Getypt afschrift van een officiële brief.
Origineel
Getypt afschrift van een officiële brief. 10 mei 1940. De Wethouder van Levensmiddelen (L.M.) van de gemeente Amsterdam. No. 90/89/1 M. 1940 27/11 AFSCHRIFT.
No. 70/121 L.M. 1940
Amsterdam, 10 Mei 1940.
Den Heer Th. v. Laar,
Binnenhofstraat 35,
N.
Onder verwijzing naar den brief van Burgemeester en
Wethouders van 29 December 1939 No. 62/232 L.M. 1939 deel ik U mede, dat
U ook thans niet voor een ventvergunning in aanmerking kunt komen om de
redenen, die U in dat schrijven zijn medegedeeld.
De Weth. L.M. Dit document is een zakelijke en korte mededeling van de gemeente Amsterdam aan een burger. De kern van de brief is een herhaalde afwijzing voor een 'ventvergunning' (een vergunning om goederen op straat te verkopen). Er wordt expliciet verwezen naar een eerdere correspondentie van december 1939, waarin de redenen voor de afwijzing blijkbaar al zijn toegelicht. De afkorting "L.M." in de ondertekening en in de kenmerken verwijst zeer waarschijnlijk naar de Wethouder en de afdeling voor Levensmiddelenvoorziening en Marktaangelegenheden. De toevoeging "N." bij het adres duidt op Amsterdam-Noord. De datum van deze brief, **10 mei 1940**, is historisch zeer beladen: het is de dag van de Duitse inval in Nederland. Het is opvallend dat de gemeentelijke bureaucratie op deze dag van grote nationale crisis nog 'normaal' leek te functioneren door dergelijke routinematige afwijzingen te versturen of te verwerken.
In de jaren dertig en veertig was venten (straatverkoop) een belangrijke bron van inkomsten voor mensen die elders geen werk konden vinden, maar gemeenten hanteerden een streng beleid om het aantal straatverkopers te beperken. Dit leidde vaak tot langdurige briefwisselingen tussen burgers en de gemeente, zoals dit afschrift illustreert. Het document geeft een inkijkje in de voortzetting van het dagelijks bestuur aan de vooravond van een ingrijpende bezettingstijd.
Samenvatting
Dit document is een zakelijke en korte mededeling van de gemeente Amsterdam aan een burger. De kern van de brief is een herhaalde afwijzing voor een 'ventvergunning' (een vergunning om goederen op straat te verkopen). Er wordt expliciet verwezen naar een eerdere correspondentie van december 1939, waarin de redenen voor de afwijzing blijkbaar al zijn toegelicht. De afkorting "L.M." in de ondertekening en in de kenmerken verwijst zeer waarschijnlijk naar de Wethouder en de afdeling voor Levensmiddelenvoorziening en Marktaangelegenheden. De toevoeging "N." bij het adres duidt op Amsterdam-Noord.
Historische Context
De datum van deze brief, 10 mei 1940, is historisch zeer beladen: het is de dag van de Duitse inval in Nederland. Het is opvallend dat de gemeentelijke bureaucratie op deze dag van grote nationale crisis nog 'normaal' leek te functioneren door dergelijke routinematige afwijzingen te versturen of te verwerken.
In de jaren dertig en veertig was venten (straatverkoop) een belangrijke bron van inkomsten voor mensen die elders geen werk konden vinden, maar gemeenten hanteerden een streng beleid om het aantal straatverkopers te beperken. Dit leidde vaak tot langdurige briefwisselingen tussen burgers en de gemeente, zoals dit afschrift illustreert. Het document geeft een inkijkje in de voortzetting van het dagelijks bestuur aan de vooravond van een ingrijpende bezettingstijd.