Archief 745
Inventaris 745-324
Pagina 255
Dossier 109
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

22 juni 1940 (afgeleid uit het archiefkenmerk bovenaan). Van: J. Hattemar, Vrolikstraat 138, Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift). 22 juni 1940 (afgeleid uit het archiefkenmerk bovenaan). J. Hattemar, Vrolikstraat 138, Amsterdam. № 33/611/M 1940 22/6
Mijnheer
Naar aanleiding van de waarschu-
wing die ik van u ontving, inzake
het intrekken van mijn plaats,
verzoek ik u alsnog, er rekening
mede te houden, en mij te kunnen
helpen in mijn moeilijke omstan-
digheden. U weet dat ik momen-
teel werkzaam ben bij het Cen-
traal Kleedingmagazijn, en zooals
ik u reeds eerder schreef hebben wij 31 Mei
ontslag gekregen, maar het ontslag is steeds
met een week opgeschort, en dat is ook
de rede, dat ik mijn plaats tot heden
niet kon bezetten. Gaat het ont-
slag nu wel door, en intrekking van de
plaats volgt, dan ben ik dubbel ge-
straft. Daarom hoop ik indien het
ontslag nog niet doorgaat, mij nog
eenige tijd uitstel te kunnen verleenen.

Hoogachtend
J. Hattemar
Vrolikstraat 138

plaats
Westerstraat
№ 53 De brief is een dringend verzoek van de heer J. Hattemar aan een officiële instantie (vermoedelijk de marktmeester of een gemeentelijke afdeling). Hattemar heeft een waarschuwing ontvangen dat zijn "plaats" – gespecificeerd in de kantlijn als een standplaats op de Westerstraatmarkt (№ 53) – zal worden ingetrokken omdat hij deze niet bezet.

Hattemar legt uit dat zijn afwezigheid op de markt wordt veroorzaakt door zijn huidige werkzaamheden bij het 'Centraal Kleedingmagazijn'. Hij verkeert in een onzekere positie: zijn ontslag daar was gepland voor 31 mei, maar wordt sindsdien wekelijks uitgesteld. Hij bevindt zich in een spagaat; hij kan de marktplaats nog niet innemen zolang hij werkzaam is, maar hij vreest dat als hij nu zijn marktplaats verliest en later alsnog ontslagen wordt, hij zonder enige inkomstenbron achterblijft. Hij spreekt in dit verband over "dubbel gestraft" worden en verzoekt om coulance vanwege zijn "moeilijke omstandigheden". Het document dateert van 22 juni 1940, slechts enkele weken na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Deze periode kenmerkte zich door grote economische onzekerheid en sociale ontwrichting.

De Westerstraat in de Amsterdamse Jordaan was een belangrijke marktplaats voor de lokale bevolking. Voor veel Amsterdammers was een vaste standplaats op de markt het enige middel van bestaan. Het 'Centraal Kleedingmagazijn' was in die tijd een instantie die betrokken was bij de inkoop en distributie van (vaak militaire) kleding. De onzekerheid over werk en inkomen, zoals beschreven door Hattemar, was in de eerste maanden van de bezetting een wijdverspreid probleem. De brief illustreert de persoonlijke strijd van een kleine zelfstandige om het hoofd boven water te houden tijdens het begin van de oorlogsjaren. J. Hattemar

Samenvatting

De brief is een dringend verzoek van de heer J. Hattemar aan een officiële instantie (vermoedelijk de marktmeester of een gemeentelijke afdeling). Hattemar heeft een waarschuwing ontvangen dat zijn "plaats" – gespecificeerd in de kantlijn als een standplaats op de Westerstraatmarkt (№ 53) – zal worden ingetrokken omdat hij deze niet bezet.

Hattemar legt uit dat zijn afwezigheid op de markt wordt veroorzaakt door zijn huidige werkzaamheden bij het 'Centraal Kleedingmagazijn'. Hij verkeert in een onzekere positie: zijn ontslag daar was gepland voor 31 mei, maar wordt sindsdien wekelijks uitgesteld. Hij bevindt zich in een spagaat; hij kan de marktplaats nog niet innemen zolang hij werkzaam is, maar hij vreest dat als hij nu zijn marktplaats verliest en later alsnog ontslagen wordt, hij zonder enige inkomstenbron achterblijft. Hij spreekt in dit verband over "dubbel gestraft" worden en verzoekt om coulance vanwege zijn "moeilijke omstandigheden".

Historische Context

Het document dateert van 22 juni 1940, slechts enkele weken na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Deze periode kenmerkte zich door grote economische onzekerheid en sociale ontwrichting.

De Westerstraat in de Amsterdamse Jordaan was een belangrijke marktplaats voor de lokale bevolking. Voor veel Amsterdammers was een vaste standplaats op de markt het enige middel van bestaan. Het 'Centraal Kleedingmagazijn' was in die tijd een instantie die betrokken was bij de inkoop en distributie van (vaak militaire) kleding. De onzekerheid over werk en inkomen, zoals beschreven door Hattemar, was in de eerste maanden van de bezetting een wijdverspreid probleem. De brief illustreert de persoonlijke strijd van een kleine zelfstandige om het hoofd boven water te houden tijdens het begin van de oorlogsjaren.

Genoemde Personen 1

Locaties

Westerstraat

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6