Archief 745
Inventaris 745-356
Pagina 282
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte lijst/staat van opslagcapaciteiten.

Origineel

Getypte lijst/staat van opslagcapaciteiten. Opslagruimte (winteropslag)

Gewoon

kaas 1200 m2
Peulvruchten 880 "
rijst 760 "
gort 1000 "
bloem 840 "
suiker 1080 "
meel voor brood 2220 2
7980 m2

Koelhuis

boter, vet en margarine 2500 m2
melk 500 "
3000 "

Vrieshuis

spek, vleesch 1200 "

Kalkputten
(of koelhuis) eieren (indien koelhuis) 300 "
12480 m2

aardappelen (opslagruimte + schepen)
Opslagruimte stel 10000 m2 Het document is een logistiek overzicht van de benodigde oppervlakte (in vierkante meters) voor de opslag van cruciale voedselvoorraden. Er wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten opslagcondities:
1. Gewoon: Droge opslag voor houdbare producten zoals peulvruchten, rijst, suiker en meel. Dit beslaat het grootste deel van de reguliere magazijnruimte (7980 m2).
2. Koelhuis: Voor zuivel en vetten (3000 m2).
3. Vrieshuis: Specifiek voor vleeswaren (1200 m2).
4. Kalkputten/Koelhuis: Voor de bewaring van eieren. Kalkputten waren een traditionele methode om eieren langdurig te conserveren in een oplossing van gebuste kalk.
5. Aardappelen: Er wordt een aparte stelpost genoemd van 10.000 m2, waarbij expliciet wordt vermeld dat naast vaste opslagruimte ook schepen worden ingezet.

De optelsom (7980 + 3000 + 1200 + 300 = 12480 m2) laat zien dat het om een grootschalige operatie gaat, waarschijnlijk op stedelijk of regionaal niveau. Gezien de spelling ("vleesch"), het type papier en de aard van de goederen (basisbehoeften), stamt dit document waarschijnlijk uit de periode rond de Tweede Wereldoorlog of de vroege wederopbouw in Nederland (ca. 1935-1950). In deze periode was centrale planning van voedselvoorraden ("winteropslag") essentieel voor de voedselvoorziening en distributie via het distributiestelsel.

Het gebruik van schepen voor de opslag van aardappelen is typerend voor de Nederlandse context, waarbij binnenschepen in de wintermaanden werden ingezet als tijdelijke drijvende magazijnen in havens of kanalen om de kwetsbare oogst vorstvrij te houden. De term "Opslagruimte stel" duidt op een schatting of een gereserveerde quota.

Samenvatting

Het document is een logistiek overzicht van de benodigde oppervlakte (in vierkante meters) voor de opslag van cruciale voedselvoorraden. Er wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten opslagcondities:
1. Gewoon: Droge opslag voor houdbare producten zoals peulvruchten, rijst, suiker en meel. Dit beslaat het grootste deel van de reguliere magazijnruimte (7980 m2).
2. Koelhuis: Voor zuivel en vetten (3000 m2).
3. Vrieshuis: Specifiek voor vleeswaren (1200 m2).
4. Kalkputten/Koelhuis: Voor de bewaring van eieren. Kalkputten waren een traditionele methode om eieren langdurig te conserveren in een oplossing van gebuste kalk.
5. Aardappelen: Er wordt een aparte stelpost genoemd van 10.000 m2, waarbij expliciet wordt vermeld dat naast vaste opslagruimte ook schepen worden ingezet.

De optelsom (7980 + 3000 + 1200 + 300 = 12480 m2) laat zien dat het om een grootschalige operatie gaat, waarschijnlijk op stedelijk of regionaal niveau.

Historische Context

Gezien de spelling ("vleesch"), het type papier en de aard van de goederen (basisbehoeften), stamt dit document waarschijnlijk uit de periode rond de Tweede Wereldoorlog of de vroege wederopbouw in Nederland (ca. 1935-1950). In deze periode was centrale planning van voedselvoorraden ("winteropslag") essentieel voor de voedselvoorziening en distributie via het distributiestelsel.

Het gebruik van schepen voor de opslag van aardappelen is typerend voor de Nederlandse context, waarbij binnenschepen in de wintermaanden werden ingezet als tijdelijke drijvende magazijnen in havens of kanalen om de kwetsbare oogst vorstvrij te houden. De term "Opslagruimte stel" duidt op een schatting of een gereserveerde quota.

Gerelateerde Documenten 6