Getypte brief (doorslag of officieel afschrift).
Origineel
Getypte brief (doorslag of officieel afschrift). 18 november 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). Den Heer H.P.v.Zelst, Distelkade 4, Amsterdam-Noord. Extra [handgeschreven]
vP/HG.
den Heer H.P.v.Zelst,
Distelkade 4,
Amsterdam-Noord.
90/81/2 M. 18 November 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 27 October jl. bericht
ik U, dat het daarin vervatte verzoek niet voor inwilliging in aan-
merking kan komen. Indien U voortaan Uw plaats op de markt Mosplein
niet regelmatig bezet, zal deze plaats worden ingetrokken, overeen-
komstig de desbetreffende bepalingen van het Reglement op de
Markten.
De Directeur, Deze korte, zakelijke brief is een officiële afwijzing van een verzoek dat de heer Van Zelst op 27 oktober 1940 had ingediend. Hoewel de precieze aard van zijn verzoek niet expliciet wordt genoemd, kan uit de waarschuwing die volgt worden afgeleid dat het waarschijnlijk ging om een verzoek tot (tijdelijke) ontheffing van de bezettingsplicht van zijn marktplaats.
De toon is strikt en bureaucratisch. De directeur wijst niet alleen het verzoek af, maar voegt er een direct dreigement aan toe: als de marktplaats op het Mosplein niet "regelmatig" wordt bezet, zal de vergunning worden ingetrokken conform het marktreglement. Dit wijst op een streng handhavingsbeleid in een tijd waarin economische activiteit en distributie nauwlettend in de gaten werden gehouden. De brief dateert van november 1940, slechts zes maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de bezetter, via het Nederlandse ambtenarenapparaat, de grip op de publieke ruimte en de economie te verstevigen.
De locatie, de markt op het Mosplein in Amsterdam-Noord, was een belangrijk lokaal handelscentrum. In de oorlogsjaren stonden marktkooplieden onder grote druk door schaarste aan goederen en steeds strengere regelgeving. Hoewel de naam "Van Zelst" niet direct wijst op een Joodse achtergrond, werden dergelijke administratieve processen rondom marktplaatsen in Amsterdam vanaf eind 1940 steeds vaker ingezet in het kader van de geleidelijke uitsluiting van Joden uit het economische leven (de 'arianisering' van de markten). De handgeschreven notitie "Extra" zou kunnen betekenen dat dit document in een speciaal toezichtsdossier werd geplaatst.