Getypt ambtelijk rapport met uitgebreide handgeschreven kanttekeningen en correcties in inkt.
Origineel
Getypt ambtelijk rapport met uitgebreide handgeschreven kanttekeningen en correcties in inkt. [Bovenaan de pagina, handgeschreven:]
RAPPORT $1/Z . c$ $17/9 - 30/9$
$W$ $2/10 - 14/10$
$C$ $26/11 - 2/12$
$V$ gecorrigeerde en ingeleverde lijst
[Linksboven, handgeschreven vragen en antwoorden:]
1) Contrôle in welke periode en per wijk hoelange? Vermelden! -> 1) afgedaan
2) Is dit vrd. zuiver nominatief, of zijn er dubbeltellingen bij, d.w.z. dezelfde personen aangetroffen in verschillende wijken? Controleeren! En dan nader rapporteren. -> 2) dubbel geteld.
3) Heeft het alleen betrekking op de vaste-klanten bedieners met de vent-artikelen. -> 3) ja
4) Percentage per wijk geven van de vaste-klanten bedieners. -> 4)
[Getypte tekst:]
Aan den Heer Directeur van het Marktwezen.
Uit bijgaand overzicht blijkt, dat bij contrôle in de verschillende ventwijken 338 personen zijn aangetroffen, die niet in het bezit waren van een ventvergunning en voorgeven uitsluitend vaste klanten te bedienen.
Daar in iedere stadswijk slechts 1 week contrôle is gehouden, mag worden verondersteld, dat dit overzicht verre van volledig is.
[In de linkermarge, handgeschreven:] Feit is dat iedere man met een vent-artikel is aangehouden.
Al zijn de wijken dan ook zoogenaamd "afgekamd", zeer waarschijnlijk zijn een aantal personen, die z.g.n. vaste klanten bedienen, niet geregistreerd.
Handelaren in boter, kaas en eieren, wild, gevogelte, aardappelen, petroleum e.d., die in verschillende wijken klanten bedienen, kunnen wel in een andere wijk met hun taak bezig zijn geweest, dan in de wijk waar werd gecontroleerd.
Ten einde een juist begrip te krijgen omtrent den omvang, welke het bedienen van vaste klanten heeft aangenomen en in de toekomst nog zal aannemen, is het mijns inziens noodzakelijk de namen van de kooplieden die z.g.n. vaste klanten bedienen op kaart te brengen, op welke kaarten dan de noodige gegevens kunnen worden verzameld.
Bij tijden kan dan in de verschillende wijken contrôle worden gehouden en de verzamelde gegevens op de kaarten worden verwerkt. Het werk is eenvoudig en kan zonder dat het veel geld en tijd kost, worden uitgevoerd.
Niet alleen dat het verzamelde materiaal kan worden gebruikt bij een eventueele beslissing of al of niet tot het uitreiken van nieuwe ventvergunningen moet worden overgegaan, doch ook het nuttig effect der contrôle wordt door het vastleggen der verzamelde gegevens op kaarten verhoogd.
Ik geef U dan ook in overweging den Wethouder machtiging te vragen tot het invoeren van een dergelijk kaart-systeem. Omtrent de verzamelde gegevens meen ik het volgende te moeten opmerken.
Mijn overtuiging is, dat de meeste z.g.n. bedieners van vaste klanten zich niet uitsluitend bepalen tot het hooren bij en verkoopen aan vaste klanten. Immers in een week zijn 74 personen aangetroffen die na 1934 in den handel zijn gekomen en die dus na 1934 een klantenwijk hebben gevormd.
Inderdaad moet worden toegegeven, dat het aantal straathandelaren sinds de invoering van de ventvergunning is verminderd. Stel ik echter het aantal personen, dat thans vaste klanten bedient op 450 dan is het aantal straathandelaren dus vast te stellen op ± 3400 houders van ventvergunningen + 450 = 3850.
De absolute afsluiting van de verleening van ventvergunningen zal mijns inziens tot gevolg hebben, dat steeds meer personen hun ventvergunning niet zullen afhalen onder het motief, dat zij [In de linkermarge ingevoegd:] [/uit- sluitend.] vaste klanten bedienen, terwijl daarnevens nieuwelingen zich eveneens onder het motief van uitsluitend vaste klanten te bedienen, in den straathandel zullen begeven.
Een sterke toename van het aantal straathandelaren zal dan waarschijnlijk — Dit rapport behandelt de problematiek van de ongereguleerde straathandel. Na de invoering van een vergunningsstelsel voor venters (waarschijnlijk de Crisis-Ventwet van de jaren '30) trachtten veel handelaren de regels te omzeilen door te claimen dat zij uitsluitend "vaste klanten" bedienen. Volgens de toenmalige wetgeving viel het bezorgen bij vaste klanten soms buiten de strenge definitie van 'venten' (het aanbieden van waren aan het publiek op de openbare weg).
De auteur van het rapport stelt vast dat:
1. Er een aanzienlijke groep (338 getelde personen) zonder vergunning werkt.
2. De huidige controle (slechts één week per wijk) onvoldoende is om het werkelijke aantal in kaart te brengen.
3. Er een kaartsysteem moet komen om deze "vaste-klanten-bedieners" te registreren en hun groei te monitoren.
4. Het verbod op nieuwe vergunningen juist averechts werkt: mensen gaan illegaal venten onder het mom van een "vaste klantenkring".
De handgeschreven aantekeningen tonen een kritische controle door een leidinggevende, die vraagt naar de methodiek van het onderzoek (zoals de vraag of er dubbeltellingen zijn als een venter in meerdere wijken is gezien). Dit document moet geplaatst worden in de context van de economische depressie van de jaren 1930. Tijdens de crisis nam de straathandel in steden als Amsterdam explosief toe, omdat veel werklozen als 'noodoplossing' probeerden wat te verdienen met de verkoop van kleine handel.
De overheid probeerde dit in te dammen met de Ventvergunningen om de gevestigde winkelier te beschermen en de orde op straat te handhaven. Het rapport illustreert de bureaucratische strijd tegen de 'informele economie' van die tijd. De vermelding van "na 1934" duidt op de periode waarin de regelgeving werd aangescherpt. De Dienst van het Marktwezen was verantwoordelijk voor het toezicht op alles wat op de openbare weg werd verkocht.