Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 20 oktober 1941. H. van Praag (Ruyschstraat 106-III, Amsterdam). [Linksboven:] No 25/135/1 M. 1941 22/10
[Rechtsboven:] Amsterdam, 20 Oct. 1941.
Den Weled. Heer Marktmeester
te Amsterdam.
WelEd. Heer,
Hiermede verzoek ik U beleefd mij toestemming
te verleenen een assistent bij mij te nemen, daar
ik enigermins hardhoorend ben.
U bij voorbaat beleefd dankend voor Uw
medewerking verblijf ik
Hoogachtend.
H. van Praag.
Ruyschstraat 106 III
Chocolade, nougat en suikerwerken.
Amsterdam.
[Marginale aantekeningen linksonder:]
Naam : Abraham Content
geb. 1-10-20.
M.i. geen bezwaar
21/10 . 41 [Handtekening onleesbaar]
[Marginale aantekeningen rechtsonder:]
Geen bezwaar
24-10-'41
[Handtekening onleesbaar]
Vervallen in verband met
Joden-maatregelen - modelbriefje
Bergen 29/10 - 41 [Handtekening]
[Initialen] 27/10 '41 * Inhoud: De heer H. van Praag, een koopman in zoetwaren (chocolade, nougat en suikerwerken), verzoekt de marktmeester om toestemming voor een assistent. Hij voert als reden aan dat hij slechthorend is. De beoogde assistent is Abraham Content, geboren op 1 oktober 1920.
* Ambtelijke gang van zaken:
* De aanvraag wordt op 20 oktober ingediend.
* Op 21 en 24 oktober wordt er door ambtenaren "geen bezwaar" aangetekend. De aanvraag lijkt aanvankelijk goedgekeurd te worden.
* Echter, op 29 oktober 1941 wordt de aanvraag definitief doorgestreept en gemarkeerd als "Vervallen in verband met Joden-maatregelen".
* Betrokkenen: Zowel de aanvrager (H. van Praag) als de beoogde assistent (Abraham Content) zijn van Joodse afkomst, wat in de context van de herfst van 1941 leidde tot de intrekking van hun vergunningen of verzoeken. Dit document is een indringend voorbeeld van de bureaucratische uitsluiting van Joodse burgers tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
Vanaf 1941 voerde de bezetter steeds strengere "anti-Joodse maatregelen" in. Voor Joodse markthandelaren betekende dit vaak dat zij hun werk niet meer mochten uitoefenen of alleen op specifiek aangewezen markten mochten staan. De aantekening "Vervallen in verband met Joden-maatregelen" laat zien hoe een alledaags administratief verzoek (hulp vanwege een handicap) direct werd geblokkeerd zodra de Joodse identiteit van de betrokkenen relevant werd voor de administratie. De term "modelbriefje" suggereert dat dit een gestandaardiseerde procedure was geworden om dergelijke verzoeken af te wijzen. H. van Praag