Archief 745
Inventaris 745-319
Pagina 216
Dossier 25
Jaar 1940
Stadsarchief

Doorslag van een officiële kennisgeving/waarschuwing van de marktautoriteit.

18 juli 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten te Amsterdam).

Origineel

Doorslag van een officiële kennisgeving/waarschuwing van de marktautoriteit. 18 juli 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten te Amsterdam). [Handgeschreven rechtsboven:] M. de Boer
[Handgeschreven middenboven:] Verzonden 18/7
[Getypt rechtsboven:] HG.

18 Juli 1940.

Mij is gerapporteerd, dat U op Zaterdag 13 Juli jl. ondanks de U gegeven waarschuwing, niet tijdig – dat wil zeggen om 9 uur n.m. – met Uw goederen de markt aan de Dapperstraat had verlaten.

In verband met dit feit heb ik U, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten, voorwaardelijk gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen en wel voor den tijd van één dag. Deze straf zal ten uitvoer worden gelegd, indien U zich binnen één jaar na dato dezes andermaal aan een laakbare handeling op een der markten hier ter stede schuldig maakt, onverminderd de straf, die alsdan op het nieuwe feit zal worden gesteld.

De Directeur,

Gezonden aan:

J.A. Bosch, Tilanusstraat 77 I no. 26/57/2 M.
H. Osinga, 2e Oosterparkstraat 52 I no. 26/57/3 M.
A.K.W. v.d. Linde, Reinwardtstraat 9 I no. 26/57/4 M.
H. Elting, Wagenaarstraat 99 II no. 26/57/5 M.
J.D. v. Gaveren, Menadostraat 23 II no. 26/57/6 M. Het document is een officiële administratieve maatregel tegen vijf marktkooplieden in Amsterdam. Zij hebben de regels van de Dapperstramarkt overtreden door op zaterdag 13 juli 1940 niet op tijd (voor 21:00 uur) hun kraam te ontruimen, ondanks een eerdere waarschuwing.

De directeur van de marktdienst legt een voorwaardelijke straf op: een schorsing van één dag (ontneming van het recht op een staanplaats). Deze straf heeft een proeftijd van één jaar. De toon is strikt juridisch en verwijst direct naar het geldende 'Reglement op de Markten'. Opvallend is dat de brief aan vijf verschillende personen is gericht, wat suggereert dat zij ofwel bij elkaar stonden of dat er die avond een collectieve controle heeft plaatsgevonden waarbij meerdere kooplieden op dezelfde overtreding zijn betrapt. Dit document is gedateerd op 18 juli 1940, slechts twee maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt betreffende marktordening, krijgt het een sinistere lading wanneer de namen van de geadresseerden worden nagetrokken in de context van de Holocaust.

De meeste van de genoemde personen waren Joodse Amsterdammers die in de directe omgeving van de Dappermarkt woonden (Amsterdam-Oost). Zoals uit archieven van de Jodenvervolging blijkt, zijn personen als Joël Abraham Bosch en Hartog Osinga later gedeporteerd en vermoord in concentratiekampen.

In de vroege fase van de bezetting werd de druk op de Joodse bevolking vaak opgevoerd via strikte handhaving van bestaande en nieuwe regelgeving. Kleine overtredingen, zoals het te laat verlaten van de markt, werden nauwgezet gerapporteerd en bestraft. Dit document illustreert hoe het normale ambtenarenapparaat in de eerste maanden van de bezetting bleef functioneren en (al dan niet onbewust) bijdroeg aan het dossier dat over deze burgers werd opgebouwd. Kort na deze periode volgden de expliciete anti-Joodse maatregelen die Joden volledig van de markten zouden weren. A.K.W. v.d. Linde H. Elting H. Osinga J.A. Bosch M. de Boer

Samenvatting

Het document is een officiële administratieve maatregel tegen vijf marktkooplieden in Amsterdam. Zij hebben de regels van de Dapperstramarkt overtreden door op zaterdag 13 juli 1940 niet op tijd (voor 21:00 uur) hun kraam te ontruimen, ondanks een eerdere waarschuwing.

De directeur van de marktdienst legt een voorwaardelijke straf op: een schorsing van één dag (ontneming van het recht op een staanplaats). Deze straf heeft een proeftijd van één jaar. De toon is strikt juridisch en verwijst direct naar het geldende 'Reglement op de Markten'. Opvallend is dat de brief aan vijf verschillende personen is gericht, wat suggereert dat zij ofwel bij elkaar stonden of dat er die avond een collectieve controle heeft plaatsgevonden waarbij meerdere kooplieden op dezelfde overtreding zijn betrapt.

Historische Context

Dit document is gedateerd op 18 juli 1940, slechts twee maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt betreffende marktordening, krijgt het een sinistere lading wanneer de namen van de geadresseerden worden nagetrokken in de context van de Holocaust.

De meeste van de genoemde personen waren Joodse Amsterdammers die in de directe omgeving van de Dappermarkt woonden (Amsterdam-Oost). Zoals uit archieven van de Jodenvervolging blijkt, zijn personen als Joël Abraham Bosch en Hartog Osinga later gedeporteerd en vermoord in concentratiekampen.

In de vroege fase van de bezetting werd de druk op de Joodse bevolking vaak opgevoerd via strikte handhaving van bestaande en nieuwe regelgeving. Kleine overtredingen, zoals het te laat verlaten van de markt, werden nauwgezet gerapporteerd en bestraft. Dit document illustreert hoe het normale ambtenarenapparaat in de eerste maanden van de bezetting bleef functioneren en (al dan niet onbewust) bijdroeg aan het dossier dat over deze burgers werd opgebouwd. Kort na deze periode volgden de expliciete anti-Joodse maatregelen die Joden volledig van de markten zouden weren.

Genoemde Personen 5

Locaties

Dappermarkt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6