Doorslag (carbonkopie) van een ambtelijke brief.
Origineel
Doorslag (carbonkopie) van een ambtelijke brief. 1 augustus 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). Mw. L.v.d. Moolen-Bodemeyer, Driehoekstraat 28 I in de poort, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven:] Verzonden [paraaf]
Mw. L.v.d. Moolen-Bodemeyer,
Driehoekstraat 28 I in de poort,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 9.
1 Augustus 1940.
90/55/2 M
Naar aanleiding van Uw briefkaart ingekomen op 18 dezer
bericht ik U, dat het daarop gestelde verzoek niet voor inwil-
liging in aanmerking kan komen. Uw voorkeurskaart is ingetrok-
ken op grond van de desbetreffende bepalingen van het Reglement
op de Markten.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele afwijzing van een verzoek dat per briefkaart op 18 juli 1940 was ingediend door mevrouw Moolen-Bodemeyer. Naast de afwijzing wordt medegedeeld dat haar 'voorkeurskaart' is ingetrokken.
* Betekenis: Een voorkeurskaart gaf een marktkoopman of -vrouw het recht op een vaste of geprefereerde standplaats op een Amsterdamse markt. Het intrekken hiervan had grote gevolgen voor de broodwinning van de betrokkene. De reden voor de intrekking wordt niet gespecificeerd, anders dan een algemene verwijzing naar het "Reglement op de Markten".
* Vorm: Het betreft een standaard zakelijke correspondentie uit die tijd, getypt op een doorslagvel voor het archief. De handgeschreven notitie "Verzonden" met paraaf diende als bewijs voor de administratieve afhandeling. * Tijdsperk: De brief dateert van 1 augustus 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de Nederlandse bureaucreatie aanvankelijk op de oude voet doorliep, werden regels onder druk van de bezetter steeds strikter nageleefd of aangepast.
* Locatie: De Driehoekstraat bevindt zich in de Jordaan in Amsterdam. De aanduiding "in de poort" wijst op een specifieke woonsituatie in een van de vele Amsterdamse gangen of hofjes.
* Historisch kader: In deze periode werden marktvergunningen en voorkeursrechten nauwlettend gecontroleerd. Hoewel dit document op zichzelf geen expliciete aanwijzing geeft voor politieke of racistische motieven, vonden dergelijke intrekkingen in de oorlogsjaren vaker plaats in het kader van de algemene gelijkschakeling of de uitsluiting van specifieke bevolkingsgroepen van het economisch verkeer. Zonder aanvullend archiefonderzoek naar de persoon in kwestie blijft de exacte aanleiding voor de intrekking echter onduidelijk.