Brief/ambtelijk advies.
Origineel
Brief/ambtelijk advies. 3 februari 1939. Onbekende ambtenaar (ondertekening lastig leesbaar, mogelijk een opzichter of administratief medewerker). De Heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam. Advies op No 25/12/1 M 39.
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
Naar aanleiding van bijgaand verzoek van
H.C.Y. de Waal, pl. 63 AC, bericht ik U het volgende:
De heer de Waal heeft sinds 9 Jan. 39 een achter-
stand in zijn marktgeldbetaling van 2 weken,
nl. 2 x f 1.35 = f 2.70.
Herhaaldelijk is hem, evenals de overigen
die in dezelfde omstandigheden verkeerden, ge-
maand het achterstallige marktgeld te voldoen,
doch het resultaat was bij de Waal nihil.
Uit een oogpunt van billijkheid t.o.v. van
andere kooplieden is het niet gewenscht aan
het verzoek te voldoen.
Bovendien zal inwilliging van het verzoek
tot gevolg hebben, dat vele kooplieden zich met
een dergelijk verzoek tot de Directie v/h Markt-
wezen zal wenden, waardoor een richtige invor-
dering van het marktgeld in gevaar wordt gebracht.
Amsterdam, 3-2-39.
[Onleesbare handtekening] * Inhoud: Het document betreft een negatief advies naar aanleiding van een verzoek van een marktkoopman (H.C.Y. de Waal). De koopman heeft een betalingsachterstand van twee weken (totaal 2,70 gulden). Ondanks herhaalde aanmaningen heeft hij niet betaald.
* Argumentatie: De schrijver hanteert twee hoofdargumenten om het verzoek af te wijzen:
1. Rechtvaardigheid: Het zou onfair zijn tegenover andere kooplieden die wel netjes betalen ("oogpunt van billijkheid").
2. Precedentwerking: Als men dit verzoek inwilligt, zullen meer kooplieden verzoeken om kwijtschelding of uitstel indienen, wat de effectieve inning van marktgelden in gevaar brengt.
* Stijl en taal: Het taalgebruik is formeel en ambtelijk, typerend voor de vooroorlogse bureaucratie ("niet gewenscht", "richtige invordering", "inwilliging"). Dit document stamt uit februari 1939, een periode waarin Nederland nog kampte met de naweeën van de economische crisis van de jaren '30. Voor marktkooplieden was het betalen van standplaatsgelden (marktgeld) vaak een zware last. De Dienst van het Marktwezen in Amsterdam was verantwoordelijk voor het beheer van de vele markten in de stad en hanteerde een strikt beleid om de inkomsten voor de gemeente te waarborgen. De genoemde "pl. 63 AC" verwijst vermoedelijk naar de specifieke standplaats of marktsectie. Dit soort correspondentie geeft inzicht in de dagelijkse economische strijd van kleine zelfstandigen en de onbuigzame houding van de overheid in die tijd.