Archief 745
Inventaris 745-356
Pagina 276
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte notulen/verslag van een vergadering (pagina 2).

Onbekend, maar op basis van de inhoud (verwijzing naar "ariseering" en "jodenverordening") te dateren in de periode 1941-1942 tijdens de Duitse bezetting van Nederland.

Origineel

Getypte notulen/verslag van een vergadering (pagina 2). Onbekend, maar op basis van de inhoud (verwijzing naar "ariseering" en "jodenverordening") te dateren in de periode 1941-1942 tijdens de Duitse bezetting van Nederland. -2-

De Directeur stelt de vraag of de handel het noodzakelijk acht, dat dezelfde hoeveelheden, wat betreft de stapelproducten, voor reserve in aanmerking komen.
De heer Dijkstra is van mening, hetgeen door den handel wordt onderschreven, dat deze reserveering stellig niet minder mag zijn dan den afgelopen winter. Er moet rekening worden gehouden met de groote wijzigingen, die gekomen zijn in de menu's der huisvrouwen; de behoeften op dit gebied liggen derhalve heel anders.
De Directeur vraagt hoe het staat met de positie van de vatgroenten. Naar spreker's meening zijn spercieboonen vrijwel niet ingemaakt, pronkboonen zijn wat beter ingemaakt en wat de zuurkool betreft is de positie op het oogenblik vrij goed. De handel onderschrijft dit en zegt, dat men wat zuurkool betreft echter niet kan weten, hoe het over enkele weken zal zijn. Men wijst erop, dat het kwantum aardappelen, dat momenteel wordt verstrekt, zeer groot is, zoodat, in verband daarmede, het groentenverbruik eveneens sterk is gestegen.
De Directeur vraagt of het mogelijk is, dat de handel hem evenals verleden jaar gegevens kan verstrekken ter schatting van de voorraden vatgroenten, die thans bij de winkeliers ongeveer aanwezig zullen zijn. Vorig jaar is gerekend op een verbruik van 400 vaten per week is 12.000 vaten voor een seizoen.
De heer Dijkstra zal trachten hieromtrent een inzicht te krijgen; spreker zegt, dat het Marktwezen op den groothandel kan rekenen en dat men dus thans zal afwachten, totdat men van de Gemeente eenig nader bericht krijgt.
De Directeur zegt, dat een dezer dagen een bespreking zal worden gearrangeerd.

De heer Dijkstra verzoekt thans voor het volgende de aandacht; de handel zit nu hier in haar qualiteit als vertegenwoordigers van de grossiersorganisatie "Onderling Belang". Is het mogelijk, dat de bestuursleden worden ingelicht over den stand der ariseering op de Centrale Markt?
De Directeur antwoordt, dat deze aangelegenheid thans weer wordt bekeken. Spreker schetst de gebeurtenissen van het voorjaar en hetgeen er op het punt van de ariseering zou gebeuren. Deze maatregelen worden thans doorkruist door de betreffende jodenverordening. Er loopen nog verschillende vraagpunten, bijvoorbeeld de vraag of de veilingen openbaar zijn of niet. Er valt omtrent een en ander thans echter nog niets te zeggen. Het zal wellicht wel zoo worden, dat er een apart afgesloten gedeelte voor de jodengrossiers zal worden bestemd.
De heer Dijkstra zegt, dat het zeer ongewenscht is op de markt van structuur te veranderen. Wanneer pier E, waarvan vroeger sprake is geweest, voor de Joden zou worden bestemd, zou dit funest zijn voor den goeden gang van zaken op de Centrale Markt. Deze plaats en ruimte is ten zeerste noodig in de toekomst voor het opstellen van de groenten enz. voor de veiling en voor de centrale emballage inname. Spreker verwacht, dat door de betreffende maatregelen de Joden van de Centrale Markt zullen verdwijnen; zij zullen zich in de omgeving van het Waterlooplein gaan vestigen. Als de Joden van pakhuis E verdwijnen, dan nemen de overige grossiers onmiddellijk de leege pakhuizen over. Wanneer zou worden besloten, dat de Joden op een afgescheiden gedeelte van de Centrale Markt zouden moeten blijven staan, dan is de eenige oplossing, dat zij worden geplaatst op het reserveterrein bij den Haarlemmerweg. Echter in geen geval op pier E. Dit zou door den bestaanden handel op krachtige wijze worden bestreden.
De Directeur zal te zijner tijd deze bezwaren ter kennis brengen van wie zulks aangaat. Ook spreker verwacht echter, dat de Joden voor een groot deel elders zullen vestigen. Omtrent een en ander is echter thans nog niets definitiefs bekend.
De heer Dijkstra zegt nog, dat ook de plaatsen in de hal onmiddellijk door niet-Joden zullen worden bezet, wanneer de Joden daar moeten verdwijnen. Dan kunnen ook de groentengrossiers, die thans nog aan den aardappelkant in de open lucht een plaats bezetten, worden verplaatst naar de hal. Het document is een verslag van een zakelijk overleg tussen het bestuur van het Amsterdamse Marktwezen en vertegenwoordigers van de groothandel. De tekst valt uiteen in twee hoofdonderwerpen:

  1. Voedselvoorziening en Distributie: Er wordt gesproken over de noodzaak van reserves voor "stapelproducten" en de status van "vatgroenten" (geconserveerde groenten zoals zuurkool). Opvallend is de vermelding dat het dieet van de bevolking ("menu's der huisvrouwen") is veranderd, waarschijnlijk door schaarste en rantsoenering, waardoor men meer afhankelijk is geworden van aardappelen en groenten.
  2. Segregatie en "Ariseering": Het tweede deel van het document is historisch zeer beladen. De term "ariseering" (arisering) verwijst naar het onteigenen van Joods bezit en het weren van Joden uit het economisch leven. Dijkstra, sprekend voor de niet-Joodse grossiers, informeert naar de voortgang hiervan. Er is sprake van praktische bezwaren tegen een apart Joods gedeelte op de markt (pier E); de voorkeur van de handel gaat uit naar het volledig verdwijnen van Joodse handelaren naar locaties buiten de markt (zoals het Waterlooplein) zodat de overgebleven handelaren hun ruimte kunnen innemen. Dit document vormt een directe getuigenis van de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het toont hoe de "ariseering" niet alleen een ideologische maatregel van de bezetter was, maar ook een proces waarbij Nederlandse instanties en belangengroepen (zoals de grossiersorganisatie "Onderling Belang") betrokken waren.

De houding van de heer Dijkstra in dit verslag is kenmerkend voor het opportunisme dat soms optrad: het verdrijven van Joodse collega's werd door de concurrentie aangegrepen om ruimtetekorten op de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) op te lossen. De genoemde "jodenverordening" verwijst naar de reeks anti-Joodse maatregelen die stapsgewijs de rechten van Joodse burgers inperkten. Het document illustreert de kille, zakelijke toon waarop over de uitsluiting van een bevolkingsgroep werd gesproken in een context van logistiek en marktruimte. Dijkstra (De heer) E. Dit Marktwezen

Samenvatting

Het document is een verslag van een zakelijk overleg tussen het bestuur van het Amsterdamse Marktwezen en vertegenwoordigers van de groothandel. De tekst valt uiteen in twee hoofdonderwerpen:

  1. Voedselvoorziening en Distributie: Er wordt gesproken over de noodzaak van reserves voor "stapelproducten" en de status van "vatgroenten" (geconserveerde groenten zoals zuurkool). Opvallend is de vermelding dat het dieet van de bevolking ("menu's der huisvrouwen") is veranderd, waarschijnlijk door schaarste en rantsoenering, waardoor men meer afhankelijk is geworden van aardappelen en groenten.
  2. Segregatie en "Ariseering": Het tweede deel van het document is historisch zeer beladen. De term "ariseering" (arisering) verwijst naar het onteigenen van Joods bezit en het weren van Joden uit het economisch leven. Dijkstra, sprekend voor de niet-Joodse grossiers, informeert naar de voortgang hiervan. Er is sprake van praktische bezwaren tegen een apart Joods gedeelte op de markt (pier E); de voorkeur van de handel gaat uit naar het volledig verdwijnen van Joodse handelaren naar locaties buiten de markt (zoals het Waterlooplein) zodat de overgebleven handelaren hun ruimte kunnen innemen.

Historische Context

Dit document vormt een directe getuigenis van de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het toont hoe de "ariseering" niet alleen een ideologische maatregel van de bezetter was, maar ook een proces waarbij Nederlandse instanties en belangengroepen (zoals de grossiersorganisatie "Onderling Belang") betrokken waren.

De houding van de heer Dijkstra in dit verslag is kenmerkend voor het opportunisme dat soms optrad: het verdrijven van Joodse collega's werd door de concurrentie aangegrepen om ruimtetekorten op de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) op te lossen. De genoemde "jodenverordening" verwijst naar de reeks anti-Joodse maatregelen die stapsgewijs de rechten van Joodse burgers inperkten. Het document illustreert de kille, zakelijke toon waarop over de uitsluiting van een bevolkingsgroep werd gesproken in een context van logistiek en marktruimte.

Genoemde Personen 2

Dijkstra (De heer) E. Dit

Locaties

Centrale Markt Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Kool A.G.F. (Groenten): Sla Olie & Techniek: Machine Olie & Techniek: Olie Olie & Techniek: Vet Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6