Getypte ambtelijke brief (doorslag/kopie).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (doorslag/kopie). 15 april 1940. Onbekend (waarschijnlijk een directeur van een marktwezen of politiecommissaris). [Rechtsboven handgeschreven:] Mr. Fr. Moen
[Linksboven:]
VP/HG.
37/59/1 M. [Middenboven handgeschreven:] Extra
15 April 1940.
Tegengaan van het zoo-
genaamde "leuren".
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Met mijn rapport d.d. 16 November jl. (No.37/7/14
M.) ontraadde ik U, de invoering van een door den heer
Gemeente-Advocaat in zijn missive d.d. 19 October 1939 (No.
831 L.M.1938) in overweging gegeven aanvulling van artikel
344 A der Algemeene Politie Verordening, welke aanvulling een
strafbedreiging inhield tegen het koopen van een "leurder".
Door een dergelijke nieuwe strafbepaling wordt niet voorkomen,
dat de "leurders" in de practijk straffeloos werkzaam kunnen
zijn, doordien zij dagelijks bij het afleveren der waren,
"bestellingen" voor den volgenden dag opnemen; bovendien zou,
als ook de kooper strafbaar is, deze zich op een verschoo-
ningsrecht kunnen beroepen in de zaak tegen den "leurder"
(in de zeldzame gevallen, dat werkelijk "leuren" met niet-
vooraf-bestelde waren blijkt), waardoor de bewijslevering
tegen den "leurder" nog meer zou worden bemoeilijkt.
Intusschen blijft de handel buiten de Centrale
Markt om een groot euvel: de Gemeente heeft zich groote
kosten getroost om een goed-geoutilleerd marktcomplex voor
den handel in tuinbouwgewassen te stichten en een aantal han-
delaren gaat voort om, met voorbijgaan der markt, in de stad
hun zaken te doen. Zoodoende zijn zij mijns inziens ontoelaat-
bare concurrenten voor de op de markt gevestigde handelaren,
die tal van lasten (marktgelden, enz.) moeten opbrengen, In deze brief wordt geadviseerd over een juridische wijziging in de Algemene Politie Verordening (APV) met betrekking tot de aanpak van 'leurders' (straatverkopers). De kernpunten zijn:
- Juridisch argument tegen strafbaarheid van de koper: De schrijver ontraadt het strafbaar stellen van de koper. Als de koper namelijk ook strafbaar is, kan deze zich beroepen op het 'verschoningsrecht' (het recht om niet te getuigen tegen zichzelf). Hierdoor zou het juist lastiger worden om bewijs te leveren tegen de leurder zelf.
- Omzeiling van de wet: Veel leurders werkten feitelijk op bestelling (vandaag bestellen, morgen leveren), waardoor ze officieel niet aan het 'leuren' waren op het moment van levering, wat handhaving bemoeilijkte.
- Economisch belang van de Centrale Markt: De schrijver benadrukt dat deze buitenmarktelijke handel een vorm van oneerlijke concurrentie is. De gemeente heeft zwaar geïnvesteerd in een 'marktcomplex' (waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam, gelet op de terminologie) en de handelaren daar betalen keurig marktgelden. Leurders ontwijken deze lasten. Het document dateert van 15 april 1940, minder dan een maand voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en de regulering van de handel een cruciaal punt van lokaal beleid. De brief illustreert de voortdurende strijd tussen de gevestigde, gereguleerde handel (de Centrale Markt) en de informele straathandel. In tijden van schaarste of economische spanning was het beheersen van de distributieketen via officiële kanalen voor de overheid van groot belang voor zowel belastinginkomsten als kwaliteitscontrole. De term "Alhier" suggereert dat de brief binnen een gemeentelijk apparaat is verstuurd, zeer waarschijnlijk Amsterdam, gezien de referentie naar de Centrale Markt voor tuinbouwgewassen.