Archiefdocument
Origineel
14 augustus 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer G.J. Piloo, 1e Jan Steenstraat 90 belét., Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven rechtsboven:] Unelman(?)
[Handgeschreven middenboven:] Verzonden 14/8
den Heer G.J.Piloo,
1e Jan Steenstraat 90 belét.
Amsterdam-Zuid.
Wyk 17.
25/101/2 M 14 Augustus 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 5 dezer deel ik U
mede, dat aan het daarin vervatte verzoek geen gevolg kan
worden gegeven. U dient Uw plaats regelmatig, dat wil zeg-
gen 3 x per week te bezetten, daar deze anders, overeen-
komstig de desbetreffende bepalingen van het Reglement op
de Markten, zal worden ingetrokken.
De Directeur,
[In de linkermarge staat een vage, verticaal geplaatste stempel of tekst, grotendeels onleesbaar.] De brief is een formeel antwoord van een gemeentelijke instantie aan een marktkoopman. De inhoud is direct en dwingend: een niet nader gespecificeerd verzoek van de heer Piloo is afgewezen. Tevens wordt hij gewezen op de strikte regels voor het behoud van zijn standplaats. Volgens het 'Reglement op de Markten' is hij verplicht zijn plaats minimaal drie keer per week te bezetten. Indien hij dit nalaat, wordt zijn vergunning ingetrokken. De brief illustreert de strakke bureaucratische controle op de markthandel in Amsterdam tijdens de oorlogsjaren. De datum, 14 augustus 1941, plaatst dit document in het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland. De markthandel was in deze tijd onderworpen aan strenge regulering vanwege de schaarste en de rantsoenering. De geadresseerde, G.J. Piloo, woonde in de 1e Jan Steenstraat in de Amsterdamse Pijp, een buurt die nauw verbonden is met de markt (met name de Albert Cuypmarkt). Dit type correspondentie is typerend voor de wijze waarop de gemeente Amsterdam de economische activiteiten in de stad controleerde en handhaafde onder het bewind van de bezettingsjaren. G.J. Piloo Gemeente Amsterdam Marktwezen