Dienstkaart / Oproepingskaart Marktwezen.
Origineel
Dienstkaart / Oproepingskaart Marktwezen. Oktober – december 1940. [Linkerbovenzijde - Stempel]
Nº 33/104/2 M. 1940
[Linkerzijde - Voorbedrukte tekst met handgeschreven aanvullingen]
Opgeroepen per
(datum) 12-11-'40 (uur) 9
(datum) 20-11-'40 (uur) 9 ½-12
wegens niet geregeld bezetten plaats
op de markt Westerstraat
pl. 37
[Midden - Handgeschreven]
Gewaarschuwd 15/10 '40
[Onderzijde - Geadresseerde]
Aan G. Matteman
3e Oosterparkstraat 18 I
[Rechterzijde - Aanteekeningen Inspecteur]
Aanteekeningen Inspecteur:
Zal probeeren weer geregeld
plaats op markt in te
nemen.
20-11-'40
de Heer [Handtekening/Paraaf]
[Onderzijde rechts - Parafen en Stempel]
Th. de Wolff
p.h.
[Paraaf]
* 2 DEC. 1940
opb [Paraaf] * Persoon: De kaart betreft de heer G. Matteman, woonachtig aan de 3e Oosterparkstraat 18-I in Amsterdam.
* Overtreding: Matteman wordt aangesproken op het "niet geregeld bezetten" van zijn vaste standplaats (nummer 37) op de Westerstraatmarkt. Marktkooplieden waren verplicht hun plek regelmatig in te nemen om hun vergunning te behouden.
* Chronologie:
* 15 oktober 1940: Er is een eerste waarschuwing gegeven.
* 12 november 1940: Eerste officiële oproeping om 09:00 uur.
* 20 november 1940: Tweede oproeping. Tijdens dit gesprek geeft de betrokkene aan dat hij zal proberen zijn plaats weer geregeld in te nemen.
* 2 december 1940: Het dossier wordt (voorlopig) administratief afgehandeld of opgeborgen ("opb"), zoals blijkt uit het datumstempel.
* Ambtenaren: De kaart is ondertekend door inspecteur Th. de Wolff. Dit document stamt uit de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. De marktcontrole in Amsterdam was streng gereguleerd door de gemeente. Het niet bezetten van een plaats kon leiden tot intrekking van de marktvergunning, wat voor veel handelaren een verlies van broodwinning betekende.
De achternaam Matteman is een bekende naam binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam. Gezien de datum (eind 1940) bevond de stad zich in een periode waarin anti-Joodse maatregelen door de bezetter steeds vaker werden doorgevoerd, wat direct invloed kon hebben op de aanwezigheid en de bewegingsvrijheid van Joodse markthandelaren. Deze kaart biedt hiermee niet alleen inzicht in de marktbureaucratie, maar mogelijk ook in de persoonlijke worsteling van een handelaar om zijn nering te behouden in een onzekere tijd.