. 315 A.C., bericht
ik U, dat haar op 19 April '30 (zie 25/6/2 M 30)
door den Heer Directeur van het Marktwezen
toestemming is verleend zich te doen bijstaan
door haar niet-werkigen man P. Hufman.
Vervanging vindt niet plaats.

Amsterdam, 26 Jan. '39
[Handtekening] In deze brief rapporteert een ambtenaar aan de Inspecteur van het Marktwezen over een binnengekomen anonieme klacht. De klacht richtte zich blijkbaar op het feit dat Mej. P. Vos, die een standplaats (nummer 315) had op de Albert Cuypmarkt (A.C.), hulp kreeg bij haar kraam.

De schrijver verduidelijkt dat er geen sprake is van een onreglementaire situatie: reeds op 19 april 1930 was er officiële toestemming verleend door de Directeur van het Marktwezen. De persoon die haar bijstaat is haar echtgenoot, P. Hufman, die op dat moment werkloos ("niet-werkig") was. De brief benadrukt dat het hier gaat om 'bijstand' (hulp) en niet om 'vervanging' (waarbij de vergunninghouder zelf niet aanwezig zou zijn), wat waarschijnlijk het punt van de klacht was. Dit document biedt een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse markten in de jaren 30. In deze periode van economische crisis was de controle op marktvergunningen streng. Men mocht niet zomaar iemand anders de kraam laten bemannen; vervanging was aan strenge regels gebonden om te voorkomen dat vergunningen illegaal werden 'onderverhuurd' of dat mensen zonder papieren handel dreven.

Het feit dat de echtgenoot als "niet-werkig" (werkloos) wordt omschreven, is typerend voor de tijd. Voor veel gezinnen in de jaren 30 was een marktplaats een cruciale bron van inkomsten wanneer de hoofdkostwinner werkloos was geraakt. De administratie van het Marktwezen hield dergelijke uitzonderingen en toestemmingen nauwkeurig bij in dossiers, zoals blijkt uit de verwijzing naar een besluit uit 1930 (negen jaar vóór deze brief). Anonieme klachten ('verklikking') over vermeende overtredingen kwamen in die tijd vaker voor, vaak uit concurrentieoverwegingen of jaloezie tussen marktkooplieden.

Samenvatting

In deze brief rapporteert een ambtenaar aan de Inspecteur van het Marktwezen over een binnengekomen anonieme klacht. De klacht richtte zich blijkbaar op het feit dat Mej. P. Vos, die een standplaats (nummer 315) had op de Albert Cuypmarkt (A.C.), hulp kreeg bij haar kraam.

De schrijver verduidelijkt dat er geen sprake is van een onreglementaire situatie: reeds op 19 april 1930 was er officiële toestemming verleend door de Directeur van het Marktwezen. De persoon die haar bijstaat is haar echtgenoot, P. Hufman, die op dat moment werkloos ("niet-werkig") was. De brief benadrukt dat het hier gaat om 'bijstand' (hulp) en niet om 'vervanging' (waarbij de vergunninghouder zelf niet aanwezig zou zijn), wat waarschijnlijk het punt van de klacht was.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse markten in de jaren 30. In deze periode van economische crisis was de controle op marktvergunningen streng. Men mocht niet zomaar iemand anders de kraam laten bemannen; vervanging was aan strenge regels gebonden om te voorkomen dat vergunningen illegaal werden 'onderverhuurd' of dat mensen zonder papieren handel dreven.

Het feit dat de echtgenoot als "niet-werkig" (werkloos) wordt omschreven, is typerend voor de tijd. Voor veel gezinnen in de jaren 30 was een marktplaats een cruciale bron van inkomsten wanneer de hoofdkostwinner werkloos was geraakt. De administratie van het Marktwezen hield dergelijke uitzonderingen en toestemmingen nauwkeurig bij in dossiers, zoals blijkt uit de verwijzing naar een besluit uit 1930 (negen jaar vóór deze brief). Anonieme klachten ('verklikking') over vermeende overtredingen kwamen in die tijd vaker voor, vaak uit concurrentieoverwegingen of jaloezie tussen marktkooplieden.

Gerelateerde Documenten 6