Dienstbrief van het Marktwezen Amsterdam.
Origineel
Dienstbrief van het Marktwezen Amsterdam. 27 december 1940. De Directeur van het Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14. [Logo: Wapenschild Amsterdam met drie kruizen, geflankeerd door gestileerde leeuwen]
MARKTWEZEN AMSTERDAM
HG.
[Horizontale lijn over de gehele breedte]
TELEFOONNUMMER 85151 VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
[Horizontale lijn]
No. ~~33/118/1~~ M.
BIJLAGE ..............................
ONDERWERP :
[Handgeschreven tekst links:] IJmuiden 27/12-'40
AMSTERDAM (W.) 27 December 1940.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN
den Heer J.Tasch,
Wagenaarstraat 20 hs,
Amsterdam-Oost.
Wijk 18.
Op grond van het feit, dat U geen geregeld gebruik van de U verleende voorkeurskaart voor de markt Westerstraat heeft gemaakt, behoort de inschrijving op de sollicitantenlijst voor bovengenoemde markt, ingevolge artikel 10 van het Reglement op de Markten, te worden geschrapt.
Alvorens hiertoe te besluiten roep ik U op om op 30 Dec. a.s. om 10 uur v.m. te komen bij den Inspecteur van mijn dienst, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West.
De Directeur,
[Onderaan links:]
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-9-'39-526.
--- Dit document is een officiële aanzegging van de gemeente Amsterdam aan een marktkoopman, de heer J. Tasch. De kern van de brief is een voorgenomen administratieve maatregel: het intrekken van zijn recht op een standplaats op de Westerstraat-markt.
De reden die wordt opgegeven is "geen geregeld gebruik" van zijn voorkeurskaart. In de ambtelijke hiërarchie van de markten betekende dit dat iemand zijn plek niet bezette, wat volgens artikel 10 van het marktreglement leidde tot verlies van inschrijvingsrechten. De ontvanger wordt echter niet direct geschrapt, maar krijgt een hoorzitting aangeboden bij de inspecteur aan de Jan van Galenstraat (het hoofdkwartier van het Marktwezen) om zijn afwezigheid te verklaren.
De korte termijn tussen de dagtekening (27 december) en de afspraak (30 december) is opvallend, zeker gezien de kerstdagen.
--- De datum van deze brief, 27 december 1940, plaatst het document in de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een louter administratieve toon aanslaat, krijgt deze een diepere lading wanneer we kijken naar de identiteit van de geadresseerde.
De heer J. Tasch (Joseph Tasch, geboren in 1894) was een Joodse koopman. In deze periode van de bezetting begonnen de anti-Joodse maatregelen zich te intensiveren. Hoewel de formele uitsluiting van Joden van openbare markten (zoals de Westerstraat) pas later in 1941 volledig werd doorgevoerd door de bezetter, werden administratieve regels in 1940 al strikter gehandhaafd.
Het feit dat Tasch geen "geregeld gebruik" maakte van zijn kaart, kan te maken hebben gehad met de toenemende restricties, angst of de economische ontwrichting voor Joodse handelaren in die tijd. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Joseph Tasch de oorlog niet heeft overleefd; hij werd in 1943 in Sobibor vermoord. Dit document vormt daarmee een schakel in het proces van bureaucratische uitsluiting dat aan de uiteindelijke deportatie voorafging. De handgeschreven aantekening "IJmuiden" suggereert mogelijk een tijdelijk verblijf of een verbinding met die locatie op dat moment.