Getypt verzoekschrift / brief.
Origineel
Getypt verzoekschrift / brief. 1940. W.G.Ph. van Laar. Waarschijnlijk het College van Burgemeester en Wethouders (gezien de referentie naar B. en W.). No.70/121 L.M.1940.
Geacht Heeren,
Naar aanleiding van het artikel voorkomende in het volk over de ventvergunningen ben ik zoo vrij het volgende te verzoeken ik ben ongeveer van af mijn 23e jaar werkzaam als in groenten en fruit maar heb tot mijn spijt een tijdlang die vervloekte steun genoten ook juist in die periode dat die ventvergunningen uitgereikt werden en zoo-doende ben ik er bedelaar van gebleven. Nu is doel van dit schrijven om er alsnog voor in aanmerking te komen. Want zooals het nu gaat ben ik niet in staat mijn brood te verdienen voor mij en gezin en dat zijn er maat twaalf en ik en vrouw is 14 in totaal. Nu ben ik al herhaalde malen met B.en W.in correspodentie geweest maat steeds werd ik afgewezen omdat ik een standplaats heb op de Lindengracht. Nu staan er op die zelfde markt verschillende personen o.a. de Gebroeders Welman, eene Kok, Joop Schouten alle dus voorkomende in de registers van de ventvergunningen dus geen fuctiefe personen. alleen hun privé adres is mij niet bekend nu is mijn vraag waarom krijg ik hem nu niet en zij wel. Ik zou toch denken gelijke monniken gelijke kappen. Als het een bezwaar is die plaats op de markt dan wil ik hem des noods wel afstaan. Ik ben toch ook door de politie destijds toch geregistreerd. Het gaat toch zou willekeurig daar heb je nu eene J.C.Pitters die heeft wel een plaats op de v.d.Pekstraat en dat is ver van een net persoon en ik die toch een oppassende vader ben wordt in de wielen gereden. Ik heb hier aan de overzijde van het IJ bekend en zou hier halfvast mijn brood hebben terwijl ik anders als er maar een paar jongens zonder werk komen ik weer naar de steun moet, hetgeen toch economies ook niet verantwoord is. Ik hoop nu maar, dat het uitkomt de aanhouder wint. Ik voor mij wijs er nogmaals op, dat ik wel een concessie wil doen door desnoods die plaats op de Lindengracht op te zeggen. Want dat is geen markt meer daar kan je alleen Zaterdags want verkoopen, de resterende dagen zie je daar geen kat of muis. Om half elf zie je een paar mensen en om twaalf uur is het fini. Bij het Marktwezen ben ik bekend vanaf de oprichting maar voordien kregen wij jaarlijks een plaats toegewezen door het Hoofdbureau van Politie. Zoo was toen de gang van zaken. Ik hoop nu maar op een gunstig bescheid voor mijn persoon en niet zoo strak vasthouden aan bepaalde regels. maar naar omstandigheden te oordeelen.
achtend, W.G.Ph. van Laar
Binnenhofstraat 35, N. * Taalgebruik: Het document is opgesteld in het Nederlands van de vroege 20e eeuw (met spellingen als "zoo", "eene", "economies"). De tekst bevat enkele typefouten, zoals "maat" in plaats van "maar", "correspodentie" en "fuctiefe" (fictieve).
* Inhoud: De afzender, een vader van een gezin van 14 personen, klaagt over het feit dat hem een ventvergunning wordt geweigerd omdat hij al een vaste standplaats heeft op de Lindengracht. Hij voert aan dat de Lindengracht economisch niet rendabel is (behalve op zaterdag) en dat andere handelaren wel beide rechten lijken te hebben. Hij biedt aan zijn vaste standplaats op te geven in ruil voor een ventvergunning om te voorkomen dat hij weer afhankelijk wordt van de "steun" (sociale uitkering).
* Toon: De toon is dwingend en wanhopig, maar beleefd. De schrijver wijst op een gevoel van onrechtvaardigheid ("gelijke monniken gelijke kappen") en de noodzaak om voor een groot gezin te zorgen. * Historische periode: De brief dateert uit 1940. Hoewel de Tweede Wereldoorlog was begonnen, weerspiegelt de brief vooral de sociaaleconomische nasleep van de crisisjaren 30.
* De Steun: "De steun" verwijst naar de werklozenzorg in die tijd, die vaak als vernederend werd ervaren. De schrijver noemt het "die vervloekte steun", wat aangeeft dat hij liever door arbeid zijn eigen brood verdient.
* Geografie: De locaties (Lindengracht in de Jordaan, Binnenhofstraat en Van der Pekstraat in Amsterdam-Noord) plaatsen het document in de sociaal-economische geschiedenis van Amsterdam. Het "overzijde van het IJ" verwijst specifiek naar het stadsdeel Noord.
* Regelgeving: De brief illustreert de overgang van markttoezicht door de politie naar de gespecialiseerde dienst "Marktwezen". De strengere regelgeving rondom vergunningen in die tijd leidde blijkbaar tot knelpunten voor kleine zelfstandigen.