Archief 745
Inventaris 745-350
Pagina 263
Jaar 1941
Stadsarchief

Zakelijke brief/notitie.

Origineel

Zakelijke brief/notitie. Noot: Afkortingen en spelling zijn getrouw aan het origineel overgenomen.

WelEd. Heer

Tot mijn spijt kan ik niet meer aan mijn
verplichtingen voldoen. Ik heb van 1 Januari af mijn
huurgeld steeds voldaan zonder de plaats ingenomen
te hebben. Daar ik geen artikelen meer kan krijgen om
mijn zaak te bezetten ben ik genoodzaakt de plaats
voortijdig op te geven. Er is geen anderen uitweg meer
voor mij. Hopende dat U het een en ander kan
regelen anders moet ik mij maar van de lijst schrappen.

Uwged.
J. Vellinga Het document is een formeel schrijven van een ondernemer (waarschijnlijk een marktkoopman of standhouder) aan een instantie of persoon die over vergunningen of standplaatsen gaat (mogelijk een marktmeester). De kern van de brief is de opzegging van een gehuurde "plaats" (standplaats).

De schrijver voert een economische reden aan: hij kan geen "artikelen" (handelswaar) meer verkrijgen, waardoor hij zijn "zaak niet kan bezetten" (de kraam of winkel niet kan bemannen/bevoorraden). Opmerkelijk is dat de schrijver aangeeft sinds 1 januari wel de huur te hebben betaald, maar de plek nog niet eens in gebruik heeft genomen. De toon is verontschuldigend maar beslist; er wordt verzocht om een administratieve regeling ("het een en ander kan regelen"), anders ziet de schrijver zich genoodzaakt zichzelf eigenhandig "van de lijst te schrappen". Dit type correspondentie is kenmerkend voor de kleine middenstand in de vroege 20e eeuw. In tijden van economische schaarste of veranderende distributiekanalen was het voor kleine handelaren vaak moeilijk om aan voldoende voorraad te komen. De term "huurgeld" en "de plaats" wijzen specifiek op de ambulante handel of de verhuur van gemeentelijke marktplaatsen. De formele aanhef "WelEd. Heer" en de afsluiting "Uwged." (Uw gedienstige) waren destijds de standaard voor zakelijke communicatie tussen burgers en autoriteiten. J. Vellinga

Samenvatting

Het document is een formeel schrijven van een ondernemer (waarschijnlijk een marktkoopman of standhouder) aan een instantie of persoon die over vergunningen of standplaatsen gaat (mogelijk een marktmeester). De kern van de brief is de opzegging van een gehuurde "plaats" (standplaats).

De schrijver voert een economische reden aan: hij kan geen "artikelen" (handelswaar) meer verkrijgen, waardoor hij zijn "zaak niet kan bezetten" (de kraam of winkel niet kan bemannen/bevoorraden). Opmerkelijk is dat de schrijver aangeeft sinds 1 januari wel de huur te hebben betaald, maar de plek nog niet eens in gebruik heeft genomen. De toon is verontschuldigend maar beslist; er wordt verzocht om een administratieve regeling ("het een en ander kan regelen"), anders ziet de schrijver zich genoodzaakt zichzelf eigenhandig "van de lijst te schrappen".

Historische Context

Dit type correspondentie is kenmerkend voor de kleine middenstand in de vroege 20e eeuw. In tijden van economische schaarste of veranderende distributiekanalen was het voor kleine handelaren vaak moeilijk om aan voldoende voorraad te komen. De term "huurgeld" en "de plaats" wijzen specifiek op de ambulante handel of de verhuur van gemeentelijke marktplaatsen. De formele aanhef "WelEd. Heer" en de afsluiting "Uwged." (Uw gedienstige) waren destijds de standaard voor zakelijke communicatie tussen burgers en autoriteiten.

Genoemde Personen 1

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6