Circulaire / Open brief van een vereniging.
Origineel
Circulaire / Open brief van een vereniging. Augustus 1941. Vereeniging van Grossiers in Aardappelen, Groenten en Fruit "Onderling Belang". Alle grossiers gevestigd op de Centrale Markt (Amsterdam). VEREENIGING VAN GROSSIERS
IN AARDAPPELEN, GROENTEN EN FRUIT
" ONDERLING BELANG "
Goedgekeurd bij Kon.Besluit van 18 Juli 1901 SECRETARIAAT:
Jan Haringstraat 23
Telefoon: 8.4.2.8.2
-------------------
Amsterdam-W. Augustus 1941
Aan alle GROSSIERS gevestigd op de CENTRALE MARKT
Mijne Heeren,
Nu langzamerhand alle artikelen in onze handel aan
maximum prijzen gebonden zijn en op de veilingen verdeeld wor=
den is ook onze taak een geheel andere geworden.
Het begrip handel zooals we dit kenden is vrijwel geheel
verdwenen. Meer en meer zijn wij geworden een schakel in het
distributie apparaat.
Willen wij als grossier gehandhaafd blijven, dan is het
noodig dat wij onze taak, in deze bijzondere tijd goed begrijpen
en ook goed uitvoeren.
De vele voorschriften welke gegeven worden op het ge=
bied der levensmiddelen voorziening worden niet gemaakt om
het den Handel lastig te maken, hoewel zij wel last veroor=
zaken.
DEZE VOORSCHRIFTEN WORDEN ALLEEN EN UITSLUITEND GEMAAKT OM
EEN GOEDE DISTRIBUTIE TEGEN REDELIJKE PRIJZEN MOGELIJK TE
<u>MAKEN.</u>
Het is onze taak in het belang der voedselvoorziening
van ONZE STAD AMSTERDAM de voorschriften goed uit te voeren,
met terzijdestelling van het eigen belang, is het ons aller
taak in de eerste plaats er voor te zorgen met inzet van al=
les wat wij kunnen presteeren dat de voedselvoorziening goed
functionneert in deze veel bewogen tijd.
Wij roepen daarom Uw medewerking in om de goederen welke
U worden toegewezen en waarvan momenteel een tekort is zoo
goed mogelijk onder Uw afnemers te verdeelen en trachten te
bereiken dat GEEN WINKELIER ZONDER GROENTEN NAAR HUIS MOET
GAAN.
Tracht naar redelijkheid te verdeelen NIET DE EEN ALLES
EN DE ANDER NIETS.
Door op deze wijze te handelen bevorderen wij niet alleen
de rust op de CENTRALE MARKT doch ook onder de bevolking
ONZER STAD AMSTERDAM.
Nogmaals aller medewerking aan de gegeven voorschriften
is niet alleen GEWENSCHT doch DRINGEND GEBODEN, het gaat er
om, te zijn of niet te zijn.
Voor het Bestuur:
W.F.Dijkstra Voorz.
Fr.Draaisma Secr. Deze circulaire markeert een cruciaal kantelpunt in de geschiedenis van de Nederlandse handel tijdens de Tweede Wereldoorlog. De toon is ernstig en vermanend. Het bestuur van de vereniging "Onderling Belang" maakt aan haar leden duidelijk dat de tijd van vrije marktwerking definitief voorbij is; de grossiers zijn gereduceerd tot "een schakel in het distributie apparaat".
De kernboodschap is tweeledig:
1. Acceptatie van overheidsingrijpen: De strenge regels en maximumprijzen moeten niet gezien worden als pesterij, maar als bittere noodzaak voor een eerlijke voedseldistributie.
2. Sociale verantwoordelijkheid: Er wordt een moreel appèl gedaan op de grossiers om goederen eerlijk te verdelen onder winkeliers ("niet de een alles en de ander niets"), om zo sociale onrust in Amsterdam te voorkomen.
De afsluitende zin "het gaat er om, te zijn of niet te zijn" wijst op de existentiële angst van de beroepsgroep: als zij niet meewerken aan het systeem van de bezetter/overheid, loopt de hele beroepsgroep het risico te worden opgeheven of volledig te worden overgenomen. In augustus 1941 was de Duitse bezetting van Nederland ruim een jaar onderweg. De schaarste begon nijpend te worden en de Duitsers voerden een strak geleide distributie-economie in om de voedselvoorziening (en de export naar Duitsland) te controleren.
De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam was het kloppend hart van de voedselvoorziening voor de stad. Grossiers (groothandelaars) kochten hier hun producten in om deze door te verkopen aan kleine winkeliers. Door de oorlogsomstandigheden en de Britse blokkade was de aanvoer van buitenlandse producten gestopt en de binnenlandse productie zwaar gereguleerd.
De vereniging "Onderling Belang" fungeert hier als intermediair tussen de dwingende voorschriften van de Rijksdienst voor de Voedselvoorziening en de individuele handelaren, die vaak probeerden via de zwarte markt of gunsten hun winsten te maximaliseren. Het document getuigt van de spanning tussen economisch eigenbelang en de noodzaak tot maatschappelijke stabiliteit in oorlogstijd.