Handgeschreven brief/notitie op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven brief/notitie op gelinieerd papier. 7 december 1941. A'dam, 7/12 1941
Naar aanleiding van Uw
brief, ingekomen op 20 No-
vember j.l. deel ik U mede, dat
ik de door U gevraagde verklaring
niet kan verstrekken; omdat
mij bij onderzoek is gebleken,
dat U in het begin van dit
jaar hebt gebruik gemaakt
van een assistent op de
markt Wester. nl. Mevr.
Putting Cornelisse. Hierdoor
wordt de U opgelegde
dubbele aanslag verklaard.
[Paraaf]
25/154/2
9/12/41 [paraaf] * Inhoud: De schrijver reageert op een verzoek van de geadresseerde voor een bepaalde verklaring (mogelijk voor belasting- of vergunningsdoeleinden). Het verzoek wordt afgewezen omdat uit onderzoek is gebleken dat de geadresseerde begin 1941 gebruik heeft gemaakt van een assistent (Mevr. Putting Cornelisse) op de Westermarkt. Dit feit legitimeert de "dubbele aanslag" die aan de persoon is opgelegd.
* Handschrift: Een vlot, goed leesbaar Nederlands currens uit het midden van de 20e eeuw.
* Terminologie: "j.l." staat voor "jongstleden". "markt Wester" verwijst naar de Westermarkt in Amsterdam. De term "dubbele aanslag" duidt op een fiscale correctie of boete.
* Administratieve sporen: De rode cijfers "25/154/2" zijn waarschijnlijk een archief- of dossierkenmerk. De datum "9/12/41" onderaan geeft aan wanneer de brief intern is verwerkt of gearchiveerd. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Het geeft een inkijkje in de strikte administratieve controle op marktkooplieden in Amsterdam in die tijd. Het inzetten van personeel of hulpkrachten moest officieel geregistreerd staan; het niet naleven hiervan leidde tot financiële sancties zoals de hier genoemde "dubbele aanslag". De Westermarkt was (en is) een centrale marktplaats in de stad, waar tijdens de oorlog strenge regels golden met betrekking tot handel en distributie. De afwijzing van de verklaring suggereert dat de geadresseerde probeerde onder een verhoogde belasting of boete uit te komen door bewijsstukken op te vragen die zijn/haar onschuld moesten aantonen, wat door de autoriteiten werd weerlegd.