Archief 745
Inventaris 745-335
Pagina 423
Dossier 106
Jaar 1940
Stadsarchief

Pagina uit een ambtelijk rapport/memorandum (Blad 2).

11 december 1939. Van: De Inspecteur (ondertekend met een handtekening).

Origineel

Pagina uit een ambtelijk rapport/memorandum (Blad 2). 11 december 1939. De Inspecteur (ondertekend met een handtekening). [In de bovenmarge:]
RAPPORT Blad 2.

[Hoofdtekst:]
lijk niet plaats vinden, doch het aantal houders van ventvergunningen zal
steeds verminderen en wel door:
a. het niet afhalen der vergunning;
b. door overlijden;
c. het zich uit den straathandel terugtrekken;

Om aan een en ander paal en perk te stellen is het mijns inziens noo-
dig, dat op gezette tijden de mogelijkheid wordt opengesteld om tot het uit-
reiken van nieuwe ventvergunningen te kunnen overgaan.

[In de linker marge:] /artikel
[In de tekst, met handgeschreven wijziging:]
Vastgesteld zou b.v. [doorgehaald: kunnen worden] [daarboven geschreven: worden], dat voor ieder[en - 'en' is doorgehaald] in iedere wijk
[onderstreept:] een bepaald aantal vergunningen in omloop mogen zijn.

Het gevolg van een en ander zal dan mijns inziens zijn, dat de houders
van ventvergunningen zich wel tweemaal zullen bedenken alvorens tot het
niet afhalen van hun ventvergunning te besluiten, wetende dat zij door het
inleveren van hun vergunning de mogelijkheid openen van de uitgifte van
nieuwe vergunningen.

Van de handelaren, die thans hun ventvergunning hebben ingeleverd of
hebben laten intrekken, zullen dan zeer zeker een aantal verzoeken binnen-
komen om weer in het bezit van hun vergunning te worden gesteld.

Met het door mij hierboven geschetste systeem hebben de straathandela-
ren het zelf voor een belangrijk deel in den hand, om de uitgifte van nieuwe
vergunningen tegen te gaan.

Ik verzoek U, het hierboven door mij ontvouwde denkbeeld ter kennis
van den Wethouder te willen brengen.

Amsterdam, 11 December 1939.

De Inspecteur,
[Handtekening: onduidelijk, mogelijk 'Vader'] * Inhoud: Het document is het tweede blad van een voorstel om de straathandel in Amsterdam te reguleren. De Inspecteur merkt op dat het aantal vergunninghouders natuurlijk afneemt door overlijden of stoppen. Hij stelt voor om per wijk een maximum aantal vergunningen vast te stellen (een quotum). Volgens hem zal dit een disciplinerend effect hebben: als een handelaar zijn vergunning laat verlopen, komt er een plek vrij voor een ander. Dit zou de huidige houders motiveren hun vergunning vast te houden.
* Taalgebruik: Formeel, ambtelijk Nederlands ("mijns inziens", "ter kennis van den Wethouder te willen brengen").
* Handgeschreven wijzigingen: De tekst is na het typen geredigeerd. De toevoeging van "/artikel" in de kantlijn en het onderstrepen van de zin over het "bepaald aantal vergunningen" suggereert dat dit de kern van het nieuwe beleid (of een nieuw wetsartikel) moest worden. De taalkundige correctie van "iederen" naar "ieder" getuigt van aandacht voor detail. * Historische periode: Geschreven op 11 december 1939. Nederland was op dat moment nog neutraal tijdens de eerste maanden van de Tweede Wereldoorlog (de 'Sitzkrieg'), maar de mobilisatie was in volle gang en de economische onzekerheid nam toe.
* Sociaal-economisch: Straathandel was in deze periode een belangrijke bron van inkomst voor de armere bevolkingslagen in Amsterdam, maar de gemeente probeerde dit streng te reguleren om wildgroei en "oneerlijke concurrentie" met gevestigde winkeliers tegen te gaan.
* Bestuurlijk: Het document toont de werkwijze van de Amsterdamse bureaucratie, waarbij inspecteurs beleidsvoorstellen deden die via de hiërarchie uiteindelijk bij de verantwoordelijke Wethouder terechtkwamen. Het systeem van contingentering (quota) was een veelgebruikt instrument in die tijd om markten te beheersen.

Samenvatting

  • Inhoud: Het document is het tweede blad van een voorstel om de straathandel in Amsterdam te reguleren. De Inspecteur merkt op dat het aantal vergunninghouders natuurlijk afneemt door overlijden of stoppen. Hij stelt voor om per wijk een maximum aantal vergunningen vast te stellen (een quotum). Volgens hem zal dit een disciplinerend effect hebben: als een handelaar zijn vergunning laat verlopen, komt er een plek vrij voor een ander. Dit zou de huidige houders motiveren hun vergunning vast te houden.
  • Taalgebruik: Formeel, ambtelijk Nederlands ("mijns inziens", "ter kennis van den Wethouder te willen brengen").
  • Handgeschreven wijzigingen: De tekst is na het typen geredigeerd. De toevoeging van "/artikel" in de kantlijn en het onderstrepen van de zin over het "bepaald aantal vergunningen" suggereert dat dit de kern van het nieuwe beleid (of een nieuw wetsartikel) moest worden. De taalkundige correctie van "iederen" naar "ieder" getuigt van aandacht voor detail.

Historische Context

  • Historische periode: Geschreven op 11 december 1939. Nederland was op dat moment nog neutraal tijdens de eerste maanden van de Tweede Wereldoorlog (de 'Sitzkrieg'), maar de mobilisatie was in volle gang en de economische onzekerheid nam toe.
  • Sociaal-economisch: Straathandel was in deze periode een belangrijke bron van inkomst voor de armere bevolkingslagen in Amsterdam, maar de gemeente probeerde dit streng te reguleren om wildgroei en "oneerlijke concurrentie" met gevestigde winkeliers tegen te gaan.
  • Bestuurlijk: Het document toont de werkwijze van de Amsterdamse bureaucratie, waarbij inspecteurs beleidsvoorstellen deden die via de hiërarchie uiteindelijk bij de verantwoordelijke Wethouder terechtkwamen. Het systeem van contingentering (quota) was een veelgebruikt instrument in die tijd om markten te beheersen.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6