Ambtelijke rapportage / Memorandum
Origineel
Ambtelijke rapportage / Memorandum Ca. mei 1939 (betreft de eerste vier maanden van 1939) Onbekende ambtenaar (verwijst naar informatie van 'Marktwezen') No.72/67/2 M.1939 1/9.
_________
H.Wethouder,
Uit het overzicht van gehouden contrôles op venters en stand-
plaatshouders over de eerste 4 maanden 1939 blijkt:
dat in de wijk Centrum op het totaal aantal contrôles op venters te weten:
2818; - 91 vaste klantehn bedienen zonder ventvergunning.(3%)
idem idem Noord:
3510; - 756 vaste klanten. (21%)
id.id.Zuid; -
3496; - 84 vaste klanten (2%)
id.id.Oost:
2753; - 71 vaste klanten (2%)
Geheele stad:
15874 contrôles - 1022 vaste klanten (6%)
Hoewel de wijk Noord minder winkels telt, waardoor het publiek meer op de
venters aangewezen zal zijn, is de verhouding 21% : 2 en 3% wel zeer groot.
Blijkens telefonische inlichtingen van Marktwezen heeft men omtrent
het bedienen van vaste klanten aldaar, vele gegevens verzameld; dit punt
vormt een belangrijk vraagstuk ten opzichte van de venters met ventvergunning.
(Vele willen geen vergunning meer etc.) M.i. D.M. advies. Dit document bevat een statistische weergave van de handhaving op straathandel (venten) in een niet nader genoemde stad (mogelijk Amsterdam, gezien de wijkindeling en de term 'Marktwezen') in het voorjaar van 1939.
De kern van de rapportage is de opvallende discrepantie tussen de verschillende stadswijken. Terwijl in het Centrum, Zuid en Oost slechts 2% tot 3% van de gecontroleerde venters zonder vergunning bleek te werken, was dit in de wijk Noord maar liefst 21%. De rapporteur wijst op een causaal verband tussen het lagere aantal fysieke winkels in Noord en de grotere afhankelijkheid van de bevolking van straatverkopers.
Er wordt gewaarschuwd voor een structureel probleem: de bereidheid van venters om de officiële vergunning te betalen of aan te vragen neemt af ("Vele willen geen vergunning meer etc."). Dit suggereert een ondermijning van het reguliere vergunningenstelsel, wat nadelig is voor venters die zich wél aan de regels houden. Het document sluit af met een suggestie voor advies door de Dienst Marktwezen (D.M.). De rapportage stamt uit 1939, een periode waarin Nederland nog kampte met de naweeën van de economische crisis van de jaren '30. Straathandel was voor velen een noodzakelijke vorm van (bij)verdienste. De overheid probeerde dit echter strikt te reguleren om 'oneerlijke concurrentie' met gevestigde winkeliers te voorkomen en om belasting- en legesinkomsten te waarborgen.
De specifieke situatie in wijk Noord (vaak een uitgestrekte arbeiderswijk met minder commerciële infrastructuur) illustreert de spanning tussen de formele regels en de sociaaleconomische realiteit: waar de nood aan huis-aan-huis levering hoog is, maar de financiële ruimte voor vergunningen laag, floreert de informele economie. De opmerking dat men "geen vergunning meer wil" wijst op een groeiende kloof tussen het stedelijk beleid en de praktijk op straat aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.