Archief 745
Inventaris 745-350
Pagina 241
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven verzoekschrift voor een marktvergunning.

Origineel

Handgeschreven verzoekschrift voor een marktvergunning. [Administratief kenmerk in paars/blauw bovenin:]
$N^o$ 25/134/1 M. 1941 $\frac{20}{10}$

Amsterdam 14.10.'41.
Voorkeurskaart 767
Wel E. Heer

Ondergetekende S. Postma
geb: 25.12.'12. verzoekt voor een tijdelijke
vergunning voor de Alg. Dagmarkt Albert
Cuypstraat voor J. Slinger geb: 15.7.1893. te
Amsterdam

Hoogachtend
S. Postma

[Kantlijn linksonder:]
vk. 767 ae.

[Aantekening rechtsonder in ander handschrift:]
Tegen inwilliging van bijgaand
verzoek bestaan mij geen bezwaren.
10./11. [Onleesbare handtekening, mogelijk D.J. Moerman] Het document is een formeel verzoek van S. Postma (geboren in 1912) aan een gemeentelijke instantie in Amsterdam om een tijdelijke marktvergunning te verkrijgen voor de Albert Cuypmarkt. Opvallend is dat de vergunning niet voor de aanvrager zelf is, maar voor een derde persoon: J. Slinger (geboren in 1893).

Er zijn twee administratieve lagen zichtbaar:
1. Het verzoek: Geschreven door Postma op 14 oktober. Hij refereert aan "Voorkeurskaart 767", wat wijst op een bestaand systeem van anciënniteit of voorrang bij het toewijzen van kraampjes.
2. De goedkeuring: Onderaan heeft een ambtenaar op 10 november ("10./11.") genoteerd dat er geen bezwaren zijn tegen het inwilligen van het verzoek. De afkorting "vk. 767 ae." in de kantlijn is waarschijnlijk een administratieve verwerking van de voorkeurskaart. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (oktober/november 1941). In deze periode was de regelgeving rondom markten in Amsterdam zeer strikt. Sinds september 1941 waren Joodse marktkooplieden door de bezetter verbannen van de reguliere markten (zoals de Albert Cuyp) en gedwongen naar aparte markten te gaan.

Hoewel dit document een routineuze vergunningsaanvraag lijkt, vindt deze plaats in een klimaat van schaarste en toenemende bureaucratische controle door de bezettingsautoriteiten op de distributie van goederen en de toegang tot handelsplaatsen. De "Voorkeurskaart" was een essentieel instrument om in de behoefte van levensonderhoud te kunnen voorzien in een stad waar marktplaatsen schaars waren. D.J. Moerman E. Heer J. Slinger S. Postma

Samenvatting

Het document is een formeel verzoek van S. Postma (geboren in 1912) aan een gemeentelijke instantie in Amsterdam om een tijdelijke marktvergunning te verkrijgen voor de Albert Cuypmarkt. Opvallend is dat de vergunning niet voor de aanvrager zelf is, maar voor een derde persoon: J. Slinger (geboren in 1893).

Er zijn twee administratieve lagen zichtbaar:
1. Het verzoek: Geschreven door Postma op 14 oktober. Hij refereert aan "Voorkeurskaart 767", wat wijst op een bestaand systeem van anciënniteit of voorrang bij het toewijzen van kraampjes.
2. De goedkeuring: Onderaan heeft een ambtenaar op 10 november ("10./11.") genoteerd dat er geen bezwaren zijn tegen het inwilligen van het verzoek. De afkorting "vk. 767 ae." in de kantlijn is waarschijnlijk een administratieve verwerking van de voorkeurskaart.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (oktober/november 1941). In deze periode was de regelgeving rondom markten in Amsterdam zeer strikt. Sinds september 1941 waren Joodse marktkooplieden door de bezetter verbannen van de reguliere markten (zoals de Albert Cuyp) en gedwongen naar aparte markten te gaan.

Hoewel dit document een routineuze vergunningsaanvraag lijkt, vindt deze plaats in een klimaat van schaarste en toenemende bureaucratische controle door de bezettingsautoriteiten op de distributie van goederen en de toegang tot handelsplaatsen. De "Voorkeurskaart" was een essentieel instrument om in de behoefte van levensonderhoud te kunnen voorzien in een stad waar marktplaatsen schaars waren.

Genoemde Personen 4

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6