Archief 745
Inventaris 745-350
Pagina 240
Dossier 24
Jaar 1941
Stadsarchief

Officiële waarschuwingsbrief / Sommatie.

7 oktober 1941. Van: Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14. Aan: Den Heer J. v.d. Kar, Lange Houtstraat 40 I, Amsterdam.

Origineel

Officiële waarschuwingsbrief / Sommatie. 7 oktober 1941. Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14. Den Heer J. v.d. Kar, Lange Houtstraat 40 I, Amsterdam. [Briefhoofd]
MARKTWEZEN AMSTERDAM
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
AMSTERDAM (W.) 7 October 1941.
JAN VAN GALENSTRAAT 14

[Handgeschreven linksboven]
Echtgenoote heeft steun Ja 26/9 ‘41.
v.d. Kar is in kamp echtge wenscht plaats te behouden!

[Adressering]
AAN den Heer J.v.d. Kar,
Lange Houtstraat 40 I,
AMSTERDAM
WIJK 2

[Handgeschreven midden]
Imma. plaats niet afgew. Th.v.L.
[Rechts bij Wijk 2]: moet schrijven hebben

[Body tekst]
Aangezien U gedurende langer dan drie weken in gebreke is gebleven, om het marktgeld, verschuldigd voor Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat te betalen, waarschuw ik U hierbij, dat U alsnog vóór 11 October a.s. aan Uw verplichting moet voldoen.

Ik wijs U er met nadruk op, dat, indien U langer in gebreke blijft, de U verleende vaste plaats, ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten, met ingang van 13 October a.s. onherroepelijk wordt ingetrokken.

Indien een geldige reden U verhindert, om aan Uw verplichtingen te voldoen (bijvoorbeeld omdat U steun geniet; in een ziekenhuis wordt verpleegd, enz.) dient U onmiddellijk mijn dienst hiervan in kennis te stellen, omdat dan kan worden voorkomen, dat de intrekking plaatsvindt.

De Directeur,
[Handtekening]
WND. Dit document is een formele sommatie van de Amsterdamse marktautoriteit aan een marktkoopman die drie weken achterloopt met de betaling van zijn staanplaats op de Albert Cuypmarkt. De toon is dwingend en bureaucratisch.

De cruciale informatie bevindt zich echter in de handgeschreven kanttekeningen. Terwijl de gedrukte tekst dreigt met het intrekken van de vergunning per 13 oktober, noteert een ambtenaar dat de vergunninghouder, de heer Van der Kar, "in kamp" verblijft. Zijn echtgenote heeft aangegeven dat zij "steun" (sociale bijstand) ontvangt en de standplaats voor de toekomst wil behouden. De aantekening "Imma. plaats niet afgew." duidt erop dat de standplaats vooralsnog niet is afgevoerd van de lijst, waarschijnlijk in afwachting van verdere correspondentie ("moet schrijven hebben"). Het document dateert van oktober 1941, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De historische context geeft deze brief een tragische lading. De Lange Houtstraat lag in de Amsterdamse Joodse buurt en de naam "Van der Kar" is een bekende Joodse familienaam in de stad.

In 1941 namen de anti-Joodse maatregelen hand over hand toe. Na de Razzia's van februari 1941 werden veel Joodse mannen weggevoerd naar kampen zoals Mauthausen. De notitie "v.d. Kar is in kamp" suggereert dat de geadresseerde een van de slachtoffers was van deze vroege deportaties of arrestaties. De bureaucratie van het Marktwezen ging ondertussen onverstoord door: een man die in een concentratiekamp gevangen zat, werd gesommeerd om persoonlijk zijn marktgeld te komen betalen, op straffe van verlies van zijn broodwinning. De wanhopige poging van zijn echtgenote om de plek op de Albert Cuyp aan te houden ("echtge wenscht plaats te behouden"), getuigt van de strijd om te overleven terwijl het gezin uiteen was gerukt.

Samenvatting

Dit document is een formele sommatie van de Amsterdamse marktautoriteit aan een marktkoopman die drie weken achterloopt met de betaling van zijn staanplaats op de Albert Cuypmarkt. De toon is dwingend en bureaucratisch.

De cruciale informatie bevindt zich echter in de handgeschreven kanttekeningen. Terwijl de gedrukte tekst dreigt met het intrekken van de vergunning per 13 oktober, noteert een ambtenaar dat de vergunninghouder, de heer Van der Kar, "in kamp" verblijft. Zijn echtgenote heeft aangegeven dat zij "steun" (sociale bijstand) ontvangt en de standplaats voor de toekomst wil behouden. De aantekening "Imma. plaats niet afgew." duidt erop dat de standplaats vooralsnog niet is afgevoerd van de lijst, waarschijnlijk in afwachting van verdere correspondentie ("moet schrijven hebben").

Historische Context

Het document dateert van oktober 1941, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De historische context geeft deze brief een tragische lading. De Lange Houtstraat lag in de Amsterdamse Joodse buurt en de naam "Van der Kar" is een bekende Joodse familienaam in de stad.

In 1941 namen de anti-Joodse maatregelen hand over hand toe. Na de Razzia's van februari 1941 werden veel Joodse mannen weggevoerd naar kampen zoals Mauthausen. De notitie "v.d. Kar is in kamp" suggereert dat de geadresseerde een van de slachtoffers was van deze vroege deportaties of arrestaties. De bureaucratie van het Marktwezen ging ondertussen onverstoord door: een man die in een concentratiekamp gevangen zat, werd gesommeerd om persoonlijk zijn marktgeld te komen betalen, op straffe van verlies van zijn broodwinning. De wanhopige poging van zijn echtgenote om de plek op de Albert Cuyp aan te houden ("echtge wenscht plaats te behouden"), getuigt van de strijd om te overleven terwijl het gezin uiteen was gerukt.

Gerelateerde Documenten 6