Archiefdocument
Origineel
3
I te mijnen kantore
In dezen kan ik nog mededeelen
dat bij een onderhoud / op 19 dezer
met den Bestuurder van het
Bur. v/d Gem. v. d. Prijzen, ter
zake van den verkoop van de
wintervoorraden, op diens
verzoek plaats had, genoemde
heer ~~[overtuigd zijnde]~~ de invoering van een
regeling als de boven omschrevene
van zoodanig belang te achten,
dat hij ~~[de noodzakelijkheid]~~ de
haar aan andere groote
gemeenten voor te schrijven. * Schrift en Spelling: Het handschrift is een vlot, licht hellend cursief. De spelling is conform de regels van vóór de hervorming van 1947 (zie "den Bestuurder", "groote"). De tekst bevat diverse doorhalingen en correcties, wat wijst op een conceptversie of een haastig genoteerd verslag.
* Inhoud: De auteur rapporteert over een gesprek met de bestuurder van het "Bureau van de Gemeente van de Prijzen". Het onderwerp is de verkoop van wintervoorraden. De bestuurder is blijkbaar zeer te spreken over een specifieke regeling die voor deze verkoop is opgesteld en overweegt om deze ook voor te schrijven aan andere grote gemeenten.
* Terminologie: "Bureau van de Gemeente van de Prijzen" (of Bureau voor de Gemeentelijke Prijzen) duidt op een instantie die toezicht hield op prijzen en distributie, wat gebruikelijk was in tijden van schaarste of economische regulering. Gezien de termen "wintervoorraden" en de verwijzing naar een prijsbureau, dateert dit document zeer waarschijnlijk uit de periode van de Tweede Wereldoorlog of de direct daaropvolgende wederopbouw (jaren '40). In deze tijd was de distributie van schaarse goederen zoals brandstof (kolen) en voedsel streng gereguleerd door de overheid en gemeenten. De notitie getuigt van ambtelijke coördinatie tussen verschillende overheidsniveaus om beleid (de "regeling") te standaardiseren voor grotere steden. De opmerking "I te mijnen kantore" wijst erop dat de ontmoeting of de verslaglegging plaatsvond op de werkplek van de afzender.