Intern memo / ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier (Alg. Zaken Model No. 14).
Origineel
Intern memo / ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier (Alg. Zaken Model No. 14). November 1941 (verschillende data: 8/11, 12/11 en 21/11). [Linksboven in kader:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 20/38/1 1941
DOORGEZONDEN: 8/11-'41.
[Rechtsboven:]
078
[Hoofdtekst:]
J. Groen voorheen plaats
261 Alb. Cuypstraat.
Heeft geen plaats toegewezen
gekregen op één der
Joodsche markten.
Groen kan zich m.i. na
ontslag uit de marktvoorziening
laten inschrijven op één
der sollicitantenlijsten voor
de Joodsche markten.
[Handgeschreven toevoeging onderaan:]
zelfde brief
als aan
S. Vogel
zie 30/36/i M.
[Handtekening/Paraaf rechtsonder:]
de Haan [?]
B 12/11 '41
[Links in de kantlijn, met pen:]
21/11/41 HS
[In rood potlood:]
20/38/2 M
[Voetnoot:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 De notitie gaat over J. Groen, een marktkoopman die voorheen een standplaats had op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. In de tekst wordt vastgesteld dat hij geen plek heeft gekregen op een van de speciaal ingerichte 'Joodsche markten'.
De ambtenaar (mogelijk 'de Haan') adviseert dat Groen zich, na zijn gedwongen ontslag uit de reguliere marktvoorziening, kan laten inschrijven op een wachtlijst voor deze Joodse markten. De aantekening onderaan geeft aan dat deze procedure gestandaardiseerd was; een vergelijkbare brief is verzonden naar een zekere S. Vogel. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. In september 1941 voerden de nazi-autoriteiten een strikte segregatie in op Amsterdamse markten. Joodse kooplieden werden verbannen van de reguliere markten (zoals de Albert Cuypstraat en het Waterlooplein) en mochten hun waren alleen nog verkopen op specifiek aangewezen 'Joodsche markten'.
Deze maatregel was onderdeel van het bredere proces van 'Entjudung' (het verwijderen van Joden uit het economische en openbare leven). Veel Joodse kooplieden raakten hierdoor hun bron van inkomsten kwijt, omdat de aangewezen plekken vaak minder gunstig waren en alleen toegankelijk voor een Joods publiek dat zelf ook steeds verder verarmde. De notitie laat de kille, bureaucratische afhandeling zien van deze uitsluiting. J. Groen M. No S. Vogel
Samenvatting
De notitie gaat over J. Groen, een marktkoopman die voorheen een standplaats had op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. In de tekst wordt vastgesteld dat hij geen plek heeft gekregen op een van de speciaal ingerichte 'Joodsche markten'.
De ambtenaar (mogelijk 'de Haan') adviseert dat Groen zich, na zijn gedwongen ontslag uit de reguliere marktvoorziening, kan laten inschrijven op een wachtlijst voor deze Joodse markten. De aantekening onderaan geeft aan dat deze procedure gestandaardiseerd was; een vergelijkbare brief is verzonden naar een zekere S. Vogel.
Historische Context
Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. In september 1941 voerden de nazi-autoriteiten een strikte segregatie in op Amsterdamse markten. Joodse kooplieden werden verbannen van de reguliere markten (zoals de Albert Cuypstraat en het Waterlooplein) en mochten hun waren alleen nog verkopen op specifiek aangewezen 'Joodsche markten'.
Deze maatregel was onderdeel van het bredere proces van 'Entjudung' (het verwijderen van Joden uit het economische en openbare leven). Veel Joodse kooplieden raakten hierdoor hun bron van inkomsten kwijt, omdat de aangewezen plekken vaak minder gunstig waren en alleen toegankelijk voor een Joods publiek dat zelf ook steeds verder verarmde. De notitie laat de kille, bureaucratische afhandeling zien van deze uitsluiting.