Officiële brief/waarschuwing (getypt met handgeschreven kanttekeningen).
Origineel
Officiële brief/waarschuwing (getypt met handgeschreven kanttekeningen). 6 december 1939. Vermoedelijk de Dienst der Marktwezen (onderdeel van de gemeente Amsterdam, aangeduid met 'DV'). Den Heer L.M. Geerling, Albert Cuypstraat 143, Amsterdam-Zuid. (Rechtsboven, handgeschreven in inkt/potlood):
h. Müller
(Midden boven):
DV.
(Linksboven):
85/115/4 M.
Letter FX
(In de linkermarge, handgeschreven):
Betaalt per kas.
p/r f 2.50
(Rechts):
6 December 1939.
(Geadresseerde):
den Heer L.M.Geerling,
Albert Cuypstraat 143,
Amsterdam-Zuid,
Wijk 14.
(Midden, onderstreept):
Waarschuwing betaling kramengeld.
(Onderaan):
9 December a.s. [links] Zaterdag [rechts] Dit document is een officiële aanmaning aan een markthandel (de heer Geerling) wegens het niet tijdig betalen van het 'kramengeld'. Kramengeld is de vergoeding die een marktkoopman aan de gemeente betaalt voor het recht om een kraam te bezetten op een openbare markt.
De ontvanger woonde op de Albert Cuypstraat 143, wat direct aan de locatie van de Albert Cuypmarkt ligt. In die tijd was het gebruikelijk dat marktkooplieden boven of nabij hun staanplaats woonden.
De handgeschreven notitie in de kantlijn ("Betaalt per kas. p/r f 2.50") is essentieel: deze lijkt achteraf te zijn toegevoegd door een ambtenaar om aan te geven dat de schuld van 2,50 gulden inmiddels contant aan de kassa was voldaan. De datum 9 december (een zaterdag) was de uiterste termijn voor betaling. Het document stamt uit december 1939. Nederland bevond zich op dat moment in de periode van de mobilisatie; de Tweede Wereldoorlog was in Europa al uitgebroken, maar Nederland was nog neutraal.
De Albert Cuypmarkt was in 1939 al een gevestigde instelling in Amsterdam (sinds 1905). De bureaucratie rondom de markten was streng gereguleerd. Het bedrag van 2,50 gulden voor kramengeld geeft een interessant inkijkje in de economische waarde van die tijd; ter vergelijking, een gemiddeld weekloon voor een arbeider lag toen rond de 20 à 25 gulden. De naam 'h. Müller' bovenaan de brief is waarschijnlijk die van de behandelend ambtenaar of de marktmeester van Wijk 14.