Handgeschreven brief op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven brief op gelinieerd papier. 6 november 1941. Mevr. B. Grijze, Johannes Verhulststraat 26 I, Amsterdam-Zuid. Onbekend (geadresseerd aan "Wel E. Ed. Heeren", waarschijnlijk een gemeentelijke instantie of sociale dienst). [Stempel: No 20/38/1] [Stempel in paars: M. 1941 8/11] [Handgeschreven:] w. Insp
6 Nov. 1941.
Wel. E. Ed. Heeren
Met deze bericht ik u als
dat ik bericht heb ontvangen
als dat ik mij 5 Nov. moet
vervoe gen in de Jan van Galen-
straat ik ben er zelf geweest
maar dat het zoo druk was
dat ik maar terug ben gegaan
en dat ik bij de portier ook ben
geweest en heb gezegd dat ik
niet kon staan omreden dat ik
pas 3. Nov. uit het ziekenhuis
ben ontslagen met een operatie
en mij man onmogelijk zelf kon
komen om reden dat hij nu nog
in de werk verschaffing werkt
Ik hoop dat hier goede nota van
genomen wordt.
Met hoogachting
Mevr. B. Grijze
J. V. Beeckstr 26 I A-dam Zuid
Blijft zoo spoedig mogelijk
antwoord. * Taalgebruik: De brief is geschreven in een formele, enigszins archaïsche stijl met de voor die tijd gebruikelijke beleefdheidsvormen ("Wel. E. Ed. Heeren"). De grammatica vertoont kenmerken van de volkstaal uit die periode, zoals het dubbele voegwoord "als dat" en de samentrekking "omreden".
* Inhoud: De schrijfster verantwoordt haar afwezigheid bij een oproep op 5 november aan de Jan van Galenstraat. Ze geeft aan dat ze wel is gegaan, maar dat het te druk was om te wachten. Als reden voor haar onvermogen om lang te staan, voert ze een recente ziekenhuisopname en operatie aan (ontslagen op 3 november, slechts twee dagen voor de afspraak).
* Sociale context: Uit de brief blijkt een zekere urgentie en angst voor de gevolgen van het missen van de afspraak. De vermelding dat haar man in de "werkverschaffing" werkt, duidt op een gezin in een precaire sociaaleconomische positie. De brief dateert van november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De locatie Jan van Galenstraat in Amsterdam was indertijd een plek waar diverse gemeentelijke diensten en de sociale dienst gehuisvest waren.
De "Werkverschaffing" waarnaar verwezen wordt, was een systeem dat al voor de oorlog was opgezet om werklozen aan het werk te zetten (vaak zwaar fysiek werk in de ontginning) in ruil voor een uitkering. Tijdens de bezetting werd dit systeem strikt gehandhaafd en later door de nazi's gebruikt voor de arbeidsinzet. Voor mensen die afhankelijk waren van steun of de werkverschaffing, was het strikt opvolgen van oproepen van cruciaal belang om hun karige inkomen niet te verliezen. De brief is een getuigenis van de dagelijkse overlevingsstrijd van een Amsterdamse vrouw die probeert aan haar bureaucratische verplichtingen te voldoen terwijl ze herstelt van een operatie. B. Grijze E. Ed V. Beeckstr