Archief 745
Inventaris 745-325
Pagina 80
Dossier 82
Jaar 1940
Stadsarchief

Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie).

22 november 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Markten in Amsterdam).

Origineel

Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie). 22 november 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Markten in Amsterdam). [Handgeschreven in potlood bovenaan:] Extra

[Rechtsboven:] vP/HG.

den Heer M. Kapper,
Gerard Doustraat 182 I,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 14.

33/101/2 M. 22 November 1940.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 11 dezer bericht ik U,
dat het daarin vervatte verzoek niet voor inwilliging in aanmer-
king kan komen. Indien U voortaan Uw plaats op de markt Wester-
straat niet regelmatig, dat wil zeggen ten minste drie maal per
vier weken, bezet, zal deze plaats worden ingetrokken, overeenkom-
stig de desbetreffende bepalingen van het Reglement op de Markten.

De Directeur, Het document is een zakelijke en formele afwijzingsbrief. De toon is streng en bureaucratisch. De essentie van de brief is tweeledig:
1. Afwijzing: Een niet nader gespecificeerd verzoek van de heer Kapper van 11 november 1940 wordt expliciet afgewezen (het woord "niet" is onderstreept ter benadrukking).
2. Waarschuwing: Er wordt gedreigd met het intrekken van de marktvergunning voor de Westerstraat als de heer Kapper niet voldoet aan de aanwezigheidsplicht (minimaal 3 van de 4 weken).

De brief bevat administratieve details zoals wijkindeling ("Wijk 14") en dossiernummers, wat wijst op een strak gereguleerd systeem van markttoezicht in Amsterdam. De datum van de brief, 22 november 1940, is cruciaal voor de historische context. Nederland was op dat moment ruim een half jaar bezet door nazi-Duitsland.

In deze periode begonnen de bezetter en het meewerkende Nederlandse ambtenarenapparaat met de systematische uitsluiting van Joodse burgers uit het openbare leven. De naam "Kapper" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam in die tijd, en de Gerard Doustraat lag in een buurt met veel Joodse bewoners.

Hoewel de brief op het eerste gezicht een standaard administratieve maatregel lijkt te zijn over marktreglementen, moet deze gezien worden in het licht van de toenemende druk op Joodse markthandelaren. Kort na deze datum, in het begin van 1941, werden Joodse handelaren verplicht zich naar specifieke "Jodenmarkten" te verplaatsen, voordat ze uiteindelijk geheel uit het economische leven werden verbannen. De strikte handhaving van regels (zoals de aanwezigheidsplicht) werd in deze periode vaak gebruikt als instrument om "onwelgevallige" groepen hun vergunningen te kunnen ontnemen.

Samenvatting

Het document is een zakelijke en formele afwijzingsbrief. De toon is streng en bureaucratisch. De essentie van de brief is tweeledig:
1. Afwijzing: Een niet nader gespecificeerd verzoek van de heer Kapper van 11 november 1940 wordt expliciet afgewezen (het woord "niet" is onderstreept ter benadrukking).
2. Waarschuwing: Er wordt gedreigd met het intrekken van de marktvergunning voor de Westerstraat als de heer Kapper niet voldoet aan de aanwezigheidsplicht (minimaal 3 van de 4 weken).

De brief bevat administratieve details zoals wijkindeling ("Wijk 14") en dossiernummers, wat wijst op een strak gereguleerd systeem van markttoezicht in Amsterdam.

Historische Context

De datum van de brief, 22 november 1940, is cruciaal voor de historische context. Nederland was op dat moment ruim een half jaar bezet door nazi-Duitsland.

In deze periode begonnen de bezetter en het meewerkende Nederlandse ambtenarenapparaat met de systematische uitsluiting van Joodse burgers uit het openbare leven. De naam "Kapper" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam in die tijd, en de Gerard Doustraat lag in een buurt met veel Joodse bewoners.

Hoewel de brief op het eerste gezicht een standaard administratieve maatregel lijkt te zijn over marktreglementen, moet deze gezien worden in het licht van de toenemende druk op Joodse markthandelaren. Kort na deze datum, in het begin van 1941, werden Joodse handelaren verplicht zich naar specifieke "Jodenmarkten" te verplaatsen, voordat ze uiteindelijk geheel uit het economische leven werden verbannen. De strikte handhaving van regels (zoals de aanwezigheidsplicht) werd in deze periode vaak gebruikt als instrument om "onwelgevallige" groepen hun vergunningen te kunnen ontnemen.

Gerelateerde Documenten 6