Archiefdocument
Origineel
Ongedateerd, maar op basis van de genoemde bedragen (F. 30,--) en de 48-urige werkweek waarschijnlijk daterend uit de jaren '30 of vroege jaren '50 van de 20e eeuw (na de opening van de Centrale Markthallen in 1934). ONTWERP
OVEREENKOMST VOOR SAMENWERKING
tussen:
A. De gezamenlijke werkgevers, betrokken bij de arbeid op de Centrale Markthallen te Amsterdam,
enerzijds,
en
B. De Nederlandse Bond van Arbeiders in de Voedings- en Genotmiddelenbedrijven te Amsterdam,
te anderer zijde.
Artikel 1. Arbeidsduur.
De arbeidsduur van iederen arbeider, welke arbeid verricht op de Centrale Markthallen te Amsterdam zal niet meer bedragen, dan de arbeidswet toelaat. In zeer bijzondere gevallen kan daarvan worden afgeweken in overleg met een commissie "bedrijfscommissie", bestaande uit twee werkgevers en twee werknemers, met als voorzitter den heer Directeur van de Centrale Markthallen of diens plaatsvervanger en onder goedkeuring van het Hoofd der Arbeidsinspectie, welke daarvoor een voordracht krijgt van voornoemde commissie. Partijen hebben geen vrijheid buiten goedkeuring van deze commissie de Arbeidsinspectie te verzoeken wijziging in de arbeidstijd te brengen.
Indien in enige dag of week het aantal toegelaten arbeidsuren door den werknemer niet wordt gearbeid is het, indien de schuld daarvan niet ligt bij den arbeider, niet geoorloofd op het vastgestelde loon korting toe te passen.
Artikel 2. Vacantie.
Ingesteld wordt een vacantie van minimum 6 werkdagen aaneengesloten. Na 2 jaar diensttijd 8 dagen, 4 jaar 10 dagen, 6 jaar 12 dagen met behoud van loon en F. 10.-- vacantietoeslag per 6 werkdagen.
Artikel 3. Dagelijkse arbeidsduur.
De uurlonen, boven de vastgestelde arbeidsuren gewerkt, moeten met 25% worden verhoogd. Het uurloon bedraagt het 1/48 deel van het vastgestelde weekloon.
Artikel 4. Rust- en schafttijden.
Deze worden geregeld door de commissie genoemd in artikel 7. Van de door deze commissie vastgestelde regeling mag niet worden afgeweken.
Artikel 5. Zondagsarbeid.
Op de Zondag of Christelijk erkende feestdagen mag zonder vergunning van de commissie genoemd in artikel 7 niet worden gewerkt. Feestdagen, waarop niet wordt gewerkt, worden als werkdagen uitbetaald, feestdagen, waarop wel wordt gewerkt, met een uurloon-verhoging van 50%.
Artikel 6. Lonen.
De minimum-lonen bedragen voor volwassen arbeiders F. 30.-- per week. Onder volwassen arbeiders worden verstaan arbeiders, die 21 jaar en ouder zijn. Voor arbeiders van 18 tot en met 21 jaar bedraagt het minimumloon F. 20.-- per week. Indien voor bijzondere diensten jongere arbeidskrachten worden vereist, dan zal dit mogelijk zijn met goedkeuring van de commissie, genoemd in artikel 7, welke commissie eveneens over het loon moet worden gehoord. Dit document is een ontwerp voor een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) specifiek gericht op de Centrale Markthallen in Amsterdam. Het reguleert de basale arbeidsrechten van de arbeiders in de voedingssector.
Belangrijke punten in de overeenkomst zijn:
* Paritaire commissie: Er wordt een 'bedrijfscommissie' ingesteld met gelijke vertegenwoordiging van werkgevers en werknemers (2 om 2), voorgezeten door de Directeur van de Markthallen. Dit toont een vroege vorm van medezeggenschap en het 'poldermodel'.
* Arbeidstijd: De wet wordt gevolgd, met een impliciete werkweek van 48 uur (gezien het uurloon van 1/48e van het weekloon). Overwerk wordt beloond met een toeslag van 25%.
* Lonen: Er is sprake van een vastgesteld minimumloon van 30 gulden voor volwassenen (vanaf 21 jaar), wat in de jaren '30 een gangbaar loon was voor ongeschoolde of licht geschoolde arbeid.
* Sociale zekerheid: De tekst beschermt arbeiders tegen looninhouding als er buiten hun schuld om minder gewerkt wordt. Ook is er sprake van een progressieve vakantieregeling (meer dagen bij langer dienstverband) en een vakantietoeslag. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam werden geopend in 1934 om de versnipperde markten in de stad te centraliseren. Het was een knooppunt van handel in groente, fruit en levensmiddelen waar duizenden mensen werkten.
Dit document weerspiegelt de groeiende macht van vakbonden (zoals de genoemde Bond van Arbeiders in de Voedings- en Genotmiddelenbedrijven, gelieerd aan het NVV) in de eerste helft van de 20e eeuw. De nadruk op "Christelijk erkende feestdagen" en de strikte regulering van zondagsarbeid is kenmerkend voor de Nederlandse verzuilde samenleving van die tijd. Het feit dat het een "ontwerp" is, suggereert dat dit de basis vormde voor onderhandelingen over de uiteindelijke arbeidsvoorwaarden op dit belangrijke Amsterdamse handelsterrein. A. De B. De