Proces-verbaal / Verklaring van mishandeling.
Origineel
Proces-verbaal / Verklaring van mishandeling. 4 maart 1939. [Linksboven in handschrift:]
N° 77/18/3 M. 1939
[Stempel:]
Gezien
[Handtekening onleesbaar]
[Linkermarge:]
Mishandeling van Samuel van Gelderen, contra Salomon Blik, oud 58 jaar, fruitgrossier, wonende 2e Boerhaavestraat 17 II te Amsterdam(Oost).
[Hoofdtekst:]
Op Zaterdag 4 Maart 1900negenendertig werd my, Carel Lodewijk Buenting, ambtenaar van het Marktwezen te Amsterdam, tevens onbezoldigd veldwachter dezer gemeente, door Samuel van Gelderen, oud 35 jaar, winkelier, wonende Molukkenstraat 111 huis te Amsterdam(Oost) het navolgende verklaard: "Heden te ongeveer 9.30 uur voormiddags bevond ik my voor het pakhuis van den grossier B. van Thyn, hetwelk zich bevindt in de Hal en gemerkt is Hal I, welke hal zich bevindt op de terreinen van de Centrale Markt, Jan van Galenstraat te Amsterdam(West). Met dezen grossier en zyn knecht stond ik te praten over handel, toen plotseling de grossier S. Blik, die tegenover het pakhuis van van Thyn een plaats bezet op ongeveer 8 meter afstand, vloekende in onze richting liep en zich kennelyk tot my richtende, de woorden bezigde: Alle klanten die na 9 uur op de markt verschynen kunnen me afsterven en kunnen de typhus krygen. Aangezien ik de eenigste kooper was die zich in de omgeving ophield en daar ik bovendien de Centrale Markt als regel eerst na 9 uur voormiddags pleeg te bezoeken, voegde ik Blik toe: Dat zal je meenemen voor je vrouw en kinderen. Hierop werd Blik kwaad en gaf hy my eenige klappen op myn wang. Deze klappen kwamen aan en ik heb dan ook geruimen tyd pyn gehad. Myn hoed vloog over den ryweg, terwyl de sigaar die ik in myn mond had, op den grond terechtkwam. Ik verzoek U om Blik voor deze mishandeling te doen vervolgen."
In verband met het vorenstaande verklaarde Benjamin van Thyn, oud 40 jaar, fruitgrossier, wonende Wielingenstraat No 18 op 4 Maart 1900negenendertig het navolgende: "Hedenmorgen te ongeveer 9.30 uur was ik voor myn pakhuis Hal I in gesprek met myn klant S. van Gelderen, toen de fruitgrossier S. Blik, die tegenover myn pakhuis een plaats bezet, opgewonden en vloekende in onze richting kwam loopen. Ik vermoed dat hy in dezen toestand was geraakt door een gesprek dat hy even tevoren met een zyner klanten had gevoerd en dat niet naar zyn zin verliep. In onze nabyheid gekomen hoorde ik hem vloeken en zei hy verder: Alle klanten die na 9 uur komen zullen me afsterven. Dit trok van Gelderen zich aan, aangezien hy op dat ogenblik de eenige kooper was, die zich in onze omgeving ophield. Hy wendde zich tot Blik en zei: Dat zal je meenemen voor je vrouw en je kinderen. Hiermede nam Blik op zyn beurt geen genoegen en hy gaf van Gelderen een klap die aankwam en waardoor hoed en sigaar van dezen koopman op den grond terechtkwamen. Ik sprong tusschen de van Gelderen en Blik waarna Blik ophield met slaan. Dit document is een officieel verslag van een incident op de Centrale Markt in Amsterdam in maart 1939. De kern van de zaak is een verbale ruzie die escaleert in fysiek geweld (enkele klappen).
Opvallend is de taal: het is formeel-ambtelijk Nederlands ("het navolgende", "vloekende in onze richting", "de woorden bezigde"). Ook de spelling is tijdsgebonden, met het gebruik van de 'y' in plaats van de moderne 'ij' (bijv. "myn", "zyn", "nabyheid"). Het typewerk bevat een eigenaardigheid in de datumschrijving: "1900negenendertig", waarbij het jaartal voluit en in cijfers gecombineerd lijkt te worden.
De aanleiding van het conflict is een uiting van frustratie door grossier Blik over klanten die laat (na 9:00 uur) op de markt verschijnen. Van Gelderen, die zich aangesproken voelt, reageert met een belediging richting de familie van Blik, wat de directe aanleiding vormt voor de mishandeling. Het incident vindt plaats op de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat, die in 1934 werden geopend. Dit was het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening.
Historisch gezien is de datum (maart 1939) relevant: het is kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De namen van de betrokkenen (Van Gelderen, Blik, Van Thyn) zijn veelvoorkomende namen binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam in die tijd. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de markthandel en de fruit- en groentegrossierderij. Dit document geeft een inkijkje in het dagelijks leven en de onderlinge spanningen op de werkvloer vlak voor de Duitse bezetting, waarbij kleine irritaties over markttijden konden ontaarden in een politiezaak. B. van Thyn S. Blik S. van Gelderen Marktwezen