Brief (handgeschreven)
Origineel
Brief (handgeschreven) 19 november 1941 H. Baars, Albert Cuypstraat 82, Amsterdam (Z.) Directeur van het Marktwezen, Amsterdam № 25/156/1 M.1941 26/11
Amsterdam, 19 Nov. 1941
niet verg. [?]
Directeur van het Marktwezen
Amsterdam.
Mijnheer,
Ondergetekende rond U
gaarne willen verzoeken of hij wederom
in aanmerking kan komen voor een
openbare standplaats in de Albert Cuypstraat.
In Afwachting,
Hoogachtend,
H. Baars
H. Baars
Alb. Cuypstraat 82
A'dam. (Z.) In deze brief verzoekt de heer H. Baars, wonende aan de Albert Cuypstraat 82 in Amsterdam, de Directeur van het Marktwezen om opnieuw een standplaats toegewezen te krijgen op de Albert Cuypmarkt. Het woord "wederom" suggereert dat hij voorheen al een standplaats had of vaker dergelijke verzoeken heeft ingediend. De korte notitie rechtsboven lijkt te duiden op een afwijzing ("niet vergund"). De brief dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Het beheer van markten in Amsterdam was in die tijd strikt gereguleerd door de gemeente onder toezicht van de bezetter. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. In deze periode werden Joodse marktkooplieden steeds verder uitgesloten van het openbare leven en mochten zij vanaf september 1941 alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan. Hoewel uit deze specifieke brief niet direct de achtergrond van de heer Baars blijkt, is het een voorbeeld van de ambtelijke correspondentie rondom de verdeling van schaarse economische middelen en standplaatsvergunningen in een streng gecontroleerde stad. H. Baars Marktwezen